gasten schrijven

Dit is de pagina waarop we maandelijks een plekje inruimen voor een politicus, wetenschapper, opiniemaker of actievoerder.

Deze rubriek is in juni 2020 van start gegaan met een column van Peter Rehwinkel, destijds Burgemeester van Bergen NH.

 

medio januari 2012: Grethe van Geffen, geboren in 1962, Statenlid en lijsttrekker van de partij Namens Noord-Hollanders,

over Boskap, Samenwerking en Transparantie

Het probleem van de boskap in de Schoorlse duinen staat wat ‘Namens Noord-Hollanders’ betreft niet op zichzelf. Los van het feit dat ook wij ons grote zorgen maken over deze ongewenste en schadelijke boskap, maken wij ons zorgen over de mate waarin de provinciale politiek nog beïnvloed kan worden door bewoners en organisaties. We zien dat besluitvorming te ingewikkeld is geworden door samenwerkingsproblemen. Het zou eenvoudig moeten zijn: gaan we bomen kappen of niet. Vinden we dat nieuw stuifduin over een bestaand fietspad mag ‘wandelen’ of niet. Na een mail van de Fietsersbond februari 2021 dacht ik als Statenlid van de commissie Mobiliteit, ik ga gewoon eens kijken bij dat fietspad (klik om naar YouTube te gaan) en daar vragen over stellen. Want ik denk simpel: er ligt daar een belangrijke fietsroute en die moet zandvrij blijven zodat het niet exclusief voor de sportiefste passanten gereserveerd is. Wie dankzij een elektrische fiets nog kan fietsen of met een wandelwagen langskomt, moet er ook door kunnen en dit als recreatie ervaren.

Grethe bij het door PWN gemaakte stuifduin, dat steeds opnieuw over de Verspeyckweg wandelt

Fietspad
Tot zover de inhoud. Meteen was daar het eerste politieke verwijt: ‘We gaan er niet over’. Precies dat stukje fietspad is namelijk van PWN, het is dus indirect van de provincie Noord-Holland, maar het verlengde ervan richting Schoorl is van Staatsbosbeheer. De druk om dit op procedurele gronden niet aan te kaarten was nogal groot tot mijn verbazing. Het bredere provinciale belang van dit internationaal bekende en geliefde fietspad sneeuwde bijna onder in hokjes-denken.
Daarna volgde het interne provinciale gevecht over de portefeuilles. Wiens probleem was dit eigenlijk, was het van Mobiliteit of van Natuur? Daarbij hoorden dus andere bestuurders en ambtenaren. Uiteindelijk kwam er dan toch een ‘brede’ ambtelijke werkgroep. Toen ten langen leste besloten werd het fietspad regelmatig te vegen, werd dit niet meer behandeld in de commissie Mobiliteit maar in de commissie die over natuur gaat, zodat ik het bijna miste. Dit zette me aan het denken. Als je als Statenlid van de provincie Noord-Holland al zoveel moeite moet doen om iets te agenderen en te volgen en steeds niet proactief geïnformeerd wordt, hoe is dat dan als bewoner of stichting? Mijn bewondering voor mensen die desondanks proberen invloed uit te oefenen, is toegenomen.

Wel of geen bomenkap
Dit brengt mij bij een ander aspect dat de kwestie van de bomenkap blootlegt: de ondoorzichtigheid van provinciale democratie in de praktijk.
Ik herinner me nog goed de onrust die eind 2019 ontstond toen de Stichting ter behoud van het Schoorlse- en Noord-Kennemerduingebied erin slaagde een burgerinitiatief op poten te zetten. Maar liefst 8570 handtekeningen (op een benodigd aantal van 5000 – waarvoor compliment) stonden onder dit burgerinitiatief met als doel ‘Stop de boskap in de Schoorlse- en Noordkennemerduinen’. Dat liet niets aan duidelijkheid te wensen over.
Conform de regels kwam het op de Statenagenda op 3 februari 2020 en daarmee was het aan de Staten om erover te beslissen. Koortsachtig overleg achter de schermen in schorsingen tijdens de PS-bespreking leidden ertoe dat GS toch weer in overleg zou gaan met de initiatiefnemers hierover, hoewel dit overleg eerder tot weinig resultaat had geleid. (zie noot van de redactie) En dat brengt ons rechtstreeks tot de huidige situatie van onduidelijkheid over of het breken van afspraken over de boskap door PWN die nu alsnog voor 13.000 bomen, die daar gezichtsbepalend staan, dreigt in Bergen aan Zee.
Deze schichtige omgang met agenderingsinitiatieven van bewoners en organisaties hebben we ook gezien in het blokkeren van het tot driemaal toe aangevraagde referendum over het afschaffen van de afstandsnorm voor windmolens. De instrumenten die er in theorie in onze provincie zijn, werken in de praktijk niet, in elk geval niet in de afgelopen bestuursperiode. Daarmee dragen ze eerder bij aan het vergroten van de kloof tussen burger en politiek dan aan het verkleinen ervan.

Samenwerking met burgers kan beter
Kortom, de dreigende boskap waar ook Namens Noord-Hollanders. tegen is, is een politiek-inhoudelijk probleem maar bestudering van de gang van zaken legt ook een andere grote uitdaging voor de komende bestuursperiode(n) bloot. Dat is de bereidheid en het vermogen tot samenwerking van de provincie Noord-Holland: samenwerking tussen bestuurders intern, samenwerking met andere overheden en bestuursorganen, samenwerking met burgers en organisaties, en last but not least, hier transparant in zijn. Genoeg te doen dus, voor onze bomen en onze democratie.’ Meer over Namens Noord-Hollanders. kun je vinden op www.n-nh.nl).

Noot van de redactie
Er was geen eerder overleg geweest met gedeputeerde Esther Rommel, zij wilde niet spreken met de stichting. Dat was juist de reden waarom het burgerinitiatief werd gestart.

———-0000000000———–

januari 2023: Rien Cardol, geboren op 21 december 1952 in Hoorn, is Statenlid voor GroenLinks Noord-Holland. 

We hebben niet de wijsheid in pacht, het ‘echte’ verhaal over de natuur bestaat niet

mijn achtertuin
Sinds een aantal jaren vormt het Nationaal Park Zuid-Kennemerland mijn ‘achtertuin’. Als import-Haarlemmer komt ik er graag en veel. De prachtige uitgestrektheid, het reliëf, de wind, het zand, planten en dieren, de geuren en de geluiden, de altijd aanwezige zee: het verveelt nooit. En als provinciaal politicus mag ik me ook een mening vormen over het beheer.

een mening over natuur is nooit absoluut
Door mijn werk in de natuursector heb ik geleerd dat het ‘echte’ verhaal over de natuur niet bestaat. Natuur is een uiterst gecompliceerd organisme waarin elk afzonderlijk element andere onderdelen en daarmee het hele systeem beïnvloedt. In ons kleine land is ook de invloed van de mens nooit afwezig. Bescheidenheid in onze relatie tot natuur is nodig, maar het ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid die natuur naar beste weten te beheren al is het maar om de negatieve gevolgen van menselijke invloed te compenseren. Gelukkig hebben we hier deskundige organisaties voor, al zijn ook die niet onfeilbaar.

van een politicus mag je verwachten …
Van een politicus mag je verwachten dat die een overtuiging heeft die rekening houdt met diverse meningen en gevoelens, maar niet botweg tegen de wetenschappelijke consensus in gaat. Vanuit die houding heb ik 3,5 jaar geleden van harte meegewerkt aan een compromis over de bomenkap in de Schoorlse Duinen. Het Dr. van Steijnbos is gekapt, maar het Leeuwenkuilbos is voorlopig behouden. Laten we samen met beheerders, provincie, natuurliefhebbers en betrokkenen serieus evalueren wat de gevolgen zijn en met behulp van die kennis vervolgstappen zetten.

Mijn overtuiging, die ik deel met veel deskundigen, is dat het Nederlandse duinsysteem waanzinnig mooi en divers is, maar ook dat we er hard voor moeten werken om het systeem duurzaam en robuust te maken en te houden. Daarvoor moet de dynamiek behouden blijven: zand moet kunnen stuiven, wind en zout moeten kunnen doordringen tot diep in het gebied en de natuurlijke overgang van de zeereep richting de binnenduinrand moet zoveel mogelijk intact blijven. Met een bepaalde mate van openheid en ruimte voor grijze duinen dichtbij zee, duinbossen verspreid in het gebied en een diverse bosstrook langs de binnenduinrand.

jammer dat die bossen zijn aangeplant
Het is jammer dat we ooit vanwege onze behoefte aan hout voor de mijnen zoveel naaldbossen in de duinen hebben aangeplant. 
Sommige van die bossen zijn uitgegroeid tot prachtige en door bezoekers gewaardeerde stukken natuur, maar op sommige plekken hinderen ze de dynamiek en zorgen ze voor verdroging. Een relatief bescheiden ingreep zoals nu is aangekondigd door PWN kan weer frisse lucht geven aan het duingebied bij Bergen. Dat is goed voor de biodiversiteit, goed voor herstel en groei van de duinen en goed voor onze veiligheid. We gaan er wel vanuit dat PWN ook een begaanbare oplossing zoekt voor de Europese fietskustroute. zie red. noot

Laten we bescheiden blijven over onze invloed op de natuur, maar laten we doen waarvan we met de kennis van nu denken dat het goed is. En laten we samen leren van de gevolgen!     

 

Noot van de redactie
Een deel van de duinbossen is inderdaad aangeplant voor productie van hout voor de mijnen, maar lang daarvoor werden al naaldbossen aangeplant om de omliggende dorpen te beschermen tegen ‘het zandmonster’. De huidige bomen stammen daar van af, het zijn inmiddels oude bossen er zijn veel soorten paddenstoelen, varens en orchissen te vinden, evenals mierenkolonies en veel andere soorten insecten. De bomen bieden voedsel, nestgelegenheid en beschutting voor veel soorten vogels (o.a. kruisbek, havik) en reptielen (o.a. zandhagedis). De bomen spelen een grote rol bij het vastleggen van fijnstof, CO2 en stikstof en reguleren de waterstand. Er zijn in de duinen al zoveel bomen gekapt, ook door PWN, dat over grote delen van het gebied de wind allang vrij spel heeft.

———-0000000000———–

december 2022: Dennis Heijnen, geboren in Huizen en woonachtig in Amsterdam, is lijsttrekker en   fractievoorzitter van het CDA in Noord-Holland. Naast het fractievoorzitterschap houdt Dennis zich bij het Verbond van Verzekeraars bezig met duurzaam beleggen. Dennis denkt dat boskap nodig is voor de biodiversiteit. Lees hieronder zijn column:

We moeten de wereld om ons heen beter achterlaten dan we hem aantroffen

De wereld kampt met een klimaat- en biodiversiteitscrisis, maar in Noord-Holland wordt besloten tot bomenkap. Het klinkt supertegenstrijdig, maar is toch echt realiteit anno 2022. We hebben de aarde te leen en inherent daaraan de plicht om er met elkaar goed voor te zorgen. Om de natuur te beschermen zijn we hard bezig maatregelen te nemen tegen de klimaatverandering, zoals de twee miljard te planten bomen van Eurocommissaris Frans Timmermans. Ook in Noord-Holland hebben we een bossenstrategie, waarin we hebben afgesproken meer bomen te planten in Noord-Holland om bij te dragen aan het doel om voor 2030 10 procent extra bos bij te planten in heel Nederland. Waarom dan nu toch het Leeuwenkuilbos, het Frederiksbos en het Baaknolbos hier in de Schoorlse Duinen kappen?

We hebben niet voor niets met elkaar afgesproken de Natura-2000 gebieden, waar de Schoorlse Duinen onderdeel van uitmaken, te beschermen en te verbeteren. In deze gebieden gaat namelijk de biodiversiteit achteruit, en flink ook. Niet gek, want waar we in de jaren ’80 kampten met een monotoon duingebied, hebben we nu te maken met verdrukking van andere soorten door de destijds zeer enthousiast aangeplante naaldbossen in deze duinen. (zie noot 1)

Terug naar kalkarm gebied
Gaan we dan terug naar die monotone duinen? Als het aan het CDA ligt niet. We moeten terug naar een kalkarm duingebied, met grijsduine vegetatie, zoals het van nature was. Hiervoor is verstuiving van het zand nodig, en daarvoor dan weer wind, dit is ons bekend. Helaas zijn de bossen hierbij het grootste obstakel om de verstuiving vrij spel te geven. We moeten dus ingrijpen, dat staat vast. (zie noot 2)

Maar laten we alsjeblieft goed naar de staat van de natuur kijken en deze niet alleen de ruimte, maar ook de tijd geven om te herstellen. Grootschalig menselijk handelen heeft al genoeg sporen achtergelaten. Eenmaal gekapt kunnen we niet meer terug. Ja, deze naaldbomen horen hier van oorsprong misschien niet thuis, maar nu ze hier al decennia staan is het maatschappelijk belang van deze bomen zeer groot. De publieke discussie die opwaait over de omstreden kap is niet voor niets. De publieke opinie telt, wij zitten als Provinciale Statenleden ten slotte op deze stoel als volksvertegenwoordiger. Dat is letterlijk om de wil van het volk te vertegenwoordigen.

We moeten met elkaar tot een oplossing komen, met balans tussen mens, natuur en dier. Experts geven aan dat de biodiversiteit zeker niet vooruit, maar ook niet achteruitgaat als we de kap uitstellen, waarom dan niet gefaseerd implementeren en eerst de resultaten van de eerdere kap van het Dr. Van Steijnbos monitoren? Of in eerste instantie zoveel mogelijk plaggen om zo min mogelijk te hoeven kappen? De experimentele aard van deze grootschalig geplande kap strookt niet met de maatschappelijke waarde van de bossen. Laten we de balans herstellen en leren van het verleden om zo de wereld om ons heen beter achter te laten dan dat we hem aantroffen.’

Noten van de redactie
(1) De Schoorlse Duinen hadden in de jaren tachtig al grote aantrekkelijkheid voor omwonenden en toeristen, onder andere te zien aan de grote bezoekersaantallen. De duinen waren (en zijn) namelijk het enige bosrijke natuurgebied in de wijde omgeving. De dennenbossen waren lang voor die tijd geplant. 

