gasten schrijven

Dit is de pagina waarop we maandelijks een plekje inruimen voor een politicus, wetenschapper, opiniemaker of actievoerder.

november 2020: Statenlid Remine Alberts

Kappen met kappen

We kunnen rustig stellen dat de komst van Henk Bleker als staatssecretaris voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in het kabinet Rutte I niet goed is geweest voor de natuur. Natuurlijk, we kunnen het hele kabinet verantwoordelijk stellen voor de verandering in beleid, maar zijn naam is onlosmakelijk verbonden aan de introductie van het ‘eigen broek ophouden’-principe. Voortaan was het not done dat de natuur alleen maar geld zou kosten: natuur moest ook geld opbrengen.

Organisaties die zich bezighielden met natuurbeheer moesten aan de slag met het bedenken van een verdienmodel voor het gebied waar zij verantwoordelijk voor waren. Aan de ene kant werden zij gedwongen, want de subsidiekraan werd langzaam maar zeker verder dichtgedraaid. Aan de andere kant had Henk Bleker het niet zo moeilijk, want binnen die organisaties kwamen mensen te werken die het eigenlijk wel met hem eens waren.

De nieuwe manier van denken, overgewaaid vanuit de Verenigde Staten, vond dat een kleine overheid beter was en dat allerlei publieke taken voortaan door “de markt” moesten worden opgelost. Zo zijn wij ook in Nederland terecht gekomen in een maatschappij waarin het openbaar vervoer, de elektriciteitsbedrijven, de post, de woningbouw, de zorg en dus ook de natuur, zoals dat zo mooi heet, op afstand werden gezet. Overbodig misschien om te zeggen dat de SP zich altijd heeft verzet tegen deze ontwikkelingen, omdat de kans dat het kind met het badwater zou worden weggegooid enorm was.

Het beheer van de Schoorlse Duinen wordt uitgevoerd door Staatsbosbeheer (SBB), zo’n op afstand gezette organisatie. Een deel van de inkomsten verkrijgt SBB uit de verkoop van gekapte bomen. Min of meer tegelijkertijd ontwikkelde SBB de visie dat bosbeheer het beste kon verlopen wanneer er grote percelen volledig worden kaalgekapt. Hoewel zij het zelf in alle toonaarden ontkennen dat die kaalkap-visie ook maar iets te maken met een verdienmodel, wordt dat lastig vol te houden als deskundigen stellen dat kaalkap funest is voor het oud worden van een bos. Een oud bos heeft een grotere biodiversiteit en is beter is staat om voor zichzelf te zorgen.

De kaalkapstrategie wordt ook in stelling gebracht in het stikstofdossier: in het geval van de Schoorlse Duinen zou verstuiving beter zijn voor het afvangen van stikstof. Maar dat is het paard achter de wagen spannen, want als je logisch nadenkt is er toch een veel betere methode? Voorkom dat er stikstofdepositie plaatsvindt! De allergrootste veroorzaker daarvan is – het is toch echt niet anders – de intensieve veehouderij. Pak die dan aan!

Misschien dat veranderingen op dit moment nog niet kunnen worden uitgevoerd. Dat heeft te maken met het huidige regeringsbeleid. Maar de kansen voor echte verandering zijn er. In maart zijn er Tweede Kamerverkiezingen. Mijn advies luidt dan ook: kijk welke partijen gaan voor verandering. Verandering in het stikstofdossier, verandering in natuurbeheer, maar net zo goed verandering in sociaal beleid, zorgaanpak, de volkshuisvesting. En breng uw stem daarop uit. De kans is dan heel reeel dat we voor de Schoorlse Duinen dan kunnen kappen met kappen.

Noot van de redactie over ‘het stikstofdossier’:
Verstuivende duinen zijn niet goed voor het afvangen van stikstof, juist bomen nemen veel stikstof (en CO2) op. De beoogde grijze en witte duinen hebben een veel lagere kritische depositiewaarde voor stikstof, dan de bestaande bossen.  Stuivende duinen zijn wel goed voor fijnstof, dat verspreiden ze geweldig.

