gasten schrijven

Dit is de pagina waarop we maandelijks een plekje inruimen voor een politicus, wetenschapper, opiniemaker of actievoerder.

 

Juli 2021: Klaas Valkering (Alkmaar, 1993) werkte voor zijn wethouderschap op een advocatenkantoor in Alkmaar en in diverse (landelijke) functies voor het CDA en het CDJA. Klaas: “Op 26 maart 2019 ben ik, met toen krap 25 lentes achter me, als jongste CDA-wethouder ooit  geïnstalleerd. In de mooie gemeente Bergen NH ben ik onder ander verantwoordelijk voor de portefeuilles Armoede en Schuldhulpverlening, Wonen, Ruimtelijke Ordening en Natuur. Daar zet ik me in voor rust en resultaat. Rust voor een gemeente waarin het bestuurlijk lang onrustig was en resultaat voor die mensen die al zolang wachten bijvoorbeeld op hun eerste huis of op hulp bij stijgende schuldenproblematiek.”

Gemeente Bergen wil in ‘Omgevingsvisie 2040’ areaal bos en natuur met 10% laten toenemen

De keuze voor ‘rust’ zal voor wie mij wat beter kent als bijzonder overkomen, want zelf vind ik het maar wat lastig om rust te pakken. Ik werk het liefst 7 dagen in de week van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en langer dan 4 uur slapen op een nacht lukte mij als kind al niet. Toen hoefde dat ook niet. Op het boerenbedrijf van mijn ouders was altijd wel iets te doen. Ook nu in Bergen is er meer dan genoeg werk te verzetten. Als ik dan toch zoek naar rust ga ik graag een rondje (hard)lopen in onze mooie duinen. Daar, weg van de drukte en omringd door duin en dennenboom, ben je de waan van de dag zo vergeten.

Gedeputeerde Esther Rommel en wethouder Klaas Valkering op de ‘Zwarte Blink’ in Schoorl. Op de achtergrond het ‘geredde’ Leeuwenkuilbos.

Ons duingebied heeft dan ook een bijzondere waarde voor onze gemeente. De status van Nationaal Park doet recht aan die bijzondere waarde en kan net als bijvoorbeeld op de Veluwe de band versterken tussen natuur, landschap, cultuurhistorie en de betekenis voor recreatie en toerisme.  Daarom ondersteunt het college de wens van de Duinstichting om de Schoorlse Duinen op te nemen in een Nationaal Park.
Deze status brengt ook met zich mee dat we nog voorzichtiger om zullen springen met ons duingebied. Dat is nodig, ook als we dit gebied nog voor de generaties na ons willen behouden. Het gebied behouden wil echter niet zeggen dat we stil kunnen zitten. Vanuit de gemeente vraagt het om het maken van keuzes. Die keuzes voor de toekomst maken we voor een groot deel in de Omgevingsvisie 2040 die zo rond het verschijnen van deze column gepresenteerd wordt.

In deze omgevingsvisie wordt een stip op de horizon omschreven. De keuzes die daarvoor worden gemaakt hebben te maken met de balans tussen rust en reuring, met respect tonen en ruimte geven. In onze aantrekkelijke kustgemeente vinden we reuring in het hart van onze kernen met voorzieningen voor jong en oud, voor bewoners en bezoekers. Ons buitengebied en onze woonwijken ademen de rust van een fijne omgeving om in te wonen en te recreëren. In het Bergen van 2040 staan onze waarden centraal. Dit is ons landschap, onze natuur en ons cultuurhistorisch erfgoed, waar we met respect mee omgaan. Niet als in een museum maar als onderdeel van een omgeving en samenleving die altijd in beweging blijft. Daarvoor bieden we ruimte; ruimte voor onze samenleving, en voor elkaar.
Sommige van deze keuzes zijn nog heel abstract, andere al wat meer concreet. Voor deze column licht ik er alvast een uit: als perspectief voor 2040 kiezen we er voor om het areaal bos en natuur met 10% toe te laten nemen.

Juni 2021: Peter-Jan Keizer (Veldhoven, 1957), vrouw en twee kinderen, studeerde in Utrecht waar hij als gepromoveerd mycoloog werkzaam is bij Rijkswaterstaat. Veldbiologie is zijn grote passie. Peter-Jan deed op verzoek van de provincie Noord-Holland onderzoek in de Schoorlse Duinen in het Dr. Van Steijnbos) vòòr de kap. Zijn onderzoek bevestigt de conclusie van de mycologische vereniging, dat paddenstoelen goed (of zelfs beter) aarden in dennenbossen dan in loofbossen. Peter-Jan over paddenstoelen, zijn werk en Schoorl: “Je kunt paddenstoelen niet los zien van de vegetatie waarin ze groeien en de invloeden die daarop inwerken. Mijn reguliere werk is bij Rijkswaterstaat, waar ik adviseur ben op gebied van het beheer van de groenvoorzieningen langs wegen en kanalen, zo 20.000 hectare. Daarnaast doe ik geregeld paddenstoelenonderzoek in natuurgebieden of in de stedelijke omgeving, ten behoeve van de beheerders. De Schoorlse Duinen ken ik al vanaf de kleutertijd, mijn opa woonde daar en later ook mijn ouders.”

Natuurbescherming: een bureaucratische operatie … en de natuur om zeep

De Schoorlse Duinen zijn sinds 2010 officieel een Natura 2000-gebied. Dat is goed, want daardoor zijn bescherming en goed beheer gegarandeerd. De aanwijzing is gebaseerd op het voorkomen van een rijke, karakteristieke duinnatuur, waaronder, volgens de aanwijzing, […] naaldbossen, die gezien de ouderdom en het lokaal voorkomen van zeldzame planten grote natuurwaarde hebben. In het Beheerplan zijn de natuurdoelstellingen beschreven en hoe deze gerealiseerd moeten worden. Wat dat betekent voor de natuur volgt hieronder, vooral bezien vanuit de paddenstoelen in de dennenbossen.

Het beheerplan richt zich op het verbeteren en uitbreiden van habitattypen. Een habitattype is: ’Een gebied dat wordt onderscheiden door geografische, abiotische en biotische kenmerken die geheel natuurlijk of half natuurlijk zijn.’ In de Schoorlse duinen bevinden zich verschillende habitattypen: open gebieden zoals Grijze duinen, Duinheiden, Duinvalleien, maar ook beboste gebieden als Duinbossen. Wat blijkt? De aangeplante dennenbossen met alle  erin levende planten, vogels en paddenstoelen komen in dit systeem niet voor als habitat. Ze mogen niet meedoen: “kwalificeren niet als habitattype”. De dennenbossen moeten plaats maken voor open terrein of kunstmatig worden ‘omgevormd’ tot natuurlijk loofbos. De motivatie is dat de dennenbossen saai zijn, en de dennen exoten, ook al zijn de organismen die in het bos leven inheems en spontaan verschenen. Merkwaardigerwijs geldt deze redenering niet voor loofbossen die ook aangeplant zijn met van elders afkomstig plantmateriaal.