(2) Hoe de duinen er ‘van nature’ uit hebben gezien, hangt af van de periode waar je naar kijkt. Na de ijstijd (12.000 jaar geleden) was heel Holland (inclusief het huidige duingebied) begroeid met naaldbossen, die langzaam veranderden in gemengd bos. Door menselijk ingrijpen verdwenen de bossen, ook uit de duinen. Ze werden verstookt en maakten plaats voor huizen, vee en landbouwakkers. Om de overlast van het vrijgekomen sterk stuivende zand te beperken, werd aangeplant. In arme tijden werd weer gekapt en zo was het duingebied afwisselend kaal en begroeid. Na de Franse tijd was er weinig begroeiing over, de omliggende dorpen werden gezandstraald. Alle pogingen om aan te planten mislukten, tot rond 1850 (Staring) werkte met een mix van dennensoorten. De Heidemij en vanaf 1900 ook Staatsbosbeheer zijn daar mee doorgegaan. De huidige kaplust komt voort uit een behoefte om terug te gaan naar de situatie van 1900, zoals je die kunt zien op oude schoolplaten. De omstandigheden waren toen echter compleet anders: een minder grillig klimaat, veel minder stikstofdepositie, veel minder bezoekers, geen rijwielpaden, geen mtb-routes, geen vossen, geen grote grazers etc. De ‘verdwenen’ flora en fauna zou door de kap een kans moeten krijgen om terug te keren. Maar … meer dan 50% van het gebied is al open, daar hebben wind en zand al vrij spel. Waar blijven die soorten dan toch? De Mariaweg werd tot een paar jaar geleden afgesloten tijdens het broedseizoen. Die broedende vogels zijn niet plotseling verdwenen door uit de grond schietende bossen, die bossen waren er al lang. Ze zijn verdwenen door de grote machines die onder andere de Mariavlakte en het Klein Ganzenveld omvormden.

———-0000000000———–

november 2022: Ingrid de Sain, geboren in 1969 in Zeist, is lijsttrekker voor BBB in Noord Holland. 

Kappen nu… met kappen en geen grijs stuifduin!

‘Wandelen door de bossen, genieten van de rust, vogels en wisselende kleuren in het najaar. Hoelang kunnen we hier nog van genieten? 
Aan de Nederlandse kust staan de bomen in de uitverkoop. Er staan heel veel bomen in het Noord-Hollands duingebied die gekapt gaan worden om grijs stuifduin te realiseren. BBB Noord-Holland zegt dan gelijk: kappen nu! En dan niet in de letterlijke zin, maar figuurlijk: ophouden en de bomen laten staan. Het kan toch niet zo zijn dat door een pot provinciale subsidie een groot deel van de bomen gekapt gaat worden ten behoeve van “wensnatuur’?

Bescherming
Deze bomen staan er niet zonder reden. De bomen hebben een zeer belangrijke functie in het duingebied. Deze bomen zorgen er namelijk mede voor dat de temperatuur lager blijft. De bomen zorgen er ook voor dat er geen zand vanuit de duinen naar het binnenland waait, en daar voor overlast zorgt. Ze houden het zand vast en bieden bescherming tegen weer en wind.

Er zijn veel mensen die tegen deze houtkap zijn. Inspreken bij de provincie en gemeenten heeft tot nu toe erg weinig opgeleverd. BBB Noord-Holland wil dit graag anders zien. BBB Noord-Holland is een van de weinige partijen die in het verkiezingsprogramma opgenomen heeft dat het plan tot de kap van de bossen in de duinen dient te worden herzien. Om dit te kunnen veranderen is hier wel een meerderheid voor nodig. Het helpt dan ook wanneer de stemmers BBB stemmen bij de komende provinciale statenverkiezingen op 15 maart 2023 dan wel een andere partij die dit ook van plan is. 

BBB NH is tegen de bomenkap in het duingebied. Wij zullen onze uiterste inspanning leveren om de bomen in het Hollands duingebied te beschermen. BBB NH wil verder niet dat grote windmolens worden geplaatst in de vogelgebieden aan de kust in het kader van de Regionale Energiestrategie. BBB NH wil verder graag het Noord-Hollands landschap behouden, waaronder de plattelands dieren als paarden, koeien en schapen. Verder vinden wij het belangrijk dat er goed openbaar vervoer is, ook in gebieden buiten de steden.  

Toekomst
BBB NH waardeert de inspanningen van de Duinstichting in heel Noord-Holland, van Camperduin tot aan Wijk aan Zee en wat zij de afgelopen zes jaar heeft gedaan om de bossen in de Schoorlse Duinen en het Noordhollands Duinreservaat te beschermen. BBB NH vindt het belangrijk om samen met de burgers, bedrijven, overheid en organisaties zoals de Duinstichting samen op te trekken om de problemen van nu en de toekomst het hoofd te kunnen bieden.’ 

———-0000000000———–

22 oktober 2022: Deze keer is een extra gastcolumn geschreven door drs. G.H.  Köhler (Gerard), geboren in 1956 en opgegroeid in Bergen. 

Bomenkap PWN: Ondoordacht, onverwacht, ongewenst

De provincie stelt jaarlijks ongeveer 150 miljoen beschikbaar voor het beschermen en beheren van de groenstructuur in onze provincie. Het overgrote deel daarvan gaat naar het Natuur Netwerk Nederland en Natura2000. Bij elkaar ruim 50.000 te beheren hectare. Voor elk beheertype zijn tarieven vastgesteld. Zo ontvangt een beheerder van houtwallen bijna 5.000 euro per hectare per jaar, voor voedselarm trilveen ruim 3000 euro per jaar en die van schraal grasland 2600 per jaar. Voor duinbos ontvangt een beheerder 124 euro per jaar. Als het productiebos is 50 euro meer. Voor Open Duin is het tarief 368 euro per jaar. Maar voor een vochtige duinvallei bijna vijf keer zoveel. Ruim 1600 euro. Een cynicus zou op de talloze recent uitgegraven ‘duinmeertjes’ kunnen wijzen. Temeer omdat voor het uitgraven van zo’n meertje een flinke subsidie uit weer een ander potje beschikbaar is. In dat potje zit nog weer 30 miljoen per jaar.

Omvormen levert geld op
Uit dat potje gaat de komende jaren bijna 10% naar het ‘Aanvalsplan grutto’.  Daarvoor worden in onze provincie twee gebiedjes ingericht voor de gewenste 25 ipv 10 broedparen. Iedereen kan op z’n klompen aanvoelen dat dit niet gaat lukken. Niet in de laatste plaats omdat de jacht in het gruttozomerverblijf Afrika op onze nationale vogel verhevigd is. Ze vreten daar de rijstaanplant op en worden door de boeren gehaat en intensief bejaagd. Een goed belegde boterham van belanghebbenden bij het omvormen en beheren van lokale natuur gaat soms zomaar ten koste van een karig belegde boterham elders. Daarbij is door experts de grutto al min of meer opgegeven. En er loopt nog een eerder ‘aanvalsplan weidevogels’ dat tot nu toe weinig resultaten laat zien.

Waddenfonds grabbelton
In Nederland zijn talloze ingenieursbureaus, adviesbureaus en loonbedrijven betrokken bij het natuurbeheer. Geliefd bij de meesten van hen is het Waddenfonds dat als een grabbelton te boek staat. Maar er zijn dus heel wat meer van die fondsen en budgetten. Gesteund door allerlei andere ‘aanvalsplannen’, waar het Brusselse Natura2000 wel bij iedereen bekend is, worden jaarlijks nieuwe plannen om uit geschiedenisboeken geputte, gewenste op de tekentafel ontworpen natuur te vormen. Liefst natuur van eeuwen geleden die al jaren niet meer bestaat. Voorbij wordt gegaan aan demografische, infrastructurele (Schiphol) en industriële (Tata) invloeden. En dat de natuur zijn eigen plan trekt.

De Kerf
We kennen allen het voorbeeld van de Kerf. Doel was om hier een Texelse slufter aan te leggen. De Kerf is dichtgewaaid. Evenals de recentere sleuven in Zuid-Kennemerland. Daar is men zelfs verbaasd over de snelheid waarmee zich dat dichtwaaien voltrekt. In de Putten werden dwergganseieren uit Noorwegen gehaald en in nesten van grauwe ganzen gelegd. Daarna werd de Putten N2000 gebied. De dwergganzen hebben zich elders gevestigd. Ze zijn vervangen door de aalscholvers, die op hun beurt samen met de lepelaars, die er al meer dan 100 jaar verbleven, door ganzen uit het Zwanenwater zijn verdreven. Een nieuw project is om de inmiddels ernstig vervuilde meertjes (een gans poept om de drie minuten) in het Zwanenwater te lijf te gaan. Een paar weken geleden hebben we kunnen lezen dat de exotische koeien en paardjes in onze duinen geheel niks toevoegen aan de verschralings- en verstuivingsplannen. Sterker: ze blijken zelfs contraproductief.

Kapplan PWN slachtoffert mooiste wandelpad
De 16 hectare bos in het Noordhollands Duinreservaat bij Bergen aan Zee die PWN wil kappen, zal niet leiden tot wensnatuur. Wel wordt het mooiste wandelpad in het Noordhollands Duinreservaat geslachtofferd. Wat ervoor terug gaat keren kunnen we 100 meter verder aanschouwen. Een kunstmatig met Europese subsidie aangelegd wandelend duin. Het is mooi, maar doods er groeit en leeft niks. Wel wat helm. En vogelkers. Die gaan de slag winnen en nog dit decennium het gewenste wandelende duin een halt toeroepen.

Pleit ik er nu voor om helemaal niets te doen? Integendeel. Onze mooie duinen worden overgenomen door exoten. De vogelkers, de nijlganzen, de rivierkreeften en nog veel anderen. Pak die aan. Doe wat nuttigs. Bestrijdt die vogelkers niet met glyfosaat, maar met terreurbegrazing door geiten en zorg ervoor dat konijnen hun eeuwenoude rol weer op zich kunnen nemen. Geen gewichtig plan, niet flitsend, je hebt er geen zware machines voor nodig en er komt geen dik belegde boterham voor terug. Maar het werkt bewezen. En het houdt ons geliefde duingebied beter in stand dan de zaagmachine.

 

———-0000000000———–

oktober 2022: Natuurgids Jos Veel (Alkmaar, 1945).  Al bijna een halve eeuw bewoner van Schoorl en bezoeker van de Schoorlse Duinen. 

Bomen in de Schoorlse Duinen geven zuurstof, koelte, zuivering en rust

Wulp, nachtzwaluw en zandhagedis 
Veranderingen in de natuur geven altijd spanningen. Een metafoor voor het leven, maar ook een natuurproces, waarbij altijd ontwikkeling plaatsvindt in de kalkarme duinen langs de zeereep tot aan Den Helder. Een duinrand met een zeldzaam N2000-ecosysteem.   De houtvester was verantwoordelijk voor onderhoud en plichtmatig dunnen van de bossen. De boswachter daarentegen monitorde planten en dieren, ging stroperij tegen, bewaakte de meeuwenkolonie en sprak bezoekers aan als ze buiten de paden liepen en wees op de kwetsbare soorten, zoals de wulp. Landschapsecologe Marie-José Stoop (geboren en getogen Groeter) vertelt dat de wulp een kwetsbare vogel is, die zeer snel wordt verstoord. Net als Jos, vindt Marie-José het vernielen van grote unieke bossen in de wereld dan ook verschrikkelijk. Tenslotte zijn bomen onze groene longen, ze geven zuurstof, veel voedsel en zorgen voor koelte, zuivering en rust. Jos wijst op de bosbranden in Australië en niet te vergeten in Californië. Maar ook in Schoorl zijn de bossen en heidevelden in 2009, 2010 en 2011 geteisterd door branden. Daarbij ging veel bos verloren, waarvan maar een heel klein deel door vrijwilligers mocht worden vervangen. Jos heeft vertrouwen in herstel van unieke mossen en heidevelden, die de mogelijkheden voor nachtzwaluw en duinhagedis vergroten, en geen gevaar voor stuifzand (voor o.a. fietsers, wandelaars en omwonenden) zullen vormen.

Koekoek, vleermuis, eekhoorn, boommarter en Dennenorchis
Geniet daarom van de bossen in de Schoorlse Duinen net als jaarlijks bijna drie miljoen bezoekers. Des temeer omdat de Schoorlse Duinen zoveel voor dieren en planten te bieden hebben. Bij het Van Steijnbos waren voor de kap 169 verschillende paddenstoelen-soorten te zien. Gelukkig zijn die soorten nog te bewonderen in de andere bossen, zoals het Leeuwenkuilbos, het Frederiksbos en het Baaknolbos. Niet voor niets behoren de Schoorlse dennenbossen tot de meest unieke paddenstoelengebieden van Nederland en zo herbergen de duinen meer geheimen. De koekoek gaat landelijk gezien achteruit, maar kun je juist in de Schoorlse Duinen op veel plekken horen roepen in de bosranden en de aanliggende heide met opslag, zoals in en rond het Leeuwenkuilbos. In het broedseizoen kun je bij het Baaknolbos sinds jaar en dag het geheimzinnige nachtelijke geluid van de beschermde nachtzwaluw horen. Tel daarbij op de vele soorten vleermuizen die je in de schemering ziet uitvliegen, de eekhoorns die zich in aantal voorzichtig lijken te herstellen en de boommarter die steeds vaker gezien wordt door wandelaars. Deze dieren profiteren van de grote oppervlakte aaneengesloten bos in de binnenduinrand.

Eldorado 
Als je geluk hebt zie je al wandelend een wegschietende zandhagedis en voor de floraliefhebber is de bijzondere Dennenorchis een lust voor het oog. Kortom, het is hier een Eldorado. Het bos als beleving raad ik iedereen aan. Veel daarvan is terug te vinden in mijn Schoorls Wandelboekje.