 

oktober 2020: Statenlid Gerard Köhler

In 1964 verhuisde het gezin Köhler van Ruigoord naar Bergen. Mijn vader werd gestationeerd bij de bereden politie aan de Kerkedijk in Bergen. Bittere tranen en veel heimwee had ik naar dat kleine paradijsje waar de akkers werden bewerkt met Zeeuwse paarden en ik dagelijks in de stallen van de veehouders en kippenboeren was te vinden. Maar Bergen wende snel. En met de jaarlijkse meidenmarkt op het Klimduin en de broekengarage in Groet, waar je merkspijkerbroeken, met draaipijp, voor een paar gulden kon kopen, ontdekte ik ook Schoorl. Het duingebied wekte mijn interesse toen mijn vader vertelde over topless zonnende Duitse toeristen. Nu nam mijn vader mij niet daarvoor mee. Wel liet hij mij de reusachtige meeuwenkolonie bij het pas uitgegraven Vogelmeer zien. De meeuwen verdedigden hun nesten fanatiek. Jaren later werden eieren in olie ondergedompeld om de uitdijende kolonie in de perk te houden. Het Vogelmeer zag eruit als een bord erwtensoep, de omliggende heidevelden hadden het zwaar. Het hielp niets, net als nu weinig helpt tegen de groeiende ganzenpopulatie die het NH-landschap koloniseert. Pas met de intrede van de vos stierf de kolonie in korte tijd uit. Langs de weg kunnen we nu op borden zien hoe we met weggetrokken meeuwen die massaal in stad en dorp vertoeven moeten omgaan. Ook deed ik mee aan de konijnentellingen. Ze werden eveneens als plaag gezien en fanatiek bejaagd. Dat was spannend met de auto ’s nachts door het bos en tellen hoeveel konijnen zich blindstaarden in de koplampen. Van het ene jaar op het andere viel er nauwelijks meer te tellen. Wel zagen we de talloze lijkjes langs de Nieuweweg liggen. Het in laboratoria ontwikkelde Myxomatose- en VHS-virus hebben de konijnenpopulatie vrijwel vernietigd. Alleen op Ameland is nog een kerngezonde konijnenpopulatie.

Met het verdwijnen van de konijnenpopulatie veranderde het landschap razendsnel. De uilenballen die ik verzamelde kregen een andere samenstelling. Het werden er ook steeds minder. Vooral het Dr. Van Steijnbos was er in de jaren ’70 mee bezaaid.  De vergrassing van het duingebied sloeg toe, waardoor de stuifduinen verdwenen. Ook de fauna veranderde enorm. Niet alleen de uilen, maar ook tapuiten die in verlaten konijnenholen broedden verdwenen spoorslags. En er verdween meer. In de publicaties van boswachter Frank Nieuwenhuizen is dat goed te volgen. Andere soorten vestigden zich. In Schoorl zien we vooral de Amerikaanse vogelkers gedijen. Het is een nieuwe plaag. Die overigens goed in de hand is te houden met schapenbegrazing zoals in het NHD het geval is. Nu worden vooral exotische koeien ingezet. Vreemd eigenlijk. Koeien snoeien. En snoeien doet bloeien.  Zo zien we wel meer opmerkelijke ingrepen. Heidevelden worden afgeplagd om op armere grond terug te keren. Maar op die afgeplagde gebieden zien we lijsterbes, berk en de Amerikaanse vogelkers opbloeien. Het lijkt zinloos. Van doordacht beheer lijkt soms nauwelijks sprake. Het ontwikkelen van een, overigens fantastisch stuifduin aan de Verspyckweg is ook zoiets. Niet alleen moet het fietspad naar Bergen aan Zee nu geregeld schoongeveegd; het wandelende duin heeft inmiddels een heideveld ingenomen en bedreigt Drieduin 1, een studieplek van de Universiteit van Wageningen, juist bedoeld om te bestuderen wat er gebeurt als de mens niet ingrijpt in de natuur. Zo zijn er talloze voorbeelden die ik geregeld in de Provinciale Staten opvoer. Maar daar gaat het vooral over de verstikstof-fisering door boeren van het duingebied. Dat die stikstof uit zee komt en dat daar nu weinig tegen te doen is krijg ik maar niet tussen de oren. Maar ik geef niet op. Het duingebied is me te lief.