Tijdens een bijeenkomst in Schoorl in 2016 bleek dat niet alleen mycologen bezorgd waren over het lot van de dennenbossen met hun vele bijzondere paddenstoelen. Omwonenden en recreanten vinden het gewoon fijn om in het bos te wandelen en de dennengeur op te snuiven. Het protest dat volgde, richtte zich ook op het ontbreken van een afweging van natuurwaarden van de bestaande bossen ten opzichte van de te ontwikkelen terreintypen. Het beheerplan stelt namelijk dat ‘sleutelprocessen’ als verstuiving en dynamiek van belang zijn en soorten niet. Als compromis heeft de provincie, als bevoegd gezag, toegezegd een onderzoek naar de waarden voor paddenstoelen van het te kappen bos en omliggende gebieden te laten uitvoeren, ook al lag het besluit het Dr. Van Steijnbos te kappen al vast. Dit onderzoek is intussen uitgevoerd. Wat de mycologen allang wisten, is voor dit bos in detail vastgelegd: in het dennenbos leven zeer veel paddenstoelen. Op 17 hectare zijn in één seizoen 169 soorten aangetroffen, waaronder 27 (16%) Rode Lijstsoorten en vele naaldbosspecialisten. In het gemengde bos van 5 hectare groeiden 73 soorten waarvan 8 (11%) Rode Lijstsoorten.

Schoorls dennenbos heeft volgens Peter-Jan grote natuurwaarde

In 2009, 2010 en 2011 zijn grote stukken bos verbrand en dit verbrande bos is direct weggehaald. Daardoor weten we hoe zo’n terrein zich in die 10 jaar ontwikkelt, precies zoals in het beheerplan wordt beoogd. In deze open terreinen (bijna 14 hectare) werden nul grondbewonende paddenstoelen gevonden.

Wat we dus zien: het soortenrijkste en voor paddenstoelen waardevolste deel in het onderzochte gebied was het dennenbos en dat is inmiddels grotendeels verbrand en gekapt. Wat er voor terugkomt aan open gebied levert in de eerste 10 jaar voor paddenstoelen geen enkele natuurwaarde op. Voor een papieren werkelijkheid is grote schade aan de natuur toegebracht, uit naam van de natuurbescherming. Het bos is weg, maar hopelijk kan de informatie helpen bij andere duindennenbossen een nieuwe, completere afweging te maken die leidt tot behoud.

Het is nu de hoogste tijd om het systeem van habitattypen aan te vullen met andere te beschermen terreintypen, zoals dennenbos, gebaseerd op werkelijk aanwezige soorten en waarden. Terreintypen die nu nog tussen wal en schip vallen, maar voor paddenstoelen grote betekenis hebben.

 

Mei 2021: Leffert Oldenkamp, afgestuurd in Bosbouw, werkzaam geweest in onderzoek en praktijk bij SBB (Gelderland), daarna advies functies.

Bos, meer middel dan doel geworden

‘In de jaren vijftig ging ik als leerling van de HBS in Assen regelmatig bij het districtshoofd van Staatsbosbeheer in Borger op bezoek. Die wekte mijn belangstelling voor het vakgebied op. Hij vertelde boeiend over de nog jonge fijnspar- en lariksbossen. Die zouden ooit oud en indrukwekkend worden. Veel hout zouden ze leveren. Maar vooral het belang voor het Drentse landschap werd door hem onderstreept. Toen ik in 1974 houtvester in Gelderland werd, was mijn contact uit Borger inmiddels beheerder van Natuurkampeerterrein Harschkamperdennen. Opnieuw in een rol als verteller over de betekenis  van bos. In Kootwijk in relatie met zandverstuivingen. Voor zijn gasten uit het hele land werd vooral duidelijk dat bossen er lang over doen om in hun omgeving specifieke waarden te krijgen. Ik kon hem veel vertellen, maar dat boeide hem weinig. Hij duldde mij als chef.

Tijdens studentenbaantjes en daarna als praktijkonderzoeker (in de jaren zestig) kwam ik over het gehele land meer van dergelijke persoonlijkheden tegen. Waar directeuren van Staatsbosbeheer met ontzag over spraken. Die directeuren waren met boswetzaken bezig en met de opbouw van een organisatie, die het belang van veel en goed groeiend bos uitdroeg. In alle lagen van de dienst bestond het besef dat het uiteindelijke resultaat in de buitendienst tot stand moest komen.

Zo was Mantje op Texel degene die niet alleen voor de terreinen van Staatsbosbeheer opkwam, maar alles op het eiland regelde dat hem in het belang van zijn terreinen leek. In de Wieringermeer stond Klaassen borg voor continuïteit van het beheer van door hem aangelegde bossen en lanen. Hij zou het inmiddels algemeen verfoeide kappen van die waardevolle beplantingen –  voor windmolens en zonneparken – hebben tegengehouden.

In Schoorl leerde ik Jonkers kennen, die naast de boswachterij als geheel ook specifieke details van belang achtte. Zo merkte hij verschijnselen van kalium-gebrek op naalden van groveden en Corsicaanse den en werkte mee aan een bemestingsonderzoek. Daaruit bleek dat herstel niet simpelweg met wat kalium kon worden opgelost. Ook stelde hij voor om bij bebossing en herbebossing een ruimer sortiment Pinus-selecties te toetsen. Op zijn initiatief konden twee delen van de boswachterij als bosreservaat worden ingericht. Na bosbrand en storm werden onderzoekers en specialisten van het hoofdkantoor uitgenodigd om herstel van het bos te bespreken. Verlies van bos was toen niet aanvaardbaar.

Kortom, de betekenis van het ouder wordende bos en van het bos in het algemeen kreeg de nodige aandacht, omdat een gerespecteerde autoriteit ter plekke daarvoor waakte. Bewoners konden daar terecht, hoewel de klassieke autoriteit  beperkingen kende: wel netjes kloppen!

Inmiddels zien we in toenemende mate dat belangen en inzichten van de – centraal geleide -organisatie van Staasbosbeheer gaan uitmaken wat voor een boswachterij van belang is.  Het (landelijke) werk wordt in projecten geknipt met budgetten voor districten of boswachterijen en met wisselende bezetting van menskracht. In het veld bestaat geen team meer dat als hechte eenheid verantwoordelijk is voor alle functies die een gebied kenmerken en die in onderlinge samenhang dienen te worden beheerd.

Leffert Oldenkamp (foto: L. Fraantje)

Bij Staatsbosbeheer wordt dit gemis blijkbaar wel gevoeld en in een nieuw ontworpen structuur wil men daar weer aandacht aan schenken. Maar zo lang afwegingen vooral centraal worden gemaakt, met grote gevolgen voor het al dan niet laten staan van zelfs een enkele boom, zo lang zal inspraak bij deze organisatie moeizaam verlopen. De terreinen – en dan vooral de bomen daarin – zijn middelen voor het voortbestaan van de organisatie geworden. Er bestaat nauwelijks nog een streekgebonden doel. In Schoorl is dat erg pijnlijk duidelijk geworden.

Een boswachter of districtshoofd, die langer dan een kwart eeuw alle touwtjes in handen heeft en daarop kan worden aangesproken door zijn omgeving, zal wel niet terugkeren. Helaas.’

 

 

April 2021: Reijnoud de Haan, inwoner van Egmond aan Zee en actief voor de Fietsersbond

Burgers moeten invloed hebben:  fietspaden horen zandvrij te zijn

Fietspad door de duinen over Verspyckweg, Blijdensteinweg en Dr. Van Steijnweg moet blijven!

Wat ik fijn vind aan fietsen door de duinen? De rust en stilte, zonder gemotoriseerd verkeer, het zien en horen van de natuur, het afwisselende landschap en de fietsbeweging op zich. Natuurlijk is goed wegdek belangrijk.
Het landschap tussen Wijk aan Zee en Camperduin biedt ons kale duinen, maar ook naaldbomen, loofhout, heide, varens etc. Het afwisselende landschap is er voor de natuur op zich, maar ook voor mensen om ervan te genieten. Ons ‘fietsrondje noord-om’ van 38 kilometer gaat door de Schoorlse Duinen, met wind mee door het open landschap, en met wind tegen langs de Berenkuil en de Franschman vlakbij Bergen aan Zee.