(deze column is met instemming van de auteur door de redactie aangepast)

———-0000000000———–

september 2022: Nieuw bestuurslid Patty Rikumahu – Rooswinkel, woonachtig in Heemskerk. De laatste jaren is Patty zich gaan verdiepen in het hoe en waarom er zoveel dennenbomen worden gekapt. De titel van haar column is:

Water naar de zee dragen

De vraag aan mij om een stukje van 600 woorden te schrijven om mijzelf voor te stellen als nieuw lid van het bestuur aan de Duinstichting is een denkertje voor mij. Wat is belangrijk om te weten voor andere over mij? Mijn naam is Patty Rikumahu – Rooswinkel en ik ben woonachtig in Heemskerk. Leeftijd van 60 jaar en inmiddels oma, voel mij daardoor nog meer verantwoordelijk voor de natuur. Ik wandel graag in de Heemskerkse duinen en doe dit vaak met een wandelvriendin of mijn man. De laatste jaren ben ik mij gaan verdiepen in het hoe en waarom er zoveel dennenbomen worden gekapt. Er was een diep gevoel in mij, dat dit niet klopte. De uitleg die PWN in die tijd gaf aan bezoekers van Noordhollands Duinreservaat was een simpel model over de zee, grijs duin en de groene strook tot aan het bewoond gebied. Mooi praatje, maar ik vond de reden om alle dennen te kappen echt te ver gaan. Ik vond andere mensen die ook betrokken waren bij de bomenkap en vormde een groepje waar we op zoek gingen naar het hoe en waarom van de kap. De Facebookpagina ‘het naaldbos in ons duingebied moet behouden blijven’ is een onderdeel van dit groepje uit Heemskerk en Uitgeest. In Schoorl werd toen al flink actie gevoerd tegen SBB en PWN  betreffende het wegkappen van de dennenbossen. Handig leek het om ons te verenigen en een van ons werd toen lid van het bestuur de Duinstichting. In deze groep mensen is behoorlijk wat kennis over de achterliggende geldstromen, beweegredenen en hoe de dennenbossen ons eigenlijk een grote dienst bewijzen. Ik was niet op de hoogte van wat bijvoorbeeld de PAS-regeling inhield. Nu weet iedereen inmiddels in Nederlands dat we een stikstofprobleem hebben. Maar dat er zoveel subsidie naar de natuurbeheerders ging en daar natuur mee werd omgevormd was voor mij abracadabra. Grote machines reden af en aan in de winter.  Heel veel verstoring van de bodem en de rust. Grote wagens vol zand werden er weggereden. Bomen en houtpulp, waar ging het heen? Wat bracht het op? Wie werd daar beter van? Ondertussen werd er door onze regering gesjoemeld met stikstofuitstoot op papier. In de duinen werd de stikstof op papier minder, vervolgens konden er op andere plekken weer vergunningen worden vrij gegeven. Inmiddels zijn we een paar jaar verder, in Heemskerk wordt er nog steeds elke winter een stuk bos dat verwijderd, de komende winter ook. Mijn insteek als lid van de Duinstichting is om meer op te komen voor het gedeelte van de duinen dat eigenlijk in de buurt van Heemskerk/Castricum ligt. Rondom het zweefvliegveld ligt nu het plan om ook dennenbos te kappen. Met de Schoorlse Duinen ben ik niet zo bekend, dit is meer het terrein van de andere bestuursleden. Inmiddels zijn in het hele land actiegroepen en hebben zich mensen verenigd om het huidige bomen- en bossen bestand te beschermen. Voor mij en voor de generaties na mij hoop ik dat we in Nederland bij ons positieve verstand komen en stoppen met bomen kappen. En zorg te dragen voor wat erbij geplant wordt. Dat deze jonge boompjes ook de kans krijgen te gaan groeien. Er is nu veel gaande over stikstof, niemand weet precies de oplossing, ik ook niet maar ik geef niet op. Ik hoop dat de politiek er zich beter in gaat verdiepen en ook naar de burgers gaat luisteren, wat betreft de voorlichting van de natuurbeheerders blijf ik sceptisch maar zal toch ook blijven praten met boswachters en anderen van PWN om samen tot betere oplossingen te komen om de biodiversiteit te beschermen en toch de dennenbossen te laten staan. Grijze duinen zijn er nu genoeg langs de Noordhollandse kust en eerst maar eens kijken wat de zogenaamde omgevormde Natuur ons de komende jaren gaat brengen.
Als de stikstofuitstoot en -neerdaling niet minder worden, is het water naar de zee dragen.

———-0000000000———–

augustus 2022: Deze keer schrijft Jos Teeuwisse (Den Haag, 1948, woonachtig in Castricum). Samen met Lia Vriend stond Jos aan de basis van het Oer-IJ-initiatief.  Hij vertelt onder de titel:

Het verborgen landschap van het Oer-IJ

Tot het begin van onze jaartelling slingerde er een rivier vanuit het voormalige Flevomeer naar de Noordzee. Die rivier, het voormalige Oer-IJ, heeft het landschap in het gebied tussen Alkmaar, Amsterdam en Haarlem gevormd en is tot op de dag van vandaag nog altijd van invloed op het gebruik van de ruimte in dit gebied. Als je dit eenmaal weet, kun je het ook zien. De naam Oer-IJ is al meer dan 50 jaar oud, maar pas sinds tien jaar is er onder deze naam een stichting actief die, bij publiek en politiek, ijvert voor aandacht en bescherming van de bijzondere kwaliteiten van dit gebied.

Variatie aan landschappen 
In 2013 werd door een aantal bij het landschap betrokken bewoners uit de omgeving van Castricum een initiatief gestart om meer aandacht te genereren voor het open landschap in Kennemerland, IJmond en Zaanstreek. Deze op het oog zeer verschillende landschappen blijken in hun ontstaansgeschiedenis meer gemeen te hebben dan nog altijd wordt gedacht. De belangrijkste kwaliteiten van dit gebied zijn de grote variatie aan landschappen en daarmee ook aan biodiversiteit en erfgoed. Zo ontstond Stichting Oer-IJ.

Stichting Oer-IJ kijkt naar het gebied op het niveau van het landschap, waar ecologie, economie en erfgoed (3 E’s) samenkomen. Een landschap dat voortdurend in verandering is door menselijke activiteiten en natuurkrachten. Een landschap waarin de hele ontwikkelingsgeschiedenis van de kern van Holland nog afleesbaar is. De stichting vraagt bij dat continue veranderingsproces juist aandacht voor de kwetsbare waarden van het landschap, de ecologie en het erfgoed.

Meer dan 50 vrijwilligers vormen de basis van Stichting Oer-IJ. Die vrijwilligers zijn op meerdere terreinen actief zoals door inbreng te leveren bij belangrijke ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook het verzorgen van rondleidingen, geven van lezingen, het laten verschijnen van publicaties (routes en boeken) en het onderhouden van een uitgebreide website. We noemen onszelf een “Kennis en Netwerk-organisatie”. Onze methode is niet het voeren van actie, maar het aandragen van relevante informatie, vooral binnen ons netwerk.

Jos in de weer met zijn verrekijker

De afgelopen tien jaar zijn we vooral bezig geweest met “het op de kaart zetten” van het Oer-IJ gebied. De bekendheid van het fenomeen Oer-IJ is nu bij veel bewoners en bestuurders in ons gebied best goed. De komende tien jaar willen we ons vooral gaan richten op de grote actuele thema’s als biodiversiteit, klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie (landbouw), en bescherming van de kwaliteiten van het landschap. Toch zullen we ook aandacht moeten blijven geven aan een degelijk draagvlak voor dat landschap door promotie via excursies, publicaties en het verder uitbouwen van onze website www.oerij.eu als de plek waar belangstellenden, scholen en professionals hun informatie kunnen vinden.

Dan ligt daar nog jullie retorische vraag: Ingrijpen in de natuur? Bomenkap of niet? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Wij kijken naar het gebied op het niveau van het continu veranderende landschap en dat betekent dat bij iedere ingreep moet worden gekeken of de 3 E’s in evenwicht met elkaar blijven.

———-0000000000———–

Juli 2022Joop de Wit (Gouda, 14 januari 1948) schreef voor ons deze column (en maakte de foto’s):

In de ban van de natuur in de Schoorlse Duinen

Paardenbijter

Wat kun je als natuurliefhebber beter wensen dan in Schoorl verblijven en vrijwilliger te zijn bij SBB als natuurgids? Sinds een jaar of negen leid ik mensen in alle leeftijden rond in de schitterende natuur van de Schoorlse duinen. De vaste programma’s zijn op de website te vinden, maar ik ben ook rondleider voor familie-uitjes, mensen die vergaderen en daarna een of meer uurtjes de benen willen strekken, scholen met kennismakingsdagen, afsluiting van een schooljaar, enzovoorts. Mijn eigen interesses lagen en liggen bij paddenstoelen en wilde planten, maar daar zijn, voor andere delen van het jaar, ook insecten bijgekomen (met name libellen en vlinders) en zandhagedissen en nachtzwaluwen. Tevens probeer ik veel collega-vrijwilligers extra natuurkennis bij te brengen met lezingen en excursies, zodat zij in hun werk beter vragen kunnen beantwoorden. Om al die lezingen en excursies te kunnen geven loop ik zelf heel vaak door dit geweldige gebied om te noteren wat er aan flora en fauna te vinden is (en wat ik dan als zelfstudie thuis allemaal op zoek). Het hele jaar door maak ik veel foto’s in de natuur, vooral macrofotografie (opnamen zeer dichtbij, red.) heeft mijn warme belangstelling.

Lantaarntjes in copula

Volwassen libelle
In het voorjaar en zomer maak ik veel wandelingen: ik kan ontzettend genieten van de voorjaarsplanten en ontluikende knoppen van bomen en van de vele insecten die dan tevoorschijn komen. Met name in juni komen vanuit vennen en meertjes vele prachtige soorten libellen en juffers uitsluipen (de metamorfose van larve in het water tot volwassen libelle of juffer).

Vanaf het voorjaar zijn ook de zandhagedissen weer te zien. Met enig geduld en voorzichtigheid lopen ze voor je lens langs als je op de juiste plaatsen met je fototoestel op de grond ligt. Juli is de tijd voor de dennenorchis, een orchidee die in Nederland zeldzaam is, maar in Schoorl met tienduizenden exemplaren voorkomt vanwege de relatief oude dennenbossen. Je moet er wel voor op je knieën. En dan wordt het augustus, waarin de vele heidevelden (de natuurlijke begroeiing van onze kalkarme zandgrond) paars kleuren en waar het dan zoemt van de vele bijen en andere insecten. Als je daar niet blij van wordt.

In de herfst ben ik bijna elke dag onderweg met excursies over paddenstoelen die gelukkig nog veel in

Geschubde inktzwam

het Schoorlse gebied te vinden zijn. Die glunderende kinderen, als ze vliegenzwammen (de bekende rood met witte stippen) zien staan, geweldig! Ook zijn er excursies voor mensen die al het nodige van paddenstoelen weten, waarbij wat meer over typische eigenschappen en groeiplaatsen wordt verteld. Ook is er een paddenstoelendag met lezing, maaltijd (champignonsoep o.a.) en een excursie.

Achter het Buitencentrum van Staatsbosbeheer wordt elk jaar een paddenstoeltafel ingericht (en frequent ververst) met algemene soorten die in de Schoorlse Duinen te vinden zijn. Voor die tafel is altijd grote belangstelling met veel vragen over onder andere eetbaarheid en giftigheid van paddenstoelen. Vragen die dan uiteraard beantwoord worden.

Joop maakt veel foto’s

Het overdragen van natuurkennis en natuur-fascinatie zit mij in het bloed en dat geeft mij veel energie. In de late herfst en winter ben ik in mijn eigenlijke woonplaats, wachtend op het volgende voorjaar.

En oh ja, ik ben niet principieel tegen het kappen van (dennen)bomen, ik ben er vooral vóór dat de Schoorlse natuur mooier en beter wordt (of op z’n minst hetzelfde blijft) en dat de biodiversiteit toeneemt (of eigenlijk flink toeneemt).

 (Noot van de redactie over ‘mooier maken van de natuur’. Mooi is een subjectief begrip, daar kan ieder het zijne/hare van denken. Maar de door Joop genoemde flora en fauna, die van de dennenbossen en hun luwte afhankelijk is (zoals de dennenorchis), moet wel in de Schoorlse Duinen blijven.)

———-0000000000———–

Juni 2022Frank Nieuwenhuizen (Schoorl, 1960), fotograaf en ‘zoon van de boswachter’ 
Frank noemt het Leeuwenkuilbos een voorbeeld hoe een knoestig bos zich staande houdt in de strijd met de elementen. Zijn column gaat over dit bos onder de titel:

Het Leeuwenkuilbos, een uniek stukje landschap

Regelmatig wordt mij gevraagd naar mijn mening omtrent de bomenkap in de Schoorlse duinen. Mogelijk heeft het feit dat mijn vader hier lange tijd de boswachter was, hiermee te maken.