 

september 2020: Paddenstoelen expert Rob Chrispijn

MOED

Als het om de natuur gaat, kan ik mij soms vinden in de zegswijze: Elke verandering is een verslechtering, ook als het een verbetering is. Een pessimistisch motto dat goed weergeeft wat ik in de natuur hoop te vinden: harmonie, met kleine veranderingen op het ritme van de seizoenen. Geen kapvlakten, windmolens of een nieuw fietspad dwars door de hei.

Natuurliefhebbers zitten klem tussen twee partijen. Enerzijds zijn er de boeren die de afgelopen vijfhonderd jaar het Nederlandse landschap hebben vorm gegeven en de laatste vijftig jaar bezig zijn om het weer af te breken. Anderzijds heb je de natuurorganisatie die de natuur die ze zouden moeten beschermen en beheren vaak als uitgangspunt gebruiken om mooie nieuwe plannen te verwezenlijken. Ik weet niet waar je als natuurliefhebber meer last van hebt.

In de jaren ’90 deed ik vijf jaar lang onderzoek naar het voorkomen van paddenstoelen in Amsterdam. Deze stad heeft een aparte structuur doordat op een paar plekken het boerenland als een soort wig diep in het stedelijk gebied doordringt. Tot mijn verbazing merkte ik dat dit boerenland veel armer aan soorten was dan het centrum van de stad, waar in tuinen en de weinige plantsoentjes meer paddenstoelen te vinden waren dan in de sterk bemeste productieweilanden. De term ‘groene woestijnen’ deed opgang, want hetzelfde bleek ook voor vogels, planten en andere organismen te gelden.

In diezelfde tijd kwam ik graag in de bossen bij ons tweede huis in Drenthe. Deze werden op grond van hun omvang en kwaliteiten samengevoegd tot een Nationaal Park dat het Drents Friese Wold ging heten. De oprichting van dit Nationaal Park vormde het startsein voor grootschalige ingrepen. Er werd gegraven, geplagd en vooral ontzettend veel gekapt. Want de bomen die er stonden, waren niet de goede bomen. De sparren en dennen, ooit aangeplant voor de houtproductie, moesten plaats maken voor een savannelandschap met meer loofbomen. Dat sommige bospercelen inmiddels zeventig jaar oud waren en alleen al om die reden een bepaalde natuurwaarde vertegenwoordigden, werd niet als een belemmering gezien. Tegenwoordig bezoek ik dit gebied nog maar weinig, het is te pijnlijk.

Een zelfde herhaling van zetten vindt plaats in Boswachterij Schoorl: de aanwezige natuur moet verbeterd worden. Minder dennen, meer loofbomen, meer stuivend duin. Voor dit laatste is wel iets te zeggen, want het is in Noordwest-Europa een zeldzaam biotoop. Maar hoeveel stuivend duin moet je in een beperkt gebied creëren voor je als beheerder tevreden bent? Welke natuurwaarden wil je daaraan opofferen? In open, jong dennenbos groeien paddenstoelen die qua zeldzaamheid te vergelijken zijn met vogelsoorten als de ortolaan of de draaihals, superzeldzaam dus. Niettemin heeft het ontzettend veel moeite gekost om het beheer van de waarde ervan te overtuigen. En het is alleen te danken aan de grote publieke onvrede en protesten dat nog niet alle dennenbossen in de buitenste duinen gekapt zijn. Soms werd het argument gebruikt dat ze moeten wijken voor maatregelen in het kader van de PAS. Goddank heeft de Hoge Raad een streep getrokken door het misbaksel dat de Planmatige Aanpak Stikstof heette. Het idee dat je aangelokt door een zak met subsidiecenten als natuurorganisatie bereid bent om dit uit te voeren in een gebied als Schoorl waar samen met de Waddeneilanden de minste stikstof van Nederland neerdaalt, is beschamend. En alleen te verklaren doordat een organisatie als SBB financieel zo sterk afgeknepen is in het Bleeker-tijdperk. Hopelijk is SBB in staat om te doen wat voor ieder mens, elke groep, alle organisaties heel erg lastig is: op je schreden terugkeren. Tijdig inzien dat je heel veel mensen gelukkig maakt als je niet alle voorgenomen plannen ook daadwerkelijk uitvoert. Daar is moed voor nodig. Die is zeldzaam in deze tijd, maar ik blijf hoop houden.