Vreemd genoeg ziet nu Staatsbosbeheer stuifzand als waardevoller dan de planten en dieren die worden ondergestoven. Het lijkt me willekeurig: wat is er mis met de verbascum, de hulst, varens en kamperfoelie die nu worden bedolven onder het zand? De natuur is er ook voor de mensen. Bewoners en toeristen genieten van onder meer de bossen. Op de route langs de kust zijn er verbeteringen mogelijk. Zeker als we die vergelijken met de beroemde fietsroutes in het buitenland: het wegdek op de Van Oldenborghweg is hobbelig, tol heffen voor fietsers is weinig gastvrij. En er ontbreekt een fietspad tussen Bergen aan Zee en Egmond aan Zee.

Niet alleen omwonenden hebben belang bij wandelen en fietsen door dit prachtige landschap. Enkele keren per jaar overnachten bij ons fietsers uit andere landen. Zij rijden de Kustroute als onderdeel van de fietsroute rond de Noordzee: soms vanaf de Loire naar Kopenhagen. Soms van Calais naar Ostrava in Tsjechië. Deze gasten merkten al in 2016, dat er bulten zand lagen aan weerszijden van fietspad Verspyckweg. ‘Hé, hier heeft iemand voor de grap zandtaarten gebakken!’ ‘Neen, Michaela, hier heeft iemand een gat gegraven en toen is het duin gaan stuiven,’ vreemd verhaal, ja.

Vanaf november 2020 hield Staatsbosbeheer op met het wegschuiven van het zand dat het fietspad blokkeert. Pas half maart is de blokkade opgeruimd, na een ludieke veegactie door de Fietsersbond. Staatsbosbeheer laat in het midden, of het fietspad wordt vrij gehouden. De Fietsersbond heeft de Provincie gevraagd om kap- of graafwerkzaamheden vooraf te toetsen aan de gevolgen voor de routes van fietsers, ruiters en wandelaars. De Gedeputeerde is het hiermee eens, nu moeten we bezien, of de wegbeheerder dit ook vindt. Het zou dan logisch zijn, om de boomstronken en humuslaag langs de Dr. Van Steijnweg te laten zitten; immers als het hier ook gaat stuiven, dreigt er een tweede blokkade van de beroemde Kustroute.

Reijnoud ploegend over de Verspyckweg

De affaire stuifduin versus fietspad roept bij mij opnieuw vragen op over de besluitvorming in Nederland. Wie neemt welk besluit? Liggen de bevoegdheden bij de gekozen volksvertegenwoordigers? Of bij ‘op afstand geplaatste instanties’? Luistert degene die een besluit neemt naar de burgers? Of moeten burgers zich maar neerleggen bij ieder besluit, ook als dat willekeurig overkomt? De openbare ruimte kan opnieuw worden ingericht vanuit het gezichtspunt van voetgangers en fietsers; de overheersende positie van auto’s kan worden afgebouwd. Zoals het is, hoeft het niet te blijven; er is altijd sprake van het hebben van een invalshoek en het maken van keuzen. Dit soort besluiten kunnen we niet alleen aan de beheerders en de politici overlaten, omdat burgers samen met de gevolgen moeten leven.

Kortom: de fietsroute door de duinen langs de Verspyckweg- Blijdensteinweg – Dr. van Steijnweg moet blijven.

 

Maart 2021: politicus Fabian Zoon, Statenlid en fractievoorzitter, Provinciale Staten Noord Holland

Natuurpijn

In de politiek hebben we het vaak over biodiversiteit. Ik heb dat altijd maar een lastig begrip gevonden. Er worden ook verschillende interpretaties aan gegeven. De omschrijving in Van Dale maakt het ook niet veel duidelijker: verscheidenheid aan plant- en diersoorten. Volgens mij is die definitie te beperkt. Ik denk aan schimmels die bomen opruimen. Aan bacteriën en zelfs virussen, die horen ook bij verscheidenheid.
Daar gaat het dan om, verscheidenheid. Niet in de vorm van hoe meer hoe beter, want dan krijg je overpopulatie. Maar ook hoeveel verschillende variaties heb je binnen soorten. Het verschil tussen een monocultuur van maïs en een stukje oerbos. Het is ook een kwestie van schaal. Één mierenhoop heeft een hoop mieren, wellicht met wat schimmels. Typische overpopulatie. Binnen een heel bos valt de mierenhoop niet meer op en is het heel nuttig. Je ziet, het wordt al snel ingewikkeld. 100 ganzen zijn voor een boer een overpopulatie, op wereldschaal valt het in het niets. Was er maar één duidelijke omschrijving van goede biodiversiteit. Iets dat het wat beter beschrijft, zonder dat je er een hele studie van moet maken.

Het voordeel van Covid is dat ik minder reistijd heb en ’s avonds minder verplichtingen. Het gebruik van Netflix is er door gegroeid en ik kan eindelijk eens mijn lijstje afwerken. Zo ook de film van David Attenborough: A Life on Our Planet. Eerlijk gezegd dacht ik dat het weer een BBC-natuurfilm zou zijn. Een paar kritische recensies gaven me weinig zin in de avond. Maar: de-lijst-moet-leeg.
Vooral het eerste deel greep me aan. Sir David Attenborough zegt dan ook ‘The true tragedy of our time is still unfolding across the globe. Barely noticeable from day to day. I’m talking about the loss of our planet’s wild places. It’s biodiversity.’ Precies hetgeen dat ik al jaren mis. Het missen van wilde plaatsen. Jantien de Boer noemt het ’landschapspijn in het buitengebied’. Maar in natuur is het ook weg: wilde plaatsen. Stukjes waar niemand iets mee doet. Laat maar vallen, laat maar groeien. Niet de mens die wil zorgen voor natuurlijk evenwicht. Maar laat het evenwicht over aan de natuur. Heb je veel bessen, dan komen er meer vogels. Heb je meer vogels, dan komen er roofvogels etc. etc.

Op kleine schaal vinden er pilots plaats. Stukjes natuur worden afgezet, waarbinnen het minder beheerd wordt. We horen vaak dat er in Nederland geen natuur is. Dat het parkjes zijn. Omgekeerde natuur, door mensen gemaakt, zoals in de Schoorlse Duinen. Dat hebben we zelf in de hand door vooral méér natuur in natuurgebieden te willen maken. We beschrijven in beheerplannen exact wat op welk stukje moet komen. Dat gaan we monitoren en rapporteren. Spreadsheet-natuur noem ik dat. Het is goed om te hebben, want het is beter dan niets (red.: maar niet altijd beter dan er was). Maar het levert me ook natuurpijn op, waar de spontaniteit uit is gehaald. Dit jaar ga ik mijn gras maar niet meer maaien, scheelt me ook nog tijd.