Wat mij steeds vaker opvalt aan deze kwestie, is dat veel mensen het onderscheid niet kennen tussen de zogenaamde ‘dunningen’ in de binnenrand en de kap in het westelijk duingebied. In het eerste geval gaat het om het verwijderen van een percentage dennen om een meer gevarieerde begroeiing mogelijk te maken. De gunstige resultaten van dit ‘dunnen’ zijn inmiddels vrijwel overal duidelijk waar te nemen. Volgens mij levert een gemengd loof-/naaldbos een veel grotere biodiversiteit op dan een bos dat uitsluitend bestaat uit dennen. Het gefaseerd kappen van deze dennen gebeurt op advies en onder begeleiding van deskundigen van de beheerseenheid Schoorl van Staatsbosbeheer, ook al wordt daar heftig tegen geprotesteerd.

zandhagedissen leven in de bosranden

Het kappen van de dennen in het westelijk duingebied echter is een onderdeel van het grote Europese plan dat gepresenteerd wordt vanuit Brussel onder de vage titel ‘Natura 2000’. Staatsbosbeheer heeft hierin slechts een uitvoerende rol. Protesteren tegen deze plannen, laat stáán weigeren om ze uit te voeren zijn, zoals u zult begrijpen, geen optie. In Brussel en Straatsburg worden de regels voor héél Europa gemaakt. Al geruime tijd geleden heeft een aantal “bosregenten” in Brussel bedacht dat er in Schoorl méér stuivende duinen moesten komen.  [zie red. opmerking hieronder] De gedachte hierachter is dat het gebied zodoende meer in de “oorspronkelijke staat” zou worden teruggebracht. En wat mij betreft wringt dáár dus vooral de schoen. Immers, wát is die oorspronkelijke staat precies? In de 15e en 16e eeuw was een flink deel van het duingebied namelijk begroeid met bomen (voornamelijk eiken). En juist eikenhout bleek buitengewoon geschikt om er schepen van te maken en dus werden die, op last van onder andere de VOC massaal gekapt waardoor inderdaad een stuivend zandlandschap achterbleef. Dit bleef zo tot ongeveer 1860. Om dat stuiven tegen te gaan werden toen uitheemse boomsoorten binnengebracht omdat die beter bestand bleken tegen de barre omstandigheden. De meest succesvolle waren, naast de Amerikaanse vogelkers en het Amerikaans krentenboompje, vooral een aantal dennensoorten. Met als resultaat dus een begroeiing die voornamelijk bestond uit naaldbomen. Door de eeuwen heen ontstond er dus, door menselijk ingrijpen, voortdurend een ánder “oorspronkelijk landschap”. In 1899 werd Staatsbosbeheer opgericht om in Nederland de natuur in goede banen te leiden. Nu zit in de term “natuurbeheer” natuurlijk al een contradictie opgesloten. Waar de mens gaat beheren of behouden is feitelijk dus geen sprake meer van natuur. En tóch heeft dat beheren ook vaak geleid tot heel mooie resultaten. Een mooi voorbeeld hiervan is het Leeuwenkuilbos in de Schoorlse duinen. Dit dennenbos(je) ligt ongeveer op de westelijke boomgrens in de hoek van de Schoorlse Zeeweg en de Dr. Van Steijnweg. Al ruim anderhalve eeuw leveren knoestige en kromme dennen hier een strijd met de elementen en dat heeft een uniek stukje landschap opgeleverd. Maar helaas, Europa is onverbiddelijk en het bosje moet plaats maken voor stuifzand. Waarom? Dat weten alleen een paar zandfanaten in Brussel. [zie red. opmerking] Waar vroeger begrippen als “mooi” en “fijn” nog subjectief mochten zijn, bepaalt tegenwoordig steeds vaker de alwetende overheid dat soort zaken voor ons. Waar die overheid oorspronkelijk nog in dienst stond van de bevolking, is dat tegenwoordig al lang niet meer het geval. Het is slikken of stikken en iedere vorm van kritiek of verzet is zinloos. Wat de eeuwig snijdende winterwinden niet is gelukt gaat een handjevol duurbetaalde ambtenaren nu even regelen. Hopelijk hoef ik daarom straks niet te zeggen: Vaarwel Leeuwenkuilbos, gelukkig heb ik de foto’s nog…

Opmerking van de redactie:
Met de vinger (alleen) naar Europa wijzen vinden wij niet helemaal correct. Nederland heeft zelf aan ‘Brussel’ opgegeven welke natuurgebieden beschermd moeten worden, wat de waardevolle habitats zijn en welke delen van deze natuurgebieden moeten worden ‘hersteld’. Voor het gehele Nederlandse duingebied heeft Nederland zelf aangegeven dat het areaal aan witte en grijze duinen moet worden vergroot. Bij de plannen voor het voormalige Staatsnatuurmonument ‘De Schoorlse Duinen’ zijn SBB, diverse wetenschappers en diverse adviesbureaus betrokken geweest. Tenslotte heeft SBB onder leiding van het Min. van Economische Zaken een Beheerplan geschreven, dat werd goedgekeurd door de Tweede Kamer en daarna ook door Provinciale Staten. ‘Brussel’ ziet er alleen op toe, dat de landen de door hen zelf opgegeven natuurgebieden beheren en herstellen volgens de door die landen zelf opgestelde plannen.

———-0000000000———–

Mei (en april) 2022: Onze gastschrijver is Peter Boer. Peter is voor Nederland curator van www.antweb.org, dat is wereldwijd de grootste gegevensbank over mierensoorten. Peter schreef zowel over het Dr. Van Steijnbos als over het Leeuwenkuilbos een onderzoeksrapport. Het 32 pagina’s tellende onderzoek naar het Leeuwenkuilbos is hier te downloaden. Peter stelt de vraag: Van wie is dit bos eigenlijk? Zijn column gaat over het Leeuwenkuilbos en heeft als titel:

Weer een stukje Schoorls bos tegen de vlakte?

Uitgegumd 
‘Als het gaat om het kappen van bomen in de Schoorlse Duinen, heb je voor- en tegenstanders en een grote groep die (nog) geen mening hebben. Dat is heel begrijpelijk. Het hangt er namelijk vanaf welke bronnen je tot je neemt om een oordeel te vellen. In 2020 is een flink deel van het Van Steijnbos tegen de grond gegaan en nu dreigt het Leeuwenkuilbos hetzelfde lot te ondergaan. Op de kaart van de provincie Noord-Holland betreffende het Natuurbeheerplan 2022 is het Leeuwenkuilbos al uitgegumd. Maar nu is het er nog. Het bos ligt aan de oostkant van de T-splitsing van de Dr. Van Steijnweg en de Schoorlse Zeeweg. Het bos wordt omringd door meer dan 450 hectare boomloze vlakte. De plannenmakers vinden dat daar nog de 18 hectare van het Leeuwenkuilbos bij moeten komen. De boomloze vlakte wordt daarmee met 4 % uitgebreid. Voegt een gekapt Leeuwenkuilbos daar dan iets aan toe? Ja, zeggen de plannenmakers. Het dan kale duin waarop nu het Leeuwenkuilbos staat, gaat dan stuiven en dat brengt dynamiek in het gebied. Dat de kans groot is dat dan de Schoorlse Zeeweg geregeld overstoven wordt, is niet ingecalculeerd.

‘Natuurherstel’ niet nodig
De ingreep ‘het Leeuwenkuilbos moet weg’ valt bij natuurontwikkelaars onder de term ‘natuurherstel’. Je vraagt je af welke natuur dan hersteld moet worden. Een soort natuur dat ooit geweest is en nu in zijn voormalige staat moet worden teruggebracht? Hoe ver moet je dan teruggaan in de geschiedenis van het duingebied? Hoe dan ook, je krijgt nooit meer terug wat er eens is geweest. Onmogelijk.

“Kijk nu eens goed,” hoor ik geregeld, “het is toch een en al saaiheid, een dergelijk dennenbos!” Dat is inderdaad voor velen zo. Vooral bij hen die liever veel bloemen en vlinders zien dan een ogenschijnlijk eentonig dennenbos, waar we volgens hen in Nederland al genoeg van hebben. Toch bestaat maar een paar procent van de Nederlandse bossen uit zwarte dennen en zeedennen zoals in het Leeuwenkuilbos.

1000 soorten 
Ik heb een jaar lang onderzoek gedaan in het bos en vond er 743 verschillende soorten schimmels, planten en dieren. Als ik nog een jaar door zou gaan, kom ik zeker boven de 1000 uit. Voor een eentonig bos lijkt dat veel. Het is sowieso meer dan op de boomloze vlakte er omheen. Het treurige is dat de beleidsmakers hun beleid uitsluitend uitstippelen aan de hand van planten, vlinders en gewervelde dieren. Deze samengenomen vormen nog geen 16 % van het totaal aantal soorten dat ik tegenkwam, terwijl zij in kwantiteit maar een schijntje uitmaken van het totaal. De schimmels, planten en dieren in het in 1934 aangeplante bos hebben zich samen ontwikkeld tot een diverse, min of meer stabiele levensgemeenschap, in tegenstelling tot de directe omgeving die nog altijd in stress verkeerd na allerlei ‘natuurherstel’-ingrepen.

Ruiken, zien, voelen, horen 
Voor diegenen die het bos toch echt saai vinden zeg ik: Als we het bos nu met rust laten, ontstaat er vanzelf een diverser, gemengd loof/naaldbos.” Daar is het al naar op weg. En dan stellen we de vraag: “Wat heb je liever: een dergelijk bos of een iets grotere boomloze vlakte?” Vind je al deze argumenten van ondergeschikt belang en laat je je gevoel oordelen? Want je kunt het bos ook anders observeren, door ruiken, zien, voelen en horen. Dan wordt het bos beleefd. De waarde die het dan heeft, heeft een emotie van welbevinden tot gevolg, waar de gedachte uit voort vloeit “ik hou van dit bos”. Beleidsmakers nemen dit soort emoties niet serieus. Waarom eigenlijk? Als wij mensen kunnen beslissen over de toekomst van een bos, waarom negeren wij dan de mening van deze groep?
Overigens, van wie is het bos eigenlijk? Van hen die utopieën najagen? Van hen die van het bos houden? Of van de zwijgzame leefgemeenschap in het bos?

 

———-0000000000———–

Maart 2022: Een gastcolumn van Jan Houtenbos. oud wethouder, nu raadslid van Bergen NH . Jan is voor behoud van de dennenbossen.

Hij geeft zijn column de titel:

Ik ben zo’n beetje opgegroeid in de Schoorlse Duinen, misschien wel vergroeid

Jan Houtenbos: ‘Als jongetje van 12 jaar was ik al te vinden in de Schoorlse Duinen. Regelmatig was ik te vinden bij de familie Van Heerwaarden aan de Lovinkslaan (dat is midden in het duingebied waar Jan van Heerwaarden werd geboren, klik hier voor de column van Jan van Heerwaarden, red.).
Jan, de boswachterszoon, was namelijk mijn klasgenootje op de St Antonius-mavo en ik kan me nog herinneren dat we de blauwe reigerskolonie bezochten. Als verkenner bij de katholieke verkennersgroep St. Lambertus heb ik in de winter van 1970 mijn houthakkers-insigne gehaald in de Schoorlse bossen, waarbij wij de gemerkte bomen mochten kappen. Met vrienden eieren tellen bij de stormmeeuwenkolonie, waarbij de één het aantal nesten met eieren telde en de ander de verontruste stormmeeuwen op afstand probeerde te houden. Vaak bescheten met de uitwerpselen van de meeuwen gingen we dan weer huiswaarts. Ook maakte ik in de duinen nestkasten voor de bergeenden. Aan de bovenkant was zo’n  nestkast voorzien van een glasplaat, waarbij we het duinzand konden wegschuiven om zo te kunnen zien of er eieren in de nestkast lagen.  Nu een aantal jaren later geniet ik wandelend en fietsend van de Schoorlse Duinen en bossen, van de prachtige omgeving en denk dan terug aan vroeger, waarbij ik me regelmatig afvraag of ik mijn nestkasten voor de bergeenden, verstopt in de duinen, nog terug zal kunnen vinden. U kunt begrijpen dat Ons Dorp achter de steekhoudende argumentatie van de Duinstichting staat en gaat voor behoud van de dennenbossen in de duinen van Schoorl.

———-0000000000———–

februari 2022: Onze gastcolumn van deze maand is geschreven door CDA raadslid en fractievoorzitter  Wilma Grooteman

Ik moet er niet aan denken dat de Schoorlse Duinen er kaal uitzien

Vakantiegevoel
“Gaat dat vakantiegevoel ooit over?” vroeg een collega die net naar onze omgeving was verhuisd. “Nou nee,” antwoordde ik. Het gevoel van even in een andere wereld te stappen blijft, zodra je het Schoorlse bos in loopt of fietst. Als geboren Bergenaar is het bos verweven met mijn leven. Hoewel mijn ouders graag met de kinderwagen in de bossen wandelden, gaan mijn vroegste herinneringen aan het Schoorlse bos terug naar de tijd dat ik achter op de fiets zat bij mijn vader op weg naar mijn tante en oom in Groet. Eerst bij Duinvermaak omhoog en dan met veel plezier roetsj naar beneden Over het schelpenpad het Schoorlse duingebied in. Nog mooier werd het toen ik een paar jaar later zelf een fiets had. Met de voeten los naar beneden, wind door mijn haren. Zo zijn er vele warme herinneringen, waaronder natuurlijk met de slee het duin af of het picknicken op de duintop.
In een woord: vakantiegevoel. Een gevoel dat 13 jaar geleden voor het eerst even weg was. Toen waren soms dagenlang de brandsirenes hoorbaar. Een onheilspellende periode, waarin talloze brandweermensen uit onze gemeente met hulp van collega’s uit heel Nederland en vrijwilligers meerdere malen echt gestreden hebben voor het behoud van ons unieke duingebied. Een gebied dat niet alleen dat vakantiegevoel geeft, maar ook van levensbelang is voor de dieren- en plantensoorten die hier hun thuis hebben gevonden. Een gebied ontstaan door samenspel van mens & natuur. De aanplant van de duinen die zo’n 160 jaar begon had als hoofddoel de dorpen en landerijen te beschermen tegen de zandverstuivingen die toentertijd deze omgeving teisterden. Dat deze aanplant helaas ten koste ging van de oorspronkelijke vegetatie werd eind jaren ‘80 duidelijk. De duinen werden te droog, waardoor de oorspronkelijke duinvegetatie verdween. (red.: volgens de door ons opgediepte historische informatie, stonden de Schoorlse Duinen van oudsher bekend als ‘zeer droog’. De dennen speelden daar toen nog geen rol in.)
De komst van de Kerf moest hier destijds verandering in brengen. Dit had de nodige voeten in de aarde. Want bracht de Kerf daadwerkelijk wat deze beoogde; minder verdroging van de duinen. (red.: de Kerf is aangelegd om zoutwater het gebied in te krijgen, met het oog op zoutminnende begroeiing. Dat is niet gelukt, binnen een jaar was de zeereep door de natuur hersteld.)
Nu bijna 25 jaar na de aanleg is er een unieke plek in het Duingebied bijgekomen, is er weer water achter de duinen en zijn bijzondere plantensoorten terug.  Betekent dat ik daarmee voorstander ben van verdere afbraak van de Schoorlse Duinen? Nee, absoluut niet. Vooral niet als dit is ter compensatie is van onze stikstofuitstoot. Ik moet er niet aan denken dat de Schoorlse Duinen er weer kaal uitzien omdat ik zo nodig met de auto moet. Bovendien: de zandverstuiving op de Blijdensteinsweg gaf een onwelkom voorproefje van de consequenties van verdergaande kap. Daarnaast zijn de bomen na 160 jaar inmiddels geworteld in het bos en hebben de nachtzwaluw en de klapekster en vele andere dier- en plantensoorten hun thuis in de Schoorlse Duinen gevonden.