Rob Chrispijn (Wenen 1944, gefascineerd door paddenstoelen)  is tekstschrijver en producer, maakte vijftien jaar  hoezen en publiciteitsfoto’s voor Harlekijn van Herman van Veen, voor wie hij ook veel liedteksten schreef (lees Rob Chrispijn  vijftien jaar liedteksten). In 2004 verscheen Nooit zongen vogels harder, een bundel met honderd van zijn beste liedteksten. Vanwege zijn liefde voor paddenstoelen was hij voorzitter van de Nederlandse Mycologische Vereniging, de vereniging van paddenstoelenliefhebbers en is inmiddels een groot kenner van paddenstoelen. Hij schreef Champignons in de Jordaan (1999) over paddenstoelen in Amsterdam en was een van de drie auteurs van het standaardwerk De Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe (2015). In 2018 verscheen Paddenstoelengeluk van zijn hand. 

 

 

augustus 2020: Commissaris van de Koning Arthur van Dijk

mijn passie voor de duinen
Rijk en noodzakelijk: de duinen zijn de gouden rand van de provincie

Toen ik aantrad als commissaris kende ik Noord-Holland al vrij goed, maar sindsdien heb ik in sneltreinvaart de vele kwaliteiten van de provincie van nabij leren kennen. Meestal uit hoofde van mijn functie.
Die kwaliteiten zijn divers. Ze liggen bijvoorbeeld in de uitgestrekte bollenvelden, een bovengemiddeld arbeidsethos, de charme van de voormalige Zuiderzeestadjes, en in de imposante waterwerken.
En ze liggen natuurlijk in de natuur en in haar rijkdom en verscheidenheid.

Duinen, stranden, bossen, hei, veenweidegebieden, water – we hebben het allemaal.

Ook privé zoek ik de natuur graag op. Om te joggen bijvoorbeeld. ‘Zitten is het nieuwe roken,’ hoor ik wel eens. Niet goed voor de gezondheid. Alleen al daarom beweeg ik graag.
Wandelen en genieten van de rust doe ik bij voorkeur in de duinen. Altijd dichtbij, want overal langs onze kustlijn is er immers aanbod genoeg. Van de Texelse duinen, de Helderse duinen, de Noordduinen, en de Schoorlse duinen, tot de Kennemerduinen.

Samen met leden van GS en PS hebben we vorig najaar op het Schoorlse strand de handen uit de mouwen gestoken om zwerfvuil op te ruimen. Dat deden we tijdens de wereldwijde campagne World Clean Up Day. Een mooi initiatief, en je krijgt dan heel sterk het gevoel dat een schonere wereld inderdaad bij jezelf begint.

De provincie Noord-Holland heeft allerlei relaties met de duinen.
Het is ons belangrijkste natuurgebied. Nergens anders vind je zoveel planten en dieren bij elkaar. Meer dan de helft van alle Nederlandse planten en dieren komt voor in de Nederlandse duinen, en dat terwijl de kustduinen maar 1% van het Nederlandse grondoppervlak beslaan. Zo broeden er bijvoorbeeld meer dan 140 soorten vogels.

De meeste van de Noord-Hollandse duinen vallen onder Natura 2000 vanwege het Europese belang van deze natuur. Daarnaast zijn grote delen van de duinen ook essentieel voor de zuivering van ons drinkwater. De provincie is grondeigenaar van een groot deel van de Noord-Hollandse duinen. Het beheer is in handen van het Provinciaal Waterleiding bedrijf, PWN.

Behalve voor de natuur, zijn de duinen ook een heel belangrijk recreatief gebied, om te wandelen te rennen, uit te waaien en te genieten. Landschappelijk zijn de duinen heel afwisselend: van strand, kaal duin, natte duinvalleien, en struweel, tot de rijke bossen van de binnenduinrand met zijn landgoederen.

De duinen zijn de gouden rand van de provincie.
Daarnaast is die gouden rand ook nog eens van enorm belang, omdat de duinen onze natuurlijke bescherming zijn tegen de stijgende zeespiegel.
Kortom, de duinen zijn niet alleen prachtig en rijk, ze zijn ook noodzakelijk.