Februari 2021: politica Froukje Krijtenburg, Raadslid in Bergen

Groot denken en klein doen in de Schoorlse duinen

Als mens en als raadslid voel ik mij als vanzelfsprekend verwant met de prachtige natuur en het gevarieerde landschap van de gemeente Bergen. In de loop der jaren is mijn idee daarover wel veranderd, niet in de laatste plaats door de Corona-pandemie. Natuur en landschap zijn niet alleen iets om van te genieten en daarom te cultiveren, een gezonde natuur is essentieel voor ons welzijn en voortbestaan. Als raadslid in de gemeente Bergen voel ik me daarom niet alleen vertegenwoordiger van onze inwoners maar ook van de natuur. Vooral waar die de dupe dreigt te worden van onzorgvuldig handelen. Het rumoer rond de Schoorlse bossen volg ik nauwlettend en ik vertolk daarbij het lokale geluid van mijn partij.

Sinds de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw zijn er in het westelijk gelegen gedeelte van de Schoorlse duinen door mensen dennenbomen  neergezet. (red. de boomaanplant begon veel eerder: vanaf ca 1860) Meer dan tachtig jaar later zijn die bomen uitgegroeid tot het Baaknolbos, Frederiksblink, het Leeuwenkuilbos en het inmiddels deels gekapte Dr. Van Steijnbos. De top grondlaag van die struise bossen is humusrijk, er groeien allerlei bijzondere paddenstoelen en er schieten steeds weer mini-dennenboompjes uit de grond.  Veel bezoekers en inwoners genieten van deze dennenbossen en begrijpen niet dat deze worden gekapt.

Als je kijkt naar ontstaansgeschiedenis van dit plan en de uitwerking daarvan, dan moet je bijna dertig jaar terug in de tijd. In 1992 werden de Schoorlse duinen bestempeld tot Habitatrichtlijngebied. In de praktijk betekende dat het herstel van de oorspronkelijke stikstofarme biotoop.
Ruim twintig jaar later (2014-2018) vertaalde de provincie met stakeholders dat besluit in een beheerplan; exit bossen en toplaag in de westelijke kustduinen en vrij spel voor de wind. Het doel ervan is het versterken van zandverstuiving en zand bestoven grijze duinen, met zijn biodiverse eigenheid.

In dertig jaar zijn nieuwe inzichten en veranderen ideeën ontstaan. De discussie rond de Schoorlse duinen laat dat ook zien. Het Klimaatakkoord en de nationale doelen op het gebied van reductie van CO2 en stikstofuitstoot geven er een nieuwe dynamiek aan. Bomen zijn N2 en CO2-vastleggers; overmaat aan kooldioxide en stikstofoxide vraagt om reductie. Langs de Noordzeekust is de depositie van stikstof relatief hoog door scheepvaart op de Noordzee. Voorlopig zal dat ook zo blijven, ondanks de strengere stikstofoxide normen die sinds 1 januari gelden voor nieuwe schepen op de Noordzee. Met die vaststelling rijst de vr

Froukje Krijtenburg onder een den in het Baaknolbos (foto: Ingrid Wijnstok)

aag, is de ambitie van een stikstof-arm duingebied haalbaar, als er zoveel stikstofoxide van zee komt en voor een deel neerdaalt in de Schoorlse duinen? En een andere brain teaser: om CO2 af te vangen heeft het Kabinet als doelstelling een vergroting van het bosareaal van 10%. Hoe dat te rijmen met de bomen die gekapt (dreigen te) worden in de Schoorlse duinen? En dan ook nog, laten nu juist dennenbomen goed zijn in het afvangen van fijnstof.

Kortom, weten we wel zeker dat een besluit van bijna dertig jaar geleden de toen en nu gestelde doelen haalt? Hoe zinnig is het om het Van Steijnbos te kappen en het Leeuwenkuilbos en mogelijk daarna de Frederiksblink? Wordt het Baaknolbos mogelijk ontzien? Wij kunnen het maar één keer goed doen. Dat is een verantwoordelijkheid die behoorlijk weegt. Ja, zult u denken, we moeten toch een keer tot een beslissing komen en tot uitvoering overgaan? Dat ben ik met u eens. Alleen, mijn partij staat voor  een genuanceerdere benadering: ‘groot denken en klein doen’ in de Schoorlse duinen.

Aan provincie en Staatsbosbeheer doen we de oproep: ‘Ga testen, neem daarvoor de tijd die ervoor staat (8-10 jaar), kijk wat er gebeurt en zie af van het kappen van de bossen totdat er duidelijkheid is of de kap van een deel van het Dr van Steijnbos de gewenste effecten heeft.’ Het is nog niet te laat voor een testveld. Ondertussen moeten we ons als samenleving maximaal inzetten op stikstofreductie, niet op de plek waar het neerslaat, maar bij de bron. Laten we lokaal ook vooral partners zijn in het behoud en de vergroting van de biodiversiteit van ons prachtige duinlandschap en daarover in gesprek blijven, dat komt uiteindelijk de natuur en ons allemaal ten goede!

 

Januari 2021: politicus Koos Bruin, Raadslid in Bergen, over de Schoorlse Duinen

Zeewind door de haren heen voelen en de dennenbomen horen ruisen

‘Ik ben ongeveer 35 jaar geleden met mijn vrouw en onze toen nog drie kleine kinderen vanuit Den Helder aan de Heereweg in Schoorl gaan wonen. Op 400 meter afstand van de hoge duinrand met daarop de dennenbomen. Dan krijg je in de loop van de jaren een band met die dennenbomen. Niet alleen omdat ze mooi  en majestueus zijn, maar altijd iets mysterieus hebben. Bovendien als stip op de wereldbol een zeer belangrijke rol vervullen in het ecosysteem.

Het is één hoofdreden geweest dat ik zelf  eind december 2017 een lokale politieke partij  heb opgericht om deze dennenbossen tegen kap te beschermen. Ondanks dat  de dennenkap in het Beheerplan Schoorlse Duinen (2017-2023) van de provincie Noord-Holland is opgenomen. Mijns inziens op oneigenlijke motieven om als ‘herstelgebied’ te worden aangemerkt. Dit vanwege het volgens Europese regels opgestelde plan Natura 2000 en de Rijks- en provinciale wetgeving.  Onder de brede noemer ‘tot betere biodiversiteit /zandverstuiving  komen’.  Echter mogelijk alleen maar om in een structureel Europees/Rijksubsidie verdienmodel te worden opgenomen (deels door te geven aan Staatsbosbeheer).

Nieuwe milieu-inzichten met komende wetgeving, uitspraken van het Europees Hof/Hoge Raad,  Raad van State, beleidsnota’s van de ministers kunnen daarin deels hopelijk snel verandering in brengen. Daar moeten lokale politiek, inwoners en de Duinstichting alert op zijn. Door er direct op in te spelen richting provincie Noord-Holland.  Ook om in het nieuwe Ontwerp Beheerplan mede op basis van  (tussentijdse) monitoring het kappen van dennenbossen van Schoorl uit te sluiten.

Mijn partij heeft zich tot heden ingespannen met advertenties,  moties, amendementen naar het college  van B en W toe om geen  kapvergunning te verlenen aan Staatsbosbeheer. Alsmede rechtstreeks  brieven naar de de deputeerde gestuurd. Daardoor is samen met  de Duinstichting bereikt dat minder dennenkap wordt toegestaan dan oorspronkelijk was voorgenomen. Maar er is nog een weg te gaan.