Behoud Schoorlse bos
Samen maken zij het bos tot een uniek natuurgebied dat heel veel mensen als het mooiste plekje van Nederland ervaren. Laten we dat behouden voor de volgende generaties klapeksters en nachtzwaluwen en al die andere unieke flora en fauna in het gebied. En natuurlijk ook voor uw (klein)kinderen. Daarvoor neem ik als het maar even kan de fiets. En politiek? Als CDA maken wij ons hard voor het behoud van het Schoorlse bos. Laten we het nog verder beschermen en er een Nationaal Park van maken, zodat we zeker weten dat het voor iedereen behouden en toegankelijk blijft.

———-0000000000———–

Januari 2022: Nieuw jaar, nieuwe gastcolumn. Deze keer voor de Duinstichting geschreven door Alexandra Otto, fractievoorzitter van D66 in de gemeenteraad van Bergen. 

Met blozende wangen sleeën in de Schoorlse Duinen

Blozende wangen, ijskoude handen, uitgeput van het sjorren de heuvel op. Dat zijn mijn eerste herinneringen aan de Schoorlse Duinen. Vanuit Heerhugowaard werden we elke winter dik ingepakt, ging de slee in de Simca en roetsjten we al snel de helling van de duinpan af. Dat hoorde net zozeer bij de winter als de dorpentocht schaatsen, hachee eten en opwarmen voor de open haard.

Ik weet ook niet beter dan dat er een groot dennenbos was, waar ik in de herfst op zoek ging naar paddenstoelen. Maar die blijken niet heel lang voor mijn geboorte, vijftig tot zestig jaar geleden aangeplant te zijn, andere al midden en eind negentiende eeuw. En die Simca, die open haard, de rundvlees hachee en al die andere mooie en lekkere dingen waar ik al die jaren van heb genoten, hebben ertoe bijgedragen dat die sleepret zeldzaam is geworden …

Als raadslid van de mooie gemeente Bergen waar ik nu mag wonen naast deze prachtige Schoorlse Duinen, word je dan jaren later hard geconfronteerd met je eigen onwetend verspillende gedrag. Je krijgt te horen van Staatsbosbeheer dat deze bomen gekapt moeten worden om meer ruimte te geven aan de landelijke compensatie voor de opname van stikstof. Maar Staatsbosbeheer was toch van het beschermen van de natuur? En bomen waren toch voor de opvang van CO2? Nodig om mijn CO2-voetprint te compenseren, nodig om die koude winters weer terug te krijgen? Maar ja die stikstof door dat dagelijkse stukje vlees moet ook worden verminderd. Wat weegt dan zwaarder?  [zie red. noot]

Via het netwerk van D66 konden we in contact treden met verschillende wetenschappers uit Wageningen die we hun licht op dit dilemma lieten schijnen, maar wat bleek; beide waren een tegengestelde mening toegedaan.  Waar moet je dan op afgaan, als er zelfs geen eenduidig antwoord van de wetenschap komt?

Voorkomen! Je levensstijl aanpassen en proberen iedereen daartoe aan te zetten. En als raadslid hebben we daar als voorbeeldfunctie ook een belangrijke rol in. Maar makkelijk is dat niet als je er toch nog warm bij wilt zitten en de kerstdagen wilt ‘vieren’.

Tijdens deze feestdagen was er door de lockdown extra gelegenheid voor velen om te genieten van de prachtige Schoorlse bossen. En we willen dit ook lang blijven doen: de Schoorlse bossen moeten behouden blijven! Maar wij moeten dan wel ons leefpatroon aanpassen. Dus meer verdwalen tijdens wandelingen met de hond, fietsen naar het strand en vooral genieten als zoonlief na eindelijk een jaar met veel sneeuw thuiskomt van een hele dag sleeën met blozende wangen. Zullen we dit jaar ook nog die gelegenheid krijgen?

noot van de redactie
Bomen leggen stikstof vast, de overheid wil die ‘vastgelegde stikstof’ uit natuurgebieden halen, waardoor er minder stikstof in het natuurgebied overblijft, zodat aan de ‘normen’ wordt voldaan. Die stikstof verdwijnt niet uit het milieu, bij verbranding als biomassa komt die zelfs versneld in de lucht.)

———-0000000000———–

December 2021: De laatste column van dit jaar is geschreven door Meis de Jongh, 39 jaar, ondernemer en raadslid. 

Je mag zoiets prachtigs als de bossen in de Schoorlse Duinen niet weggeven

‘Zoals Cruijff zei: “Je ziet het pas als je het door hebt.” Mijn school in Bergen stond vlak bij het bos. Ik kan wel zeggen dat de gymles zich vaker in het bos afspeelde dan in de gymzaal. Op school hadden we een zeer bevlogen juf, juf Monsees. Zij vertelde ons als 11-jarigen van alles over de natuur. Een paar minuten na haar verhaal renden we met de klas het bos in om mossen te zoeken. De botjes van het uilenballen ontleden heb ik nog lang bewaard.

Heel wat zomervakanties heb ik doorgebracht aan het strand. Los van dat het een prachtige plek was om van de zee en de zon te genieten, was het de plek waar mijn bijbaantjes zich afspeelden.

Na mijn middelbare school ben ik naar Delft gegaan. Toen ik mijn studie had afgerond, kwam ik vanwege mijn werk in Amsterdam terecht. En daar begon het ‘’knagen”. Want met het krijgen van mijn zoontje werd, zoals ik het zelf noem de actieradius, wel heel erg klein. Mijn familie woonde nog altijd in Bergen. We genoten altijd als we hier waren. Van het groen, van het prachtige licht, maar vooral ook van de frisse lucht. Een deel van mijn werk speelde zich ook hier af, dus toen de kans zich voordeed zijn we terug naar deze prachtige omgeving verhuisd.

En met die verhuizing begon het zien. Want met het opgroeien van de kinderen heb ik doorgekregen hoe prachtig deze omgeving is. Elk weekend stapt mijn man op zijn mountainbike om vervolgens koers te zetten richting Schoorlse Duinen. Inmiddels gaat mijn zoontje regelmatig met hem mee. Tijdens de lockdown zijn we meer dan eens naar de natuurspeeltuin bij het bezoekerscentrum in Schoorl gegaan. En wat een prachtige ontdekkingstocht blijft het zoeken en vinden van de paddenstoelen in de herfstvakantie voor ons. Hoe betoverend zijn de fietstochten door de duinen naar het strand. Elke keer knijp ik mijzelf in mijn handen als ik mij besef dat wij in twintig minuten via een prachtige weg zo op het strand zijn.

Meis samen met haar zoon in het Schoorlse Bos

Deze prachtige omgeving, onze achtertuin, moeten we wat mij betreft koesteren en blijven behouden en doorgeven aan de jeugd. Met grootschalige kap, zoals Staatsbosbeheer wil, zouden we in mijn ogen iets weggeven wat prachtig is. Daarom is de VVD tegen grootschalige kap.

Je ziet het pas als je het door hebt. Ik heb door dat de Schoorlse Duinen een prachtig uniek gebied is, daarbij zien mijn ogen dat de bomen moeten blijven staan.’

———-0000000000———–

November 2021: Als er iemand is die veel kan vertellen over de flora en fauna in Schoorlse Duinen, dan is dat wel boswachterszoon Jan van Heerwaarden. Jan is amateurfotograaf en natuurbewonderaar. Daar vertelt hij over in zijn column.

Bosnimfen, faunen en satyrs van vroeger en geesten van deze tijd

Het beeld van de Schoorlse Duinen wordt gedomineerd door het voetvolk en door allerlei mensachtige wezens van diverse pluimage, die zichzelf voortsnellen op tweewielers, of soms zelfs op meerwielers, al dan niet geëlektrificeerd. Ze willen zich zo snel mogelijk van A naar B verplaatsen.  Ze geven niet altijd blijk dat ze de omgeving die aan hen voorbij schiet ook echt hebben gezien. Het is niet bepaald een rustig ‘natuurgebied’, zeker ook dankzij de mobiele communicatieapparatuur.

Iets langere tijd geleden zag het duinlandschap er zeer woest uit, er was zichtbaar nauwelijks leven mogelijk, in welke vorm dan ook. Bedenk wel, dat de schoonheid van dit gebied er niet was geweest, als er niet steeds werd uitgeprobeerd hoe met allerlei soorten bomen en struiken de menselijke nederzettingen beschermen konden worden tegen het zich steeds maar verplaatsende stuifzand. Helmgras alleen bleek niet de oplossing. Met allerhande naaldbomen, diverse soorten loofbomen en struiken werd geëxperimenteerd.
Naaldbomen, zoals onder andere grove den, spar en bergden en zwarte den. Op sommige plaatsen ook de wonderschone Pinus Contorta oftewel de ‘draaiden’.
De Zwarte Corsicaan en de Oostenrijker bleken in dit vestigingsgebied het meest succesvol.
Misschien teleurstellend dat de overige bomen het loodje legden op deze woeste gronden, maar bomen en struiken en andere gewassen zagen later hun kans, ze vonden hun basis dankzij hun voorgangers.
Mooie dingen hebben hun tijd nodig om zich te ontplooien. Dat hangt af van hun leefomstandigheden, de wonderschone ‘dennenorchis’ gaat pas gedijen in een dennenbos dat ouder is dan zestig jaar.

Staring was een meester in het opzetten van een heuse boomkwekerij. Dat bood de mogelijkheid voor uitprobeersels ter aankleding van het duingebied: mooie gemengde gebiedjes met zomereik, Amerikaanse eik, berk, tamme kastanje, esdoorn, berk enzovoorts.


Na vele jaren ontstond er een leefgemeenschap, waaronder vogels en insecten, mossen en paddenstoelen. Paddenstoelen die heel bijzonder van verschijningsvorm zijn en zeer zeldzaam. Ze komen bijna nergens anders op natuurlijke wijze voor, maar wel in Schoorl. Heidegebieden ontstonden spontaan.
Door dunningsonderhoud kwam meer licht en lucht in de dennenbossen en zo ontstond de mogelijkheid voor andere plantengroei. De bosnimfen, faunen en satyrs begonnen zich hier thuis te voelen, en zorgden voor kracht en verzorging. Vooral de satyrs die wellustig en plagerig hun best deden. Kijk maar naar de vele ‘grapjes’ in de vormgeving van bomen, struiken en paddenstoelen.
Dunning van dennenbos werd uitgevoerd met bijl en handzaag, en later met kettingzagen. Deskundige bos- en duinmedewerkers beoordeelden iedere boom serieus op grootte en gezonde groei. De goede groeiers werden gespaard en de minder goede werden gemerkt (‘geblest ’). De omgezaagde bomen werden uitgesleept met behulp van sterke paarden.
Hout werd verhandeld voor stutten van mijngangen en voor de papierindustrie. De overgebleven stobben boden kansen aan paddenstoelen, insecten enzovoort. Dus verzorgen, dunnen, goed groeiende bomen sparen, slechte verwijderen, licht en lucht creëren. Jankende kettingzagen voor een goed doel.
De geesten van deze tijd werken met ontploffingsmachines, zoals Marten Toonder dat zo mooi kon verwoorden. Machines die me doen denken aan een bidsprinkhaan die haar partner tijdens de paring aan het oppeuzelen is. Het roept bij mij de herinnering op aan The Thunderbirds, de magistrale sciencefictionserie op tv uit de jaren zestig. Andere ontploffingsmachines slepen de bomen weg en stapelen ze op voor vervoer naar elders.

Gelijksoortige ontploffingsmachines zijn op sommige plekken in het duingebied veranderingen aan het aanbrengen in opdracht van lieden die terug willen naar de zandverstuivingen en ook omvorming willen van dennenbossen tot ‘Atlantisch duinbos’ met slechts tien procent dennen. De geesten van deze tijd dus. Om dit op zo’n rigoureuze manier te gaan doen is niet zo’n geslaagd idee. Want wat krijgen we er voor terug? Van alles wat, of juist helemaal niets? Wie zal het met zekerheid kunnen vertellen? Zij niet …

Er zijn groeperingen die in actie komen om het tij te keren. Zodat de eerder genoemde lopers en wielers toch kunnen blijven genieten van hun vorm van beleving van het Schoorlse bos en duingebied. Er waren tijden dat de gebieden serieus werden geïnventariseerd en in kaart gebracht, om ons duidelijk te maken wat er allemaal groeide en bloeide. Dat werd gedaan door bevlogen bos- en duinmedewerkers die daar vaak nog tot laat in de avond mee bezig waren. In mijn herinnering zie ik mijn vader nog aan tafel zitten, bezig met schrijven en met tekenen op transparant papier.
Koester de schitterende en unieke plekken die je nergens anders tegenkomt. Kijk maar eens naar het Frederiksbos, het Baaknolbos en vooral het Leeuwenkuilbos bij Schoorl aan Zee. Daar voel je de aanwezigheid van de bosnimfen, de faunen en de satyrs. Want die voelen zich daar thuis. Er doorheen wandelen geeft een mysterieuze, magische en euforische ervaring. Daar moet je vanaf blijven. Het Dr. Van Steijnbos is helaas al beschadigd en deels vernietigd. En de contorta’s zijn voor het grootste deel ook al gekapt. Dramatisch. Voor mijzelf heel emotioneel.

Wat mij betreft liever géén allesvernietigende ontploffingsmachines meer in het Schoorlse Duingebied. In plaats daarvan, alleen op plaatsen waar het echt nodig is, werken met zagen en paarden. Er zijn vast wel vrijwilligers die na een goede opleiding het gebied willen onderhouden. Niet op de manier zoals de geesten van deze tijd dat voor ogen hadden. Het moet anders, de geesten van deze tijd kunnen met steun van de bosnimfen, de faunen en de satyrs tot een bevredigend compromis komen. Daar ben ik stellig van overtuigd!

———-0000000000———–

Oktober 2021: Antoinette VerbruggeAntoinette (Terneuzen, 1959) is voorzitter van stichting Frisse Wind.nu. 