Arthur van Dijk,
Commissaris van de Koning in de Provincie Noord-Holland

 

 

CvdK Arthur van Dijk bezig strandvuil op te ruimen op het strand van Schoorl tijdens de wereldwijde campagne World Clean Up Day

juli 2020: Oud SBB-manager Jacob Vis over de boskap in de Schoorlse Duinen  

Zwarte dennen

Honderd jaar geleden waren de Schoorlse Duinen een kaal en onherbergzaam gebied waarin zandstormen voor een hoop overlast zorgden in de aangrenzende dorpen Bergen, Bergen aan Zee, Schoorl en Groet. Na elke zandstorm moesten de inwoners een dikke laag zand van hun daken en uit hun tuinen scheppen en daar kregen ze schoon genoeg van. De beste manier om het zand te beteugelen was het te beplanten met bomen, maar de vraag was: welke bomen? De bodem was zo schraal en droog dat er maar heel weinig boomsoorten zouden kunnen groeien. De inheemse grove den die als proef werd aangeplant ging dood en hetzelfde lot onderging de zee den. Na lang zoeken vonden de bosbouwers twee uitheemse boomsoorten die goed bestand bleken te zijn tegen de barre leefomstandigheden: de Oostenrijkse en Corsicaanse den. Botanisch zijn het geen dennen, maar pijnbomen, maar in het spraakgebruik heten ze zwarte dennen en die naam past hen perfect. Donkere, bijna zwarte, diep gegroefde stammen en kronen met donkergroene naalden: een karakteristiek beeld dat in de loop van die eeuw zo vertrouwd werd in de Schoorlse Duinen dat het lijkt of ze er altijd hebben gestaan. De zwarte dennen hebben van het onherbergzame stuifduin een liefelijke oase gemaakt die door de inwoners van de beide dorpen in het hart is gesloten. En terecht. Wie in het zwarte dennenwoud wandelt of fietst en alle zintuigen openzet geniet van de heerlijke harsgeur, van het ruisen van de wind in de kronen en van het karakteristieke beeld van de donkere bomen tegen de lichte achtergrond van het duin.
Tot ecologen van Staatsbosbeheer en de provincie Noord-Holland een paar jaar geleden op de onzalige gedachte kwamen dat het dennenbos moest verdwijnen om weer plaats te maken voor stuifzand. Dat ze daarmee een woestijn creëren waarop niemand, behalve zijzelf zit te wachten is van ondergeschikt belang. Maar er gebeurde iets dat ze niet verwacht hadden: de bewoners van de dorpen kwamen in opstand tegen de sloopplannen en zochten steun bij Provinciale Staten. Ik was een van de insprekers bij de hoorzitting waar voor- en tegenstanders van behoud van het naaldbos hun zegje mochten doen. Een beschamende vertoning. De argumenten van de bosslopers waren zo belachelijk, dat ik, als oud-Staatsbosbeheerder, naast ergernis over hun stupiditeit woede en plaatsvervangende schaamte voelde: hoe is het godsmogelijk dat lieden die beweren hart voor de natuur te hebben openlijk verkondigen dat de zwarte dennen in Schoorl met wortel en tak uitgeroeid moeten worden. De Statenleden zaten erbij alsof ze het een verloren middag vonden en de bosslopers kraaiden victorie. Uiteindelijk kwam er een onbevredigend compromis, waarmee niemand gediend is.
De hoorzitting kwam een half jaar te vroeg. Na de moord op George Floyd laaide een wereldwijd protest op tegen het racisme dat aan die moord ten grondslag lag. Opeens is iedereen zich weer bewust van het onrecht van discriminatie. De parallel is onmiskenbaar. Ook in Schoorl protesteren mensen tegen de moord op geliefde zwarte wezens en in hun strijd tegen de zwarte dennenmoordenaars hebben ze nu een nieuwe, ijzersterke slogan: ‘Black lives matter!

Op de foto de kale vlakte die over bleef na het slopen van het naaldbos. Op de achtergrond mocht nog een reepje bos blijven staan. Het mannetje in de rode jas is de schrijver van deze column.
(foto: Lenny Vis)

(Noot van de redactie: Hoeveel verdriet we ook hebben van de boskap, het leed dat gekleurde mensen wordt aangedaan vinden we nog erger.)