Nu ik dit zo schrijf moet ik denken aan twee jaar geleden in dorpscentrum De Blinkerd. Waar een    inwoner van Schoorl tijdens een commissievergadering van de gemeente mocht inspreken om de dennenbossen te behouden. Zonder maar één woord te zeggen begon hij opeens alleen maar een zelf gemaakt lied te zingen voor de gemeenteraadsleden. Een blinde inwoner met een geschoolde prachtige zware stem zong toen over een warme zomerse dag die hij in de duinen van Schoorl beleefde.  Zittend onder een dennenboom.  Waar hij de natuur kon ruiken en de zeewind door zijn haren en tegen zijn gezicht voelde tussen ruisende dennenbossen.  Ik  besefte dat hij  daar ook voor mij zong.  Ik moest slikken om tranen te onderdrukken. En was trots dat ik op dat moment raadslid mocht zijn. Juist voor deze blinde inwoner uit Schoorl en voor de kinderen en kleinkinderen van onze inwoners van de gemeente Bergen zal ik mij tot het uiterste  inspannen om de dennenbossen in de duinen van Schoorl voor de toekomst te kunnen behouden.’

 

december 2020: filmmaker en kunstenaar Robin Noorda

De Waan van Wiebes

Onze minister van Economische zaken en Klimaat, Erik Wiebes, beweert dat er alleen snoeihout in biomassa zit en daar beargumenteert hij de 11,4 miljard subsidie mee. Het verbranden van hout in  628 biomassacentrales is een dwaling om de klimaatdoelstellingen te halen.
Een plan dat gebaseerd is op een truc en een leugen.

De truc: de CO2 uitstoot van biomassacentrales hoeft niet te worden meegerekend in de boekhouding van de CO2-emissie om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen.

De leugen: citaat Wiebes “wij gebruiken biomassa die de reststromen zijn van al eeuwenoude reguliere houtproductie en dat is dunningshout, snoeiafval en restafval van de houtindustrie, en er gaan dus geen oerbossen in kolencentrales…”

Er zijn echter bewijzen dat er hele bomen uit Nederlandse bossen de shredder in gaan voor biomassa (zie mijn film). Bovendien is de houthonger van de biomassacentrales zo groot dat de gekapte Nederlandse bossen slechts in 10% van de behoefte voorzien. Een immense 90% komt uit het buitenland, met name North Carolina en Estland. De allergrootste biomassa producent ter wereld, Enviva uit de VS, die in 2021 drie miljoen ton naar Nederland zal verschepen, schrijft zelf in zijn jaarverslag dat 4/5 van de biomassa stamhout is. Wij verstoken dat dus.
Verstookte biomassa stoot vele malen meer CO2 uit dan fossiele brandstof.
Bovendien komt de aanzienlijke CO2-footprint van oogst, productie en vervoer over zee daar nog  bovenop. Wist u dat voor de productie van pellets (biomassa houtkorrels) uit houtsnippers deze tweemaal met hete lucht gedroogd worden en vervolgens gekoeld? Een energie vretende productiemethode.

De biomassa-lobby stelt dat het verstoken van biomassa CO2-neutraal is, omdat die CO2 weer door de bomen wordt opgenomen. Ze laten daarbij achterwege dat het tientallen jaren duurt om dat weer in nieuwe bomen vast te leggen, terwijl de CO2 nu meteen allemaal vrijkomt. Bovendien blijft de nieuwe aanplant sterk achter. Als we van dat complete plaatje alles bij elkaar optellen is de CO2-som van biomassa-oogst, productie, verscheping en verbranding ruim viermaal hoger dan bij aardgas. Let wel, dit is geen pleidooi voor fossiele brandstoffen, maar wel voor een oplossing die minder in plaats van meer CO2 oplevert, want daar was het nu juist allemaal om te doen.
Wiebes roept dat stamhout veel meer opbrengt als planken en balken dan als houtsnippers. Echter door de 11,4 miljard Nederlandse subsidie is het juist andersom. In mijn film is te zien dat in Estonia de houtkoorts zelfs zo groot is dat er dag en nacht wordt geoogst.

Elke boswandelaar zal erkennen dat het inmiddels niet meer mogelijk is een wandeling in een  bos te maken zonder geconfronteerd te worden met kaalslag. Kijk naar de historische satellietfoto’s van een willekeurig stuk bos in Nederland en schrikbarende kaalslag van bospercelen zijn vanaf 2013 zichtbaar. In mijn film laat ik de kap in Schoorl zien.

Die kaalslag ontstond nadat Staatsbosbeheer (SBB) de opdracht kreeg te verzelfstandigen en per jaar honderd miljoen aan inkomsten extra moest gaan realiseren. Daar gaat natuurbehoud over in brandhout. Bovendien profiteren private ondernemingen van SSB managers van de biomassa. Onder het mom van biodiversiteit en de wensnatuur van zandverstuivingen ontkomt ook het Schoorlse bos niet aan biomassale verbranding.

Wiebes is van zins om, met het dichtdraaien van de Groningse gaskraan, ook meteen al het gas dan maar af te schaffen. Maar het is niet slim om in de energietransitie nu al met aardgas, de schoonste vorm van fossiele brandstof, te stoppen en bos gesubsidieerd te verbranden. Investeer liever in werkelijke oplossingen zoals de echt schone waterstof economie, waarbij bovendien de bestaande aardgas infrastructuur kan worden hergebruikt.

Dat vraagt om innovatie en ondernemerschap. Dat zou onze VVD minister toch moeten aanspreken? Het is dan wel zaak snel te voorkomen dat die 11,4 miljard opgaat in biomassa-rook.

 

november 2020: Statenlid Remine Alberts

Kappen met kappen

We kunnen rustig stellen dat de komst van Henk Bleker als staatssecretaris voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in het kabinet Rutte I niet goed is geweest voor de natuur. Natuurlijk, we kunnen het hele kabinet verantwoordelijk stellen voor de verandering in beleid, maar zijn naam is onlosmakelijk verbonden aan de introductie van het ‘eigen broek ophouden’-principe. Voortaan was het not done dat de natuur alleen maar geld zou kosten: natuur moest ook geld opbrengen.

Organisaties die zich bezighielden met natuurbeheer moesten aan de slag met het bedenken van een verdienmodel voor het gebied waar zij verantwoordelijk voor waren. Aan de ene kant werden zij gedwongen, want de subsidiekraan werd langzaam maar zeker verder dichtgedraaid. Aan de andere kant had Henk Bleker het niet zo moeilijk, want binnen die organisaties kwamen mensen te werken die het eigenlijk wel met hem eens waren.

De nieuwe manier van denken, overgewaaid vanuit de Verenigde Staten, vond dat een kleine overheid beter was en dat allerlei publieke taken voortaan door “de markt” moesten worden opgelost. Zo zijn wij ook in Nederland terecht gekomen in een maatschappij waarin het openbaar vervoer, de elektriciteitsbedrijven, de post, de woningbouw, de zorg en dus ook de natuur, zoals dat zo mooi heet, op afstand werden gezet. Overbodig misschien om te zeggen dat de SP zich altijd heeft verzet tegen deze ontwikkelingen, omdat de kans dat het kind met het badwater zou worden weggegooid enorm was.

Het beheer van de Schoorlse Duinen wordt uitgevoerd door Staatsbosbeheer (SBB), zo’n op afstand gezette organisatie. Een deel van de inkomsten verkrijgt SBB uit de verkoop van gekapte bomen. Min of meer tegelijkertijd ontwikkelde SBB de visie dat bosbeheer het beste kon verlopen wanneer er grote percelen volledig worden kaalgekapt. Hoewel zij het zelf in alle toonaarden ontkennen dat die kaalkap-visie ook maar iets te maken met een verdienmodel, wordt dat lastig vol te houden als deskundigen stellen dat kaalkap funest is voor het oud worden van een bos. Een oud bos heeft een grotere biodiversiteit en is beter is staat om voor zichzelf te zorgen.