Hoe kun je de lucht bezitten, de zee, de bomen…?  Wat laten we achter?

‘Kom Coen, we gaan. Coen heeft er zin in, hij houdt ook van de duinen en de zee, fier loopt hij voorop, staart omhoog – samen langs de vloedlijn, genietend van de woeste zee. Altijd weer een verrassing hoe het licht valt op de duinen richting Heemskerk, om dat steeds weer bijzondere beeld goed in me op te nemen, moet ik even stilstaan.

De zee zingt, de zee loeit, de golven zijn prachtig en imposant.
De hond is blij en ik ook, het leven is rijk, de horizon oneindig en de wind staat goed.

Maar hoe is het als de wind niet goed staat als je in Wijk aan Zee bent?
Dan zie je af. Dan stinkt het, komt de herrie van de buurman je tegemoet, knarst het Tatastof meer dan anders tussen je beddengoed, weet je waarom je strijdt. Dan steekt het je nog meer dan anders dat kinderen steeds hun handen moeten wassen, ook buiten in de speeltuin. Dan went het niet dat je allang gestopt bent met kruiden eten uit de potten op je balkon en dan prikken je ogen als een dolle. Misschien is het gevoel van onveiligheid wel het ergste. Wetend dat een kind hier niet veilig opgroeit, dat al dat lood slecht is voor die kleine mensenhersens, dat de kinderen hier meer kans hebben op kanker. En dat je veel zieke mensen kent en mensen die hun dierbaren hebben verloren. Het is een feit dat hier beduidend meer mensen aan kanker doodgaan, dan ergens anders in Nederland.

De Wereldgezondheidsorganisatie, (WHO) heeft de richtlijnen voor luchtvervuiling onlangs aangescherpt. In Nederland zijn er jaarlijks 12.000 mensen, die eerder sterven aan de gevolgen van luchtvervuiling. Hoeveel dieren eerder doodgaan, weet ik niet. Dat we veel te veel van onze bomen kappen weet ik wel. Terwijl ook bomen onze grote makkers zijn en we hun groene longen keihard nodig hebben.

Al wandelend mijmer ik over deze column, die ook moet gaan over de nalatenschap voor de toekomstige generaties, over de rol, die wij hebben als voorouders. Zo kom ik op Jonas Salk, Amerikaans medicus en uitvinder van het poliovaccin. Inspirerend voorbeeld van een lange termijndenker: hij koos niet voor roem en goud geld op de korte termijn, maar voor het belang van de toekomstige generaties. Salk wist dat hij de volksgezondheid kon dienen als hij het vaccin goedkoop zou houden, zodat het snel en breed verspreid kon worden. Dat is een heel andere manier van denken, dan het kortetermijndenken, waar onze grote stalen Buurman heel goed in is, net zoals de overheid, die onze Buurman al decennialang de hand boven het hoofd houdt.

Sinds Bénédicte Ficq actief voor ons is en er meer dan 1200 aangiften tegen Tata Steel zijn binnengekomen, staat het schandaal in de IJmond op de kaart. En door de inzet van alle bewonersorganisaties krijgt niemand het daar meer vanaf – tot het hier echt schoon is. Mede dankzij een strafrechtzaak en de acties van een steeds grotere groep mensen is Tata Steel nu een onderwerp in de Tweede Kamer, er wordt over gedebatteerd, eindelijk dan toch vinden we ook daar gehoor. Dat was een jaar geleden nog ondenkbaar. Alle ophef  zorgt ervoor dat ook de rol en het handelen van de provincie Noord-Holland, het bevoegd gezag, onder het vergrootglas ligt.

Terug naar de duinen. Mijn hond en ik zijn inmiddels bijna thuis. We zijn in de Dorpsduinen beland en staan stil (ik in ieder geval) bij een familie blauwe zeedistels. De westenwind is vandaag de baas en doet de laatste rimpelrozen verwaaien, het is koud, nat, maar prachtig tegelijk. Thuisgekomen zoek ik op YouTube het interview met Jonas Salk nog eens op en hoor de interviewer aan Salk vragen: ”Wie heeft het patent op uw felbegeerde vaccin?” Weer ben ik ontroerd als ik Salk hoor antwoorden: ”Er is geen patent. Zou u patent kunnen hebben op de zon?”

Hebben wij het patent op de zon, op de planeet, op de duinen, de zee, de bloemen, de bijen, op alle andere de dieren; de vrije èn de gekooide? Patent op de lucht, die we inademen? “Hoe kun je de lucht bezitten?” vroeg het Indiaanse opperhoofd Seattle in 1854 aan de blanken, die het land van zijn stam wilden kopen.

Niets of niemand heeft het recht om zijn buren schade te berokkenen. Schandalen, ze bestaan, ook in Nederland. Het is onvoorstelbaar hoe hard burgers in de IJmond, maar ook elders, moeten vechten voor gerechtigheid. Ook “Schoorlse Bos moet blijven” is daar een voorbeeld van.

Te lang had het korte termijn denken voorrang. Te lang ging winst voor gezondheid. Met als verstrekkend gevolg dat de rechten van het kind in de IJmond met voeten worden getreden en dieren- en mensenrechten worden geschonden. Een volgende actie dient zich aan, u hoort nog van ons, wij zijn nog niet klaar met onze buurman.

Terwijl ik aan het tikken ben, het is avond inmiddels en de wind is gedraaid, zijn de aftandse fabrieken luid zoemend aan het uitstoten, zelfs de ramen sluiten is niet voldoende om het lawaai en de stank buiten te houden.

Alles van waarde is weerloos / wordt van aanraakbaarheid rijk / en aan alles gelijk / als het hart van de tijd / als het hart van de tijd,’  zo dichtte Lucebert.

Het tij is aan het keren. Sinds de strafzaak met Bénédicte Ficq is de geest uit de fles en die geest gaat er nooit meer in terug.

Coen en ik blijven wandelen, de zee en de duinen blijven ons omringen en er komt een dag dat het niet meer uitmaakt, welke kant de wind opstaat.

———-0000000000———–

September 2021: Rob Bijlsma (Nijmegen, 1955), opgegroeid op de Veluwe, schrijver en voortdurend bezig met vogelonderzoek. 

Het bos als ongewenst product

Bos is schaars
Als bosbewoner leef ik in een vreemde wereld. Om te beginnen, in Nederland, waar bos sowieso een schaars goed is. Er is in ons landje geen bos waar ik, bij wijze van spreken, met een beetje meewind niet overheen kan spugen. Dat kleine beetje bos wordt ook nog eens tot op het bot uitgevreten door houtboeren, natuurboeren en recreatieboeren. Waar elk buitenland wel zijn eigen Hubbard Brook, Borkener Paradies, Suserup Skov, Wytham Great Wood, Bialowieza NP of Øvre Pasvik koestert en langdurig volgt, minieme snippertjes, maar toch, heeft de goegemeente in Nederland besloten dat bos een achterbakse bende is. En omdat er in ons land jaarlijks honderden nep-ecologen [zie noot 1] van de lopende band rollen, allemaal op zoek naar een baantje, is het niet moeilijk om een sprekende pop te vinden die braaf aan de buitenwereld verkondigt dat bos moet plaatsmaken voor…, maakt niet uit wat, als het maar geen bos is. Dat noem je vervolgens ‘vergroting van de biodiversiteit’ of iets anders, wederom: maakt niet uit wat. Deze handpoppen komen overal mee weg omdat ze geen onderzoek doen (en dus ook niet publiceren), andermans resultaten van onderzoek niet lezen en hun vlaggetje laten wapperen naargelang de heersende mode. Die mode wordt tegenwoordig deels gedecreteerd door onzin vervat in de papierberg Natura 2000 (die op zijn beurt weer op allerlei andere onzinnige papierbergen is gestapeld). En dát wordt weer bepaald door geld, zowel in de vorm van binnen harken als wegzetten. Het is werkelijk verbazingwekkend om te zien met welk een hartstocht zogenaamde biologen Natura 2000 en aanverwante evangelies omarmen. Je zou het een werkverschaffingsproject voor minvermogenden kunnen noemen, gesubsidieerd cynisme. Zonder kennis van zaken, maar wel omgeven door een muur van regeltjes en sub-regeltjes (en hoe fijn is dat, je weet precies waar je aan toe bent), is de nieuwe beheerder bezig de natuur op te ruimen en te herinrichten. Bos in de eerste plaats, want laten we wel wezen: niemand kan toch ontkennen dat het op geniepige wijze veel betere natuur haar rechtmatige plaats ontneemt, dat het kostbaar water verdampt, en bovenal, dat het saai is, verpletterend saai. Ziedaar het voordeel als je niets weet, geen wetenschap raadpleegt en zelf niet in het veld komt anders dan per 4×4 om een gedeputeerde rond te rijden om die met wat dooddoeners en grote grazers een leuk uitje te bezorgen. Hoe anders ziet de wereld van de veldman cum wetenschapper eruit. Die investeert in langdurig onderzoek in het veld, zit eindeloos lang achter microscoop of bureau om de verzamelde mossen/paddenstoelen/diatomeeën te determineren en veldkaartjes uit te werken. De veldman beseft dat hij slechts een miniem stukje van de lokale wereld in cijfers heeft vervat (en dat dat terughoudendheid predikt waar het Grote Uitspraken aangaat). En hij snapt het belang van publiceren in publieke domeinen, opdat andere mensen er kennis van kunnen nemen en op wetenschappelijke waarde kunnen schatten. Dan blijkt het saaie naaldbos opeens een rijke mycoflora te hebben, zoals Peter-Jan Keizer voor de Schoorlse Duinen aantoonde (Coolia 64: 143-166) [zie noot 2], of een complexe fauna compleet met toppredatoren, of een veelheid van niches waar een duinvallei of heideveld zelfs niet bij benadering aan kan tippen, al was het maar omdat het in bossen om een driedimensionaal ecosysteem gaat. Waar het bodemleven zó rijk is, dat je wel heel stupide moet zijn om dat om zeep te laten helpen.

de schaduw van een boomkruiper

Natuur hoeft niet te worden beheerd
Maar er is hoop. Tegen de tijd dat wij de madeliefjes omhoog duwen, is de boskapmode al lang vervangen door een andere mode, en díé zal op zijn beurt worden achterhaald door een volgende mode. En dat zo tot sint juttemis. En raad eens… het schimmel-, planten- en dierenrijk gaat zijn eigen gang, ongeacht wat mensen willen of vinden. De levende have heeft honderd en één manieren om zich staande te houden, ongeacht wat die omhooggevallen primaten ervan vinden. We dénken misschien wel dat we de wereld in de houtgreep hebben, maar dat is een illusie. Wij zelf zijn de slaven van archaea, bacteriën, virussen en schimmels. En dat is maar goed ook. Op de evolutionaire tijdschaal is er dus niets aan de hand. En op de zeer korte termijn, zeg een mensenleven? Gewoon de geldkraan naar natuurbeheer dichtdraaien. Natuur hoeft niet te worden beheerd.

noten van de schrijver
[1] Voor de goede orde: ook degenen die een echte biologiestudie hebben afgerond zijn nepecologen zolang ze zelf geen veldonderzoek hebben gedaan en dat hebben opgeschreven. Waarbij aangetekend: de meeste zichzelf ecoloog noemende ecologen hebben geen universitaire biologiestudie achter de kiezen maar een opleiding waarbij ze – in het gunstigste geval – enkele weken in het veld hebben doorgebracht. Eenvoudige toets: vraag de publicatielijst van zichzelf ecoloog noemende types op!
[2] En Eef Arnolds en Rob Chrispijn voor de fijnsparbossen in Boswachterij Smilde (zie Robs boek “Paddenstoelengeluk, 2018). Of raadpleeg Mushrooms, van Peter Warren (2012). Ook een goed idee voor wie iets wil weten over de werking van ecosystemen, gebaseerd op langlopend onderzoek: Ecology and natural history, van David Wilkinson, prachtig uitgegeven, in de fameuze serie “New Naturalist (in 2021). Of laat je imponeren door de fraaie schrijfstijl en encyclopedische kennis van Oliver Rackham. Ik weet wel zeker dat niemand met hart voor natuur meer een boom zal durven omhakken als hij Woodlands (nummer 100 in de “New Naturalist-serie) of “The ash tree heeft gelezen. En zo wel, dan weet je zeker dat het om een versteende ziel gaat.

———-0000000000———–

Bert op onderzoek in Schoorl

Augustus 2021: Bert Maes (Tilburg, 1944), ecoloog en cultuurhistoricus. Bert studeerde biologie, specialist in o.a. oude bomen en schrijver.