———————————————————————-

juni 2020: Op ons verzoek aan gedeputeerde Esther Rommel om een korte bijdrage, kregen we deze reactie:

Vriendelijk dank voor uw verzoek. Helaas kan ik niet ingaan op uw uitnodiging. Gezien de discussie bij verschillende partijen over de maatregelen in dit gebied wil ik als bestuursorgaan mijn onafhankelijke rol vasthouden. We communiceren via verschillende kanalen over dit onderwerp, maar vanwege mijn onafhankelijkheid kan ik dat niet doen op het platform van één van de partijen.
Ik hoop dat u daar begrip voor heeft.
Hoogachtend,
(Esther) A.S. Rommel, gedeputeerde Natuur, Landschap, Bodemdaling en Grond

———————————————————————–

juni 2020: burgemeester Peter Rehwinkel
Oud-Tweede Kamerlid en oud-burgemeester van Naarden, Groningen en Zaltbommel Peter Rehwinkel, schreef recent in de Volkskrant een gedegen opiniestuk over Suriname.

Verzot op het Schoorlse- en Noord-Kennemerduingebied!

Wat had ik als pas benoemd burgemeester al graag meer in Schoorl en zijn duingebied willen zijn! Helaas maakte Corona het niet mogelijk er veel op uit te gaan. Ervoor in de plaats: eindeloos achter het beeldscherm. Wel was ik, juist om de meest kwetsbaren in deze tijd een hart onder de riem te steken, bij woonzorglocatie Hoog Duinen. Met geluidsversterking en telefoon moest ik de bewoners bereiken, naar binnengaan lukte niet. En gelukkig zijn we na een digitale periode ook met de gemeenteraad weer fysiek gaan vergaderen in De Blinkerd. Goed om te zien dat meteen duidelijk bestuurlijk verantwoordelijkheidsbesef werd getoond!
Zal ik het dan maar verklappen? Toen ik al wist dat mijn burgemeesterscarrière zich na Naarden, Groningen en Zaltbommel mogelijk in Bergen zou vervolgen, zijn we stiekem een keer wezen wandelen in de duinen en op het strand bij Hargen. Het was prachtig winters zomerweer, en het terras van het strandpaviljoen bleek al geopend. Niks was nog zeker, maar ik durfde mijn echtgenoot Michel al wel te trakteren op warme chocomel en hazelnootschuimgebak. Ik dacht terug aan alle mooie momenten, soms in een oneindig ver verleden, die we in de gemeente Bergen hadden gehad, op zoveel verschillende plekken. Wandelend over het strand van Bergen aan Zee naar Schoorl. Een terrasje pakken bij het Klimduin. Dinerend op een zonovergoten avond bij een oud-collega in Camperduin. Even uitwaaien op een stormachtige zondagmiddag langs de Noordzee.
Op dat terras van strandpaviljoen Hargen realiseerden we ons weer: wat zijn de duinen hier toch hoog, het strand breed, en dan is er tegenwoordig ook nog die unieke lagune.

We reden weer weg van de parkeerplaats, even langs het witte kerkje bij Groet, en durfden ook nog boodschappen te doen bij Jumbo in Schoorl. Ze zouden me toch niet herkennen, ik moest immers de fractievoorzitters nog gaan ontmoeten? Maar ik begon me die middag alleen maar meer op een burgemeesterschap van Bergen te verheugen!
Het gaat er vast en zeker nu echt weer meer van komen, fietsen (nee, niet elektrisch!) in de Schoorlse duinen, wandelen door de dichte bossen en dan ook opnieuw hazelnootschuimgebak, omdat ik daadwerkelijk terug ging naar Noord-Holland, het burgemeesterschap van Bergen kwam er echt!
Normaal ben ik niet zo scheutig met het delen van privéfoto´s, maar vooruit: voor deze eerste gastcolumn verschaf ik het bewijs: deze burgemeester is zijn hele leven al verzot op het Schoorlse- en Noord-Kennemerduingebied!

Peter met echtgenoot Michel Zeegelaar op
het strand van Hargen aan Zee (privéfoto)

 

Reacties zijn gesloten.