De kaalkapstrategie wordt ook in stelling gebracht in het stikstofdossier: in het geval van de Schoorlse Duinen zou verstuiving beter zijn voor het afvangen van stikstof. Maar dat is het paard achter de wagen spannen, want als je logisch nadenkt is er toch een veel betere methode? Voorkom dat er stikstofdepositie plaatsvindt! De allergrootste veroorzaker daarvan is – het is toch echt niet anders – de intensieve veehouderij. Pak die dan aan!

Misschien dat veranderingen op dit moment nog niet kunnen worden uitgevoerd. Dat heeft te maken met het huidige regeringsbeleid. Maar de kansen voor echte verandering zijn er. In maart zijn er Tweede Kamerverkiezingen. Mijn advies luidt dan ook: kijk welke partijen gaan voor verandering. Verandering in het stikstofdossier, verandering in natuurbeheer, maar net zo goed verandering in sociaal beleid, zorgaanpak, de volkshuisvesting. En breng uw stem daarop uit. De kans is dan heel reeel dat we voor de Schoorlse Duinen dan kunnen kappen met kappen.

Noot van de redactie over ‘het stikstofdossier’:
Verstuivende duinen zijn niet goed voor het afvangen van stikstof, juist bomen nemen veel stikstof (en CO2) op. De beoogde grijze en witte duinen hebben een veel lagere kritische depositiewaarde voor stikstof, dan de bestaande bossen.  Stuivende duinen zijn wel goed voor fijnstof, dat verspreiden ze geweldig.

 

oktober 2020: Statenlid Gerard Köhler

In 1964 verhuisde het gezin Köhler van Ruigoord naar Bergen. Mijn vader werd gestationeerd bij de bereden politie aan de Kerkedijk in Bergen. Bittere tranen en veel heimwee had ik naar dat kleine paradijsje waar de akkers werden bewerkt met Zeeuwse paarden en ik dagelijks in de stallen van de veehouders en kippenboeren was te vinden. Maar Bergen wende snel. En met de jaarlijkse meidenmarkt op het Klimduin en de broekengarage in Groet, waar je merkspijkerbroeken, met draaipijp, voor een paar gulden kon kopen, ontdekte ik ook Schoorl. Het duingebied wekte mijn interesse toen mijn vader vertelde over topless zonnende Duitse toeristen. Nu nam mijn vader mij niet daarvoor mee. Wel liet hij mij de reusachtige meeuwenkolonie bij het pas uitgegraven Vogelmeer zien. De meeuwen verdedigden hun nesten fanatiek. Jaren later werden eieren in olie ondergedompeld om de uitdijende kolonie in de perk te houden. Het Vogelmeer zag eruit als een bord erwtensoep, de omliggende heidevelden hadden het zwaar. Het hielp niets, net als nu weinig helpt tegen de groeiende ganzenpopulatie die het NH-landschap koloniseert. Pas met de intrede van de vos stierf de kolonie in korte tijd uit. Langs de weg kunnen we nu op borden zien hoe we met weggetrokken meeuwen die massaal in stad en dorp vertoeven moeten omgaan. Ook deed ik mee aan de konijnentellingen. Ze werden eveneens als plaag gezien en fanatiek bejaagd. Dat was spannend met de auto ’s nachts door het bos en tellen hoeveel konijnen zich blindstaarden in de koplampen. Van het ene jaar op het andere viel er nauwelijks meer te tellen. Wel zagen we de talloze lijkjes langs de Nieuweweg liggen. Het in laboratoria ontwikkelde Myxomatose- en VHS-virus hebben de konijnenpopulatie vrijwel vernietigd. Alleen op Ameland is nog een kerngezonde konijnenpopulatie.

Met het verdwijnen van de konijnenpopulatie veranderde het landschap razendsnel. De uilenballen die ik verzamelde kregen een andere samenstelling. Het werden er ook steeds minder. Vooral het Dr. Van Steijnbos was er in de jaren ’70 mee bezaaid.  De vergrassing van het duingebied sloeg toe, waardoor de stuifduinen verdwenen. Ook de fauna veranderde enorm. Niet alleen de uilen, maar ook tapuiten die in verlaten konijnenholen broedden verdwenen spoorslags. En er verdween meer. In de publicaties van boswachter Frank Nieuwenhuizen is dat goed te volgen. Andere soorten vestigden zich. In Schoorl zien we vooral de Amerikaanse vogelkers gedijen. Het is een nieuwe plaag. Die overigens goed in de hand is te houden met schapenbegrazing zoals in het NHD het geval is. Nu worden vooral exotische koeien ingezet. Vreemd eigenlijk. Koeien snoeien. En snoeien doet bloeien.  Zo zien we wel meer opmerkelijke ingrepen. Heidevelden worden afgeplagd om op armere grond terug te keren. Maar op die afgeplagde gebieden zien we lijsterbes, berk en de Amerikaanse vogelkers opbloeien. Het lijkt zinloos. Van doordacht beheer lijkt soms nauwelijks sprake. Het ontwikkelen van een, overigens fantastisch stuifduin aan de Verspyckweg is ook zoiets. Niet alleen moet het fietspad naar Bergen aan Zee nu geregeld schoongeveegd; het wandelende duin heeft inmiddels een heideveld ingenomen en bedreigt Drieduin 1, een studieplek van de Universiteit van Wageningen, juist bedoeld om te bestuderen wat er gebeurt als de mens niet ingrijpt in de natuur. Zo zijn er talloze voorbeelden die ik geregeld in de Provinciale Staten opvoer. Maar daar gaat het vooral over de verstikstof-fisering door boeren van het duingebied. Dat die stikstof uit zee komt en dat daar nu weinig tegen te doen is krijg ik maar niet tussen de oren. Maar ik geef niet op. Het duingebied is me te lief.

 

september 2020: Paddenstoelen expert Rob Chrispijn

MOED

Als het om de natuur gaat, kan ik mij soms vinden in de zegswijze: Elke verandering is een verslechtering, ook als het een verbetering is. Een pessimistisch motto dat goed weergeeft wat ik in de natuur hoop te vinden: harmonie, met kleine veranderingen op het ritme van de seizoenen. Geen kapvlakten, windmolens of een nieuw fietspad dwars door de hei.

Natuurliefhebbers zitten klem tussen twee partijen. Enerzijds zijn er de boeren die de afgelopen vijfhonderd jaar het Nederlandse landschap hebben vorm gegeven en de laatste vijftig jaar bezig zijn om het weer af te breken. Anderzijds heb je de natuurorganisatie die de natuur die ze zouden moeten beschermen en beheren vaak als uitgangspunt gebruiken om mooie nieuwe plannen te verwezenlijken. Ik weet niet waar je als natuurliefhebber meer last van hebt.

In de jaren ’90 deed ik vijf jaar lang onderzoek naar het voorkomen van paddenstoelen in Amsterdam. Deze stad heeft een aparte structuur doordat op een paar plekken het boerenland als een soort wig diep in het stedelijk gebied doordringt. Tot mijn verbazing merkte ik dat dit boerenland veel armer aan soorten was dan het centrum van de stad, waar in tuinen en de weinige plantsoentjes meer paddenstoelen te vinden waren dan in de sterk bemeste productieweilanden. De term ‘groene woestijnen’ deed opgang, want hetzelfde bleek ook voor vogels, planten en andere organismen te gelden.