Oude duinbossen en bomen in Noord-Holland

groep zwarte dennen, erfgoed van oude duinontginning en sortimentskeuze

Noord-Holland is niet rijk aan bossen. De ooit grote oppervlakte bossen op veen- en kleibodems werden in de middeleeuwen al vrijwel volledig ontgonnen. Kleine oude bosrestanten zien we op de Gooise stuwwal, enkele moerasbossen zoals rondom het Naardermeer en dan de duinbossen. De in de 19e eeuw beboste stuifzanden van de kustduinen behoren tot de oudste voorbeelden van de jongere ontginningen. Die kunnen beschouwd worden als waardevol boshistorisch erfgoed. Ze bieden een blik op de bosbouwkundige inzichten in de tweede helft van de 19e eeuw en de sortimentskeuze toen van de boomsoorten, meest naaldbomen. Door de toegenomen ouderdom worden deze bossen meer gewaardeerd en zijn er inmiddels ook specifieke natuurwaarden. Minder bekend, maar bijzonder verrassend en waardevol zijn zomereiken-beukenbossen op de steile binnenduinen van Schoorl en Bergen. Ze staan op de kilometers lange  duinhelling van Schoorl tot Egmond, die nog nauwelijks is onderzocht en in kaart gebracht. De helling is opvallend steil en hoog en bij Schoorl ligt de hoogste duinpunt van ons land op 55,4 meter. Hier en daar liggen er hellingpaden die zicht bieden op dit merkwaardige bos. Wat we zien zijn meerstammige grillige beuken met soms dikke stammen die op olifantspoten lijken.

monumentale meerstammige beuk, met een hakhoutverleden

 

imposant uitgegroeid beukenhakhout

De grootste boomstoof meet maar liefst 31,50 meter in omtrek. Verspreid ertussen staan zomereiken met grillige bochtige stammen die als ‘jugendstilbomen’ te typeren zijn. Deze boomvormen laten zich verklaren door eeuwenlang hakhoutbeheer. De bomen werden gehakt en groeiden meerstammig uit tot een volgende hak. Het was een uiterst praktische manier van bosbouw waarbij voortdurend hout geoogst kon worden zonder dat er steeds opnieuw aangeplant moest worden. De producten van het hakhout waren kostbaar en werden voor velerlei doeleinden benut, als brandstof, geriefhout, gereedschapshout, looistof en de twijgen en bladeren waren geschikt als veevoer. Bedacht moet worden dat er tot in de 20e eeuw er een eeuwenlange periode was met vele lange koude winters waarbij brandstof en veevoer onmisbaar waren. Het was een opgave van overleven waar heel Nederland mee te maken had. Behalve het voortdurend hakken van bomen zal ook het in- en uitstuivend duinzand, vraat van vee, sneeuwval en ijzel de onregelmatige stam- en takvormen mee bepaald hebben. Door het hakbeheer konden beuken, als schaduwverdragers, en eiken, als lichtvragers, ook goed naast elkaar groeien. Het hakhoutbeheer is rond 1900 en deels na de Tweede Wereldoorlog gestopt, zodat de bomen weer tot de hemel kunnen groeien, maar waardoor de eiken in de knel komen. De terreineigenaren weten er eigenlijk weinig raad mee, en zoeken naar oplossingen, nu er zoveel eiken dood gaan door het ontbreken van adequaat beheer. Ook de aanplant in het verleden van invasieve exoten als esdoornsoorten, Amerikaanse vogelkers en Virginische vogelkers, geeft de nodige problemen. Behalve de zomereiken en beuken, zien we in dit bos ook andere er thuishorende houtige gewassen zoals wilde lijsterbes, ruwe en zachte berk, klimop, sporkehout, wilde kamperfoelie in de struiklaag en als lianen. Ook zien we er typische bramensoorten, zoals de spitse haarbraam, die door hun late bloei en vruchtvorming van groot belang zijn voor allerlei insecten.

Bert met zijn net in druk verschenen Atlas

De vraag is vaak hoe oud deze bossen zijn, een vraag die nog niet is opgehelderd. De zomereiken van Noord-Holland, zo is onlangs vastgesteld op grond van DNA-onderzoek, kwamen hier zo’n 10.000 jaar geleden na de laatste ijstijd in de Lage Landen via een migratieroute vanuit Spanje. De beuken arriveerden zo’n 3000 jaar geleden. De oudste archeologische vondsten van beuken in Noord-Holland dateren uit de bronstijd, ca. 1500 vóór Christus. Met het ontstaan van de oude duinen  4000 jaar geleden kon zich bos ontwikkelen en door de mensen beheerd en benut worden. De oude duinen zijn deels later ook weer overstoven. Het zomereiken-beukenbos zal zeker vele eeuwen oud zijn, maar de populaties van de bomen zijn in genetisch opzicht vele duizenden jaren oud. DNA-onderzoek van de Hollandse beuken is thans gaande en daar horen we binnenkort wellicht meer over.

Het zomereiken-beukenbos van Schoorl en Bergen is een vitaal bos en te verwachten is dat ze ook de klimaatveranderingen kunnen doorstaan. Wel is er een beheer nodig die de oplossingen biedt voor minpunten van het bos: de toegenomen schaduw van het bos en de invasieve exoten. Het Noord-Hollandse bos, hoe klein ook, behoort tot de bosparels van het land. Het biedt ook een zeer waardevolle referentie voor onze kennis van natuur, cultuurhistorie en genetische bronnen in bossen. Bossen en houtwallen met wilde bomen betreft in ons land nog geen 3% meer. Het zijn vooral de bossen waar zowel wetenschappers als natuurliefhebbers veel plezier aan kunnen beleven.

———-0000000000———–

Juli 2021: Klaas Valkering (Alkmaar, 1993), wethouder van de gemeente Bergen-NH.

Gemeente Bergen wil in ‘Omgevingsvisie 2040’ areaal bos en natuur met 10% laten toenemen

De keuze voor ‘rust’ zal voor wie mij wat beter kent als bijzonder overkomen, want zelf vind ik het maar wat lastig om rust te pakken. Ik werk het liefst 7 dagen in de week van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en langer dan 4 uur slapen op een nacht lukte mij als kind al niet. Toen hoefde dat ook niet. Op het boerenbedrijf van mijn ouders was altijd wel iets te doen. Ook nu in Bergen is er meer dan genoeg werk te verzetten. Als ik dan toch zoek naar rust ga ik graag een rondje (hard)lopen in onze mooie duinen. Daar, weg van de drukte en omringd door duin en dennenboom, ben je de waan van de dag zo vergeten.

Gedeputeerde Esther Rommel en wethouder Klaas Valkering op de ‘Zwarte Blink’ in Schoorl. Op de achtergrond het ‘geredde’ Leeuwenkuilbos.

Ons duingebied heeft dan ook een bijzondere waarde voor onze gemeente. De status van Nationaal Park doet recht aan die bijzondere waarde en kan net als bijvoorbeeld op de Veluwe de band versterken tussen natuur, landschap, cultuurhistorie en de betekenis voor recreatie en toerisme.  Daarom ondersteunt het college de wens van de Duinstichting om de Schoorlse Duinen op te nemen in een Nationaal Park.
Deze status brengt ook met zich mee dat we nog voorzichtiger om zullen springen met ons duingebied. Dat is nodig, ook als we dit gebied nog voor de generaties na ons willen behouden. Het gebied behouden wil echter niet zeggen dat we stil kunnen zitten. Vanuit de gemeente vraagt het om het maken van keuzes. Die keuzes voor de toekomst maken we voor een groot deel in de Omgevingsvisie 2040 die zo rond het verschijnen van deze column gepresenteerd wordt.

In deze omgevingsvisie wordt een stip op de horizon omschreven. De keuzes die daarvoor worden gemaakt hebben te maken met de balans tussen rust en reuring, met respect tonen en ruimte geven. In onze aantrekkelijke kustgemeente vinden we reuring in het hart van onze kernen met voorzieningen voor jong en oud, voor bewoners en bezoekers. Ons buitengebied en onze woonwijken ademen de rust van een fijne omgeving om in te wonen en te recreëren. In het Bergen van 2040 staan onze waarden centraal. Dit is ons landschap, onze natuur en ons cultuurhistorisch erfgoed, waar we met respect mee omgaan. Niet als in een museum maar als onderdeel van een omgeving en samenleving die altijd in beweging blijft. Daarvoor bieden we ruimte; ruimte voor onze samenleving, en voor elkaar.
Sommige van deze keuzes zijn nog heel abstract, andere al wat meer concreet. Voor deze column licht ik er alvast een uit: als perspectief voor 2040 kiezen we er voor om het areaal bos en natuur met 10% toe te laten nemen.

———-0000000000———–

Juni 2021: Peter-Jan Keizer (Veldhoven, 1957), paddenstoelen onderzoeker. Zijn reguliere werk is bij Rijkswaterstaat, als adviseur van het beheer van de groenvoorzieningen langs wegen en kanalen.

Natuurbescherming: een bureaucratische operatie … en de natuur om zeep

De Schoorlse Duinen zijn sinds 2010 officieel een Natura 2000-gebied. Dat is goed, want daardoor zijn bescherming en goed beheer gegarandeerd. De aanwijzing is gebaseerd op het voorkomen van een rijke, karakteristieke duinnatuur, waaronder, volgens de aanwijzing, […] naaldbossen, die gezien de ouderdom en het lokaal voorkomen van zeldzame planten grote natuurwaarde hebben. In het Beheerplan zijn de natuurdoelstellingen beschreven en hoe deze gerealiseerd moeten worden. Wat dat betekent voor de natuur volgt hieronder, vooral bezien vanuit de paddenstoelen in de dennenbossen.

Het beheerplan richt zich op het verbeteren en uitbreiden van habitattypen. Een habitattype is: ’Een gebied dat wordt onderscheiden door geografische, abiotische en biotische kenmerken die geheel natuurlijk of half natuurlijk zijn.’ In de Schoorlse duinen bevinden zich verschillende habitattypen: open gebieden zoals Grijze duinen, Duinheiden, Duinvalleien, maar ook beboste gebieden als Duinbossen. Wat blijkt? De aangeplante dennenbossen met alle  erin levende planten, vogels en paddenstoelen komen in dit systeem niet voor als habitat. Ze mogen niet meedoen: “kwalificeren niet als habitattype”. De dennenbossen moeten plaats maken voor open terrein of kunstmatig worden ‘omgevormd’ tot natuurlijk loofbos. De motivatie is dat de dennenbossen saai zijn, en de dennen exoten, ook al zijn de organismen die in het bos leven inheems en spontaan verschenen. Merkwaardigerwijs geldt deze redenering niet voor loofbossen die ook aangeplant zijn met van elders afkomstig plantmateriaal.

Tijdens een bijeenkomst in Schoorl in 2016 bleek dat niet alleen mycologen bezorgd waren over het lot van de dennenbossen met hun vele bijzondere paddenstoelen. Omwonenden en recreanten vinden het gewoon fijn om in het bos te wandelen en de dennengeur op te snuiven. Het protest dat volgde, richtte zich ook op het ontbreken van een afweging van natuurwaarden van de bestaande bossen ten opzichte van de te ontwikkelen terreintypen. Het beheerplan stelt namelijk dat ‘sleutelprocessen’ als verstuiving en dynamiek van belang zijn en soorten niet. Als compromis heeft de provincie, als bevoegd gezag, toegezegd een onderzoek naar de waarden voor paddenstoelen van het te kappen bos en omliggende gebieden te laten uitvoeren, ook al lag het besluit het Dr. Van Steijnbos te kappen al vast. Dit onderzoek is intussen uitgevoerd. Wat de mycologen allang wisten, is voor dit bos in detail vastgelegd: in het dennenbos leven zeer veel paddenstoelen. Op 17 hectare zijn in één seizoen 169 soorten aangetroffen, waaronder 27 (16%) Rode Lijstsoorten en vele naaldbosspecialisten. In het gemengde bos van 5 hectare groeiden 73 soorten waarvan 8 (11%) Rode Lijstsoorten.

Schoorls dennenbos heeft volgens Peter-Jan grote natuurwaarde

In 2009, 2010 en 2011 zijn grote stukken bos verbrand en dit verbrande bos is direct weggehaald. Daardoor weten we hoe zo’n terrein zich in die 10 jaar ontwikkelt, precies zoals in het beheerplan wordt beoogd. In deze open terreinen (bijna 14 hectare) werden nul grondbewonende paddenstoelen gevonden.

Wat we dus zien: het soortenrijkste en voor paddenstoelen waardevolste deel in het onderzochte gebied was het dennenbos en dat is inmiddels grotendeels verbrand en gekapt. Wat er voor terugkomt aan open gebied levert in de eerste 10 jaar voor paddenstoelen geen enkele natuurwaarde op. Voor een papieren werkelijkheid is grote schade aan de natuur toegebracht, uit naam van de natuurbescherming. Het bos is weg, maar hopelijk kan de informatie helpen bij andere duindennenbossen een nieuwe, completere afweging te maken die leidt tot behoud.

Het is nu de hoogste tijd om het systeem van habitattypen aan te vullen met andere te beschermen terreintypen, zoals dennenbos, gebaseerd op werkelijk aanwezige soorten en waarden. Terreintypen die nu nog tussen wal en schip vallen, maar voor paddenstoelen grote betekenis hebben.

———-0000000000———–

Mei 2021: Leffert Oldenkamp, afgestuurd in Bosbouw, werkzaam geweest in onderzoek en praktijk bij SBB (Gelderland), daarna advies functies.

Bos, meer middel dan doel geworden

‘In de jaren vijftig ging ik als leerling van de HBS in Assen regelmatig bij het districtshoofd van Staatsbosbeheer in Borger op bezoek. Die wekte mijn belangstelling voor het vakgebied op. Hij vertelde boeiend over de nog jonge fijnspar- en lariksbossen. Die zouden ooit oud en indrukwekkend worden. Veel hout zouden ze leveren. Maar vooral het belang voor het Drentse landschap werd door hem onderstreept. Toen ik in 1974 houtvester in Gelderland werd, was mijn contact uit Borger inmiddels beheerder van Natuurkampeerterrein Harschkamperdennen. Opnieuw in een rol als verteller over de betekenis  van bos. In Kootwijk in relatie met zandverstuivingen. Voor zijn gasten uit het hele land werd vooral duidelijk dat bossen er lang over doen om in hun omgeving specifieke waarden te krijgen. Ik kon hem veel vertellen, maar dat boeide hem weinig. Hij duldde mij als chef.

Tijdens studentenbaantjes en daarna als praktijkonderzoeker (in de jaren zestig) kwam ik over het gehele land meer van dergelijke persoonlijkheden tegen. Waar directeuren van Staatsbosbeheer met ontzag over spraken. Die directeuren waren met boswetzaken bezig en met de opbouw van een organisatie, die het belang van veel en goed groeiend bos uitdroeg. In alle lagen van de dienst bestond het besef dat het uiteindelijke resultaat in de buitendienst tot stand moest komen.

Zo was Mantje op Texel degene die niet alleen voor de terreinen van Staatsbosbeheer opkwam, maar alles op het eiland regelde dat hem in het belang van zijn terreinen leek. In de Wieringermeer stond Klaassen borg voor continuïteit van het beheer van door hem aangelegde bossen en lanen. Hij zou het inmiddels algemeen verfoeide kappen van die waardevolle beplantingen –  voor windmolens en zonneparken – hebben tegengehouden.