In diezelfde tijd kwam ik graag in de bossen bij ons tweede huis in Drenthe. Deze werden op grond van hun omvang en kwaliteiten samengevoegd tot een Nationaal Park dat het Drents Friese Wold ging heten. De oprichting van dit Nationaal Park vormde het startsein voor grootschalige ingrepen. Er werd gegraven, geplagd en vooral ontzettend veel gekapt. Want de bomen die er stonden, waren niet de goede bomen. De sparren en dennen, ooit aangeplant voor de houtproductie, moesten plaats maken voor een savannelandschap met meer loofbomen. Dat sommige bospercelen inmiddels zeventig jaar oud waren en alleen al om die reden een bepaalde natuurwaarde vertegenwoordigden, werd niet als een belemmering gezien. Tegenwoordig bezoek ik dit gebied nog maar weinig, het is te pijnlijk.

Een zelfde herhaling van zetten vindt plaats in Boswachterij Schoorl: de aanwezige natuur moet verbeterd worden. Minder dennen, meer loofbomen, meer stuivend duin. Voor dit laatste is wel iets te zeggen, want het is in Noordwest-Europa een zeldzaam biotoop. Maar hoeveel stuivend duin moet je in een beperkt gebied creëren voor je als beheerder tevreden bent? Welke natuurwaarden wil je daaraan opofferen? In open, jong dennenbos groeien paddenstoelen die qua zeldzaamheid te vergelijken zijn met vogelsoorten als de ortolaan of de draaihals, superzeldzaam dus. Niettemin heeft het ontzettend veel moeite gekost om het beheer van de waarde ervan te overtuigen. En het is alleen te danken aan de grote publieke onvrede en protesten dat nog niet alle dennenbossen in de buitenste duinen gekapt zijn. Soms werd het argument gebruikt dat ze moeten wijken voor maatregelen in het kader van de PAS. Goddank heeft de Hoge Raad een streep getrokken door het misbaksel dat de Planmatige Aanpak Stikstof heette. Het idee dat je aangelokt door een zak met subsidiecenten als natuurorganisatie bereid bent om dit uit te voeren in een gebied als Schoorl waar samen met de Waddeneilanden de minste stikstof van Nederland neerdaalt, is beschamend. En alleen te verklaren doordat een organisatie als SBB financieel zo sterk afgeknepen is in het Bleeker-tijdperk. Hopelijk is SBB in staat om te doen wat voor ieder mens, elke groep, alle organisaties heel erg lastig is: op je schreden terugkeren. Tijdig inzien dat je heel veel mensen gelukkig maakt als je niet alle voorgenomen plannen ook daadwerkelijk uitvoert. Daar is moed voor nodig. Die is zeldzaam in deze tijd, maar ik blijf hoop houden.

Rob Chrispijn (Wenen 1944, gefascineerd door paddenstoelen)  is tekstschrijver en producer, maakte vijftien jaar  hoezen en publiciteitsfoto’s voor Harlekijn van Herman van Veen, voor wie hij ook veel liedteksten schreef (lees Rob Chrispijn  vijftien jaar liedteksten). In 2004 verscheen Nooit zongen vogels harder, een bundel met honderd van zijn beste liedteksten. Vanwege zijn liefde voor paddenstoelen was hij voorzitter van de Nederlandse Mycologische Vereniging, de vereniging van paddenstoelenliefhebbers en is inmiddels een groot kenner van paddenstoelen. Hij schreef Champignons in de Jordaan (1999) over paddenstoelen in Amsterdam en was een van de drie auteurs van het standaardwerk De Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe (2015). In 2018 verscheen Paddenstoelengeluk van zijn hand. 

 

 

augustus 2020: Commissaris van de Koning Arthur van Dijk

mijn passie voor de duinen
Rijk en noodzakelijk: de duinen zijn de gouden rand van de provincie

Toen ik aantrad als commissaris kende ik Noord-Holland al vrij goed, maar sindsdien heb ik in sneltreinvaart de vele kwaliteiten van de provincie van nabij leren kennen. Meestal uit hoofde van mijn functie.
Die kwaliteiten zijn divers. Ze liggen bijvoorbeeld in de uitgestrekte bollenvelden, een bovengemiddeld arbeidsethos, de charme van de voormalige Zuiderzeestadjes, en in de imposante waterwerken.
En ze liggen natuurlijk in de natuur en in haar rijkdom en verscheidenheid.

Duinen, stranden, bossen, hei, veenweidegebieden, water – we hebben het allemaal.

Ook privé zoek ik de natuur graag op. Om te joggen bijvoorbeeld. ‘Zitten is het nieuwe roken,’ hoor ik wel eens. Niet goed voor de gezondheid. Alleen al daarom beweeg ik graag.
Wandelen en genieten van de rust doe ik bij voorkeur in de duinen. Altijd dichtbij, want overal langs onze kustlijn is er immers aanbod genoeg. Van de Texelse duinen, de Helderse duinen, de Noordduinen, en de Schoorlse duinen, tot de Kennemerduinen.

Samen met leden van GS en PS hebben we vorig najaar op het Schoorlse strand de handen uit de mouwen gestoken om zwerfvuil op te ruimen. Dat deden we tijdens de wereldwijde campagne World Clean Up Day. Een mooi initiatief, en je krijgt dan heel sterk het gevoel dat een schonere wereld inderdaad bij jezelf begint.

De provincie Noord-Holland heeft allerlei relaties met de duinen.
Het is ons belangrijkste natuurgebied. Nergens anders vind je zoveel planten en dieren bij elkaar. Meer dan de helft van alle Nederlandse planten en dieren komt voor in de Nederlandse duinen, en dat terwijl de kustduinen maar 1% van het Nederlandse grondoppervlak beslaan. Zo broeden er bijvoorbeeld meer dan 140 soorten vogels.

De meeste van de Noord-Hollandse duinen vallen onder Natura 2000 vanwege het Europese belang van deze natuur. Daarnaast zijn grote delen van de duinen ook essentieel voor de zuivering van ons drinkwater. De provincie is grondeigenaar van een groot deel van de Noord-Hollandse duinen. Het beheer is in handen van het Provinciaal Waterleiding bedrijf, PWN.

Behalve voor de natuur, zijn de duinen ook een heel belangrijk recreatief gebied, om te wandelen te rennen, uit te waaien en te genieten. Landschappelijk zijn de duinen heel afwisselend: van strand, kaal duin, natte duinvalleien, en struweel, tot de rijke bossen van de binnenduinrand met zijn landgoederen.

De duinen zijn de gouden rand van de provincie.
Daarnaast is die gouden rand ook nog eens van enorm belang, omdat de duinen onze natuurlijke bescherming zijn tegen de stijgende zeespiegel.
Kortom, de duinen zijn niet alleen prachtig en rijk, ze zijn ook noodzakelijk.

Arthur van Dijk,
Commissaris van de Koning in de Provincie Noord-Holland

 

 

CvdK Arthur van Dijk bezig strandvuil op te ruimen op het strand van Schoorl tijdens de wereldwijde campagne World Clean Up Day

juli 2020: Oud SBB-manager Jacob Vis over de boskap in de Schoorlse Duinen  

Zwarte dennen

Honderd jaar geleden waren de Schoorlse Duinen een kaal en onherbergzaam gebied waarin zandstormen voor een hoop overlast zorgden in de aangrenzende dorpen Bergen, Bergen aan Zee, Schoorl en Groet. Na elke zandstorm moesten de inwoners een dikke laag zand van hun daken en uit hun tuinen scheppen en daar kregen ze schoon genoeg van. De beste manier om het zand te beteugelen was het te beplanten met bomen, maar de vraag was: welke bomen? De bodem was zo schraal en droog dat er maar heel weinig boomsoorten zouden kunnen groeien. De inheemse grove den die als proef werd aangeplant ging dood en hetzelfde lot onderging de zee den. Na lang zoeken vonden de bosbouwers twee uitheemse boomsoorten die goed bestand bleken te zijn tegen de barre leefomstandigheden: de Oostenrijkse en Corsicaanse den. Botanisch zijn het geen dennen, maar pijnbomen, maar in het spraakgebruik heten ze zwarte dennen en die naam past hen perfect. Donkere, bijna zwarte, diep gegroefde stammen en kronen met donkergroene naalden: een karakteristiek beeld dat in de loop van die eeuw zo vertrouwd werd in de Schoorlse Duinen dat het lijkt of ze er altijd hebben gestaan. De zwarte dennen hebben van het onherbergzame stuifduin een liefelijke oase gemaakt die door de inwoners van de beide dorpen in het hart is gesloten. En terecht. Wie in het zwarte dennenwoud wandelt of fietst en alle zintuigen openzet geniet van de heerlijke harsgeur, van het ruisen van de wind in de kronen en van het karakteristieke beeld van de donkere bomen tegen de lichte achtergrond van het duin.
Tot ecologen van Staatsbosbeheer en de provincie Noord-Holland een paar jaar geleden op de onzalige gedachte kwamen dat het dennenbos moest verdwijnen om weer plaats te maken voor stuifzand. Dat ze daarmee een woestijn creëren waarop niemand, behalve zijzelf zit te wachten is van ondergeschikt belang. Maar er gebeurde iets dat ze niet verwacht hadden: de bewoners van de dorpen kwamen in opstand tegen de sloopplannen en zochten steun bij Provinciale Staten. Ik was een van de insprekers bij de hoorzitting waar voor- en tegenstanders van behoud van het naaldbos hun zegje mochten doen. Een beschamende vertoning. De argumenten van de bosslopers waren zo belachelijk, dat ik, als oud-Staatsbosbeheerder, naast ergernis over hun stupiditeit woede en plaatsvervangende schaamte voelde: hoe is het godsmogelijk dat lieden die beweren hart voor de natuur te hebben openlijk verkondigen dat de zwarte dennen in Schoorl met wortel en tak uitgeroeid moeten worden. De Statenleden zaten erbij alsof ze het een verloren middag vonden en de bosslopers kraaiden victorie. Uiteindelijk kwam er een onbevredigend compromis, waarmee niemand gediend is.
De hoorzitting kwam een half jaar te vroeg. Na de moord op George Floyd laaide een wereldwijd protest op tegen het racisme dat aan die moord ten grondslag lag. Opeens is iedereen zich weer bewust van het onrecht van discriminatie. De parallel is onmiskenbaar. Ook in Schoorl protesteren mensen tegen de moord op geliefde zwarte wezens en in hun strijd tegen de zwarte dennenmoordenaars hebben ze nu een nieuwe, ijzersterke slogan: ‘Black lives matter!

Op de foto de kale vlakte die over bleef na het slopen van het naaldbos. Op de achtergrond mocht nog een reepje bos blijven staan. Het mannetje in de rode jas is de schrijver van deze column.
(foto: Lenny Vis)

(Noot van de redactie: Hoeveel verdriet we ook hebben van de boskap, het leed dat gekleurde mensen wordt aangedaan vinden we nog erger.)

———————————————————————-

juni 2020: Op ons verzoek aan gedeputeerde Esther Rommel om een korte bijdrage, kregen we deze reactie:

Vriendelijk dank voor uw verzoek. Helaas kan ik niet ingaan op uw uitnodiging. Gezien de discussie bij verschillende partijen over de maatregelen in dit gebied wil ik als bestuursorgaan mijn onafhankelijke rol vasthouden. We communiceren via verschillende kanalen over dit onderwerp, maar vanwege mijn onafhankelijkheid kan ik dat niet doen op het platform van één van de partijen.
Ik hoop dat u daar begrip voor heeft.
Hoogachtend,
(Esther) A.S. Rommel, gedeputeerde Natuur, Landschap, Bodemdaling en Grond

———————————————————————–

juni 2020: burgemeester Peter Rehwinkel
Oud-Tweede Kamerlid en oud-burgemeester van Naarden, Groningen en Zaltbommel Peter Rehwinkel, schreef recent in de Volkskrant een gedegen opiniestuk over Suriname.

Verzot op het Schoorlse- en Noord-Kennemerduingebied!

Wat had ik als pas benoemd burgemeester al graag meer in Schoorl en zijn duingebied willen zijn! Helaas maakte Corona het niet mogelijk er veel op uit te gaan. Ervoor in de plaats: eindeloos achter het beeldscherm. Wel was ik, juist om de meest kwetsbaren in deze tijd een hart onder de riem te steken, bij woonzorglocatie Hoog Duinen. Met geluidsversterking en telefoon moest ik de bewoners bereiken, naar binnengaan lukte niet. En gelukkig zijn we na een digitale periode ook met de gemeenteraad weer fysiek gaan vergaderen in De Blinkerd. Goed om te zien dat meteen duidelijk bestuurlijk verantwoordelijkheidsbesef werd getoond!
Zal ik het dan maar verklappen? Toen ik al wist dat mijn burgemeesterscarrière zich na Naarden, Groningen en Zaltbommel mogelijk in Bergen zou vervolgen, zijn we stiekem een keer wezen wandelen in de duinen en op het strand bij Hargen. Het was prachtig winters zomerweer, en het terras van het strandpaviljoen bleek al geopend. Niks was nog zeker, maar ik durfde mijn echtgenoot Michel al wel te trakteren op warme chocomel en hazelnootschuimgebak. Ik dacht terug aan alle mooie momenten, soms in een oneindig ver verleden, die we in de gemeente Bergen hadden gehad, op zoveel verschillende plekken. Wandelend over het strand van Bergen aan Zee naar Schoorl. Een terrasje pakken bij het Klimduin. Dinerend op een zonovergoten avond bij een oud-collega in Camperduin. Even uitwaaien op een stormachtige zondagmiddag langs de Noordzee.
Op dat terras van strandpaviljoen Hargen realiseerden we ons weer: wat zijn de duinen hier toch hoog, het strand breed, en dan is er tegenwoordig ook nog die unieke lagune.

We reden weer weg van de parkeerplaats, even langs het witte kerkje bij Groet, en durfden ook nog boodschappen te doen bij Jumbo in Schoorl. Ze zouden me toch niet herkennen, ik moest immers de fractievoorzitters nog gaan ontmoeten? Maar ik begon me die middag alleen maar meer op een burgemeesterschap van Bergen te verheugen!
Het gaat er vast en zeker nu echt weer meer van komen, fietsen (nee, niet elektrisch!) in de Schoorlse duinen, wandelen door de dichte bossen en dan ook opnieuw hazelnootschuimgebak, omdat ik daadwerkelijk terug ging naar Noord-Holland, het burgemeesterschap van Bergen kwam er echt!
Normaal ben ik niet zo scheutig met het delen van privéfoto´s, maar vooruit: voor deze eerste gastcolumn verschaf ik het bewijs: deze burgemeester is zijn hele leven al verzot op het Schoorlse- en Noord-Kennemerduingebied!

Peter met echtgenoot Michel Zeegelaar op
het strand van Hargen aan Zee (privéfoto)

 

Reacties zijn gesloten.