In Schoorl leerde ik Jonkers kennen, die naast de boswachterij als geheel ook specifieke details van belang achtte. Zo merkte hij verschijnselen van kalium-gebrek op naalden van groveden en Corsicaanse den en werkte mee aan een bemestingsonderzoek. Daaruit bleek dat herstel niet simpelweg met wat kalium kon worden opgelost. Ook stelde hij voor om bij bebossing en herbebossing een ruimer sortiment Pinus-selecties te toetsen. Op zijn initiatief konden twee delen van de boswachterij als bosreservaat worden ingericht. Na bosbrand en storm werden onderzoekers en specialisten van het hoofdkantoor uitgenodigd om herstel van het bos te bespreken. Verlies van bos was toen niet aanvaardbaar.

Kortom, de betekenis van het ouder wordende bos en van het bos in het algemeen kreeg de nodige aandacht, omdat een gerespecteerde autoriteit ter plekke daarvoor waakte. Bewoners konden daar terecht, hoewel de klassieke autoriteit  beperkingen kende: wel netjes kloppen!

Inmiddels zien we in toenemende mate dat belangen en inzichten van de – centraal geleide -organisatie van Staasbosbeheer gaan uitmaken wat voor een boswachterij van belang is.  Het (landelijke) werk wordt in projecten geknipt met budgetten voor districten of boswachterijen en met wisselende bezetting van menskracht. In het veld bestaat geen team meer dat als hechte eenheid verantwoordelijk is voor alle functies die een gebied kenmerken en die in onderlinge samenhang dienen te worden beheerd.

Leffert Oldenkamp (foto: L. Fraantje)

Bij Staatsbosbeheer wordt dit gemis blijkbaar wel gevoeld en in een nieuw ontworpen structuur wil men daar weer aandacht aan schenken. Maar zo lang afwegingen vooral centraal worden gemaakt, met grote gevolgen voor het al dan niet laten staan van zelfs een enkele boom, zo lang zal inspraak bij deze organisatie moeizaam verlopen. De terreinen – en dan vooral de bomen daarin – zijn middelen voor het voortbestaan van de organisatie geworden. Er bestaat nauwelijks nog een streekgebonden doel. In Schoorl is dat erg pijnlijk duidelijk geworden.

Een boswachter of districtshoofd, die langer dan een kwart eeuw alle touwtjes in handen heeft en daarop kan worden aangesproken door zijn omgeving, zal wel niet terugkeren. Helaas.’

———-0000000000———–

April 2021: Reijnoud de Haan, inwoner van Egmond aan Zee en actief voor de Fietsersbond

Burgers moeten invloed hebben:  fietspaden horen zandvrij te zijn

Fietspad door de duinen over Verspyckweg, Blijdensteinweg en Dr. Van Steijnweg moet blijven!

Wat ik fijn vind aan fietsen door de duinen? De rust en stilte, zonder gemotoriseerd verkeer, het zien en horen van de natuur, het afwisselende landschap en de fietsbeweging op zich. Natuurlijk is goed wegdek belangrijk.
Het landschap tussen Wijk aan Zee en Camperduin biedt ons kale duinen, maar ook naaldbomen, loofhout, heide, varens etc. Het afwisselende landschap is er voor de natuur op zich, maar ook voor mensen om ervan te genieten. Ons ‘fietsrondje noord-om’ van 38 kilometer gaat door de Schoorlse Duinen, met wind mee door het open landschap, en met wind tegen langs de Berenkuil en de Franschman vlakbij Bergen aan Zee.

Vreemd genoeg ziet nu Staatsbosbeheer stuifzand als waardevoller dan de planten en dieren die worden ondergestoven. Het lijkt me willekeurig: wat is er mis met de verbascum, de hulst, varens en kamperfoelie die nu worden bedolven onder het zand? De natuur is er ook voor de mensen. Bewoners en toeristen genieten van onder meer de bossen. Op de route langs de kust zijn er verbeteringen mogelijk. Zeker als we die vergelijken met de beroemde fietsroutes in het buitenland: het wegdek op de Van Oldenborghweg is hobbelig, tol heffen voor fietsers is weinig gastvrij. En er ontbreekt een fietspad tussen Bergen aan Zee en Egmond aan Zee.

Niet alleen omwonenden hebben belang bij wandelen en fietsen door dit prachtige landschap. Enkele keren per jaar overnachten bij ons fietsers uit andere landen. Zij rijden de Kustroute als onderdeel van de fietsroute rond de Noordzee: soms vanaf de Loire naar Kopenhagen. Soms van Calais naar Ostrava in Tsjechië. Deze gasten merkten al in 2016, dat er bulten zand lagen aan weerszijden van fietspad Verspyckweg. ‘Hé, hier heeft iemand voor de grap zandtaarten gebakken!’ ‘Neen, Michaela, hier heeft iemand een gat gegraven en toen is het duin gaan stuiven,’ vreemd verhaal, ja.

Vanaf november 2020 hield Staatsbosbeheer op met het wegschuiven van het zand dat het fietspad blokkeert. Pas half maart is de blokkade opgeruimd, na een ludieke veegactie door de Fietsersbond. Staatsbosbeheer laat in het midden, of het fietspad wordt vrij gehouden. De Fietsersbond heeft de Provincie gevraagd om kap- of graafwerkzaamheden vooraf te toetsen aan de gevolgen voor de routes van fietsers, ruiters en wandelaars. De Gedeputeerde is het hiermee eens, nu moeten we bezien, of de wegbeheerder dit ook vindt. Het zou dan logisch zijn, om de boomstronken en humuslaag langs de Dr. Van Steijnweg te laten zitten; immers als het hier ook gaat stuiven, dreigt er een tweede blokkade van de beroemde Kustroute.

Reijnoud ploegend over de Verspyckweg

De affaire stuifduin versus fietspad roept bij mij opnieuw vragen op over de besluitvorming in Nederland. Wie neemt welk besluit? Liggen de bevoegdheden bij de gekozen volksvertegenwoordigers? Of bij ‘op afstand geplaatste instanties’? Luistert degene die een besluit neemt naar de burgers? Of moeten burgers zich maar neerleggen bij ieder besluit, ook als dat willekeurig overkomt? De openbare ruimte kan opnieuw worden ingericht vanuit het gezichtspunt van voetgangers en fietsers; de overheersende positie van auto’s kan worden afgebouwd. Zoals het is, hoeft het niet te blijven; er is altijd sprake van het hebben van een invalshoek en het maken van keuzen. Dit soort besluiten kunnen we niet alleen aan de beheerders en de politici overlaten, omdat burgers samen met de gevolgen moeten leven.

Kortom: de fietsroute door de duinen langs de Verspyckweg- Blijdensteinweg – Dr. van Steijnweg moet blijven.

———-0000000000———–

Maart 2021: politicus Fabian Zoon, Statenlid en fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, Provinciale Staten Noord Holland

Natuurpijn

In de politiek hebben we het vaak over biodiversiteit. Ik heb dat altijd maar een lastig begrip gevonden. Er worden ook verschillende interpretaties aan gegeven. De omschrijving in Van Dale maakt het ook niet veel duidelijker: verscheidenheid aan plant- en diersoorten. Volgens mij is die definitie te beperkt. Ik denk aan schimmels die bomen opruimen. Aan bacteriën en zelfs virussen, die horen ook bij verscheidenheid.
Daar gaat het dan om, verscheidenheid. Niet in de vorm van hoe meer hoe beter, want dan krijg je overpopulatie. Maar ook hoeveel verschillende variaties heb je binnen soorten. Het verschil tussen een monocultuur van maïs en een stukje oerbos. Het is ook een kwestie van schaal. Één mierenhoop heeft een hoop mieren, wellicht met wat schimmels. Typische overpopulatie. Binnen een heel bos valt de mierenhoop niet meer op en is het heel nuttig. Je ziet, het wordt al snel ingewikkeld. 100 ganzen zijn voor een boer een overpopulatie, op wereldschaal valt het in het niets. Was er maar één duidelijke omschrijving van goede biodiversiteit. Iets dat het wat beter beschrijft, zonder dat je er een hele studie van moet maken.

Het voordeel van Covid is dat ik minder reistijd heb en ’s avonds minder verplichtingen. Het gebruik van Netflix is er door gegroeid en ik kan eindelijk eens mijn lijstje afwerken. Zo ook de film van David Attenborough: A Life on Our Planet. Eerlijk gezegd dacht ik dat het weer een BBC-natuurfilm zou zijn. Een paar kritische recensies gaven me weinig zin in de avond. Maar: de-lijst-moet-leeg.
Vooral het eerste deel greep me aan. Sir David Attenborough zegt dan ook ‘The true tragedy of our time is still unfolding across the globe. Barely noticeable from day to day. I’m talking about the loss of our planet’s wild places. It’s biodiversity.’ Precies hetgeen dat ik al jaren mis. Het missen van wilde plaatsen. Jantien de Boer noemt het ’landschapspijn in het buitengebied’. Maar in natuur is het ook weg: wilde plaatsen. Stukjes waar niemand iets mee doet. Laat maar vallen, laat maar groeien. Niet de mens die wil zorgen voor natuurlijk evenwicht. Maar laat het evenwicht over aan de natuur. Heb je veel bessen, dan komen er meer vogels. Heb je meer vogels, dan komen er roofvogels etc. etc.

Op kleine schaal vinden er pilots plaats. Stukjes natuur worden afgezet, waarbinnen het minder beheerd wordt. We horen vaak dat er in Nederland geen natuur is. Dat het parkjes zijn. Omgekeerde natuur, door mensen gemaakt, zoals in de Schoorlse Duinen. Dat hebben we zelf in de hand door vooral méér natuur in natuurgebieden te willen maken. We beschrijven in beheerplannen exact wat op welk stukje moet komen. Dat gaan we monitoren en rapporteren. Spreadsheet-natuur noem ik dat. Het is goed om te hebben, want het is beter dan niets (red.: maar niet altijd beter dan er was). Maar het levert me ook natuurpijn op, waar de spontaniteit uit is gehaald. Dit jaar ga ik mijn gras maar niet meer maaien, scheelt me ook nog tijd.

———-0000000000———–

Februari 2021: politica Froukje Krijtenburg, Raadslid in Bergen

Groot denken en klein doen in de Schoorlse duinen

Als mens en als raadslid voel ik mij als vanzelfsprekend verwant met de prachtige natuur en het gevarieerde landschap van de gemeente Bergen. In de loop der jaren is mijn idee daarover wel veranderd, niet in de laatste plaats door de Corona-pandemie. Natuur en landschap zijn niet alleen iets om van te genieten en daarom te cultiveren, een gezonde natuur is essentieel voor ons welzijn en voortbestaan. Als raadslid in de gemeente Bergen voel ik me daarom niet alleen vertegenwoordiger van onze inwoners maar ook van de natuur. Vooral waar die de dupe dreigt te worden van onzorgvuldig handelen. Het rumoer rond de Schoorlse bossen volg ik nauwlettend en ik vertolk daarbij het lokale geluid van mijn partij.

Sinds de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw zijn er in het westelijk gelegen gedeelte van de Schoorlse duinen door mensen dennenbomen  neergezet. (red. de boomaanplant begon veel eerder: vanaf ca 1860) Meer dan tachtig jaar later zijn die bomen uitgegroeid tot het Baaknolbos, Frederiksblink, het Leeuwenkuilbos en het inmiddels deels gekapte Dr. Van Steijnbos. De top grondlaag van die struise bossen is humusrijk, er groeien allerlei bijzondere paddenstoelen en er schieten steeds weer mini-dennenboompjes uit de grond.  Veel bezoekers en inwoners genieten van deze dennenbossen en begrijpen niet dat deze worden gekapt.

Als je kijkt naar ontstaansgeschiedenis van dit plan en de uitwerking daarvan, dan moet je bijna dertig jaar terug in de tijd. In 1992 werden de Schoorlse duinen bestempeld tot Habitatrichtlijngebied. In de praktijk betekende dat het herstel van de oorspronkelijke stikstofarme biotoop.
Ruim twintig jaar later (2014-2018) vertaalde de provincie met stakeholders dat besluit in een beheerplan; exit bossen en toplaag in de westelijke kustduinen en vrij spel voor de wind. Het doel ervan is het versterken van zandverstuiving en zand bestoven grijze duinen, met zijn biodiverse eigenheid.

In dertig jaar zijn nieuwe inzichten en veranderen ideeën ontstaan. De discussie rond de Schoorlse duinen laat dat ook zien. Het Klimaatakkoord en de nationale doelen op het gebied van reductie van CO2 en stikstofuitstoot geven er een nieuwe dynamiek aan. Bomen zijn N2 en CO2-vastleggers; overmaat aan kooldioxide en stikstofoxide vraagt om reductie. Langs de Noordzeekust is de depositie van stikstof relatief hoog door scheepvaart op de Noordzee. Voorlopig zal dat ook zo blijven, ondanks de strengere stikstofoxide normen die sinds 1 januari gelden voor nieuwe schepen op de Noordzee. Met die vaststelling rijst de vr

Froukje Krijtenburg onder een den in het Baaknolbos (foto: Ingrid Wijnstok)

aag, is de ambitie van een stikstof-arm duingebied haalbaar, als er zoveel stikstofoxide van zee komt en voor een deel neerdaalt in de Schoorlse duinen? En een andere brain teaser: om CO2 af te vangen heeft het Kabinet als doelstelling een vergroting van het bosareaal van 10%. Hoe dat te rijmen met de bomen die gekapt (dreigen te) worden in de Schoorlse duinen? En dan ook nog, laten nu juist dennenbomen goed zijn in het afvangen van fijnstof.

Kortom, weten we wel zeker dat een besluit van bijna dertig jaar geleden de toen en nu gestelde doelen haalt? Hoe zinnig is het om het Van Steijnbos te kappen en het Leeuwenkuilbos en mogelijk daarna de Frederiksblink? Wordt het Baaknolbos mogelijk ontzien? Wij kunnen het maar één keer goed doen. Dat is een verantwoordelijkheid die behoorlijk weegt. Ja, zult u denken, we moeten toch een keer tot een beslissing komen en tot uitvoering overgaan? Dat ben ik met u eens. Alleen, mijn partij staat voor  een genuanceerdere benadering: ‘groot denken en klein doen’ in de Schoorlse duinen.

Aan provincie en Staatsbosbeheer doen we de oproep: ‘Ga testen, neem daarvoor de tijd die ervoor staat (8-10 jaar), kijk wat er gebeurt en zie af van het kappen van de bossen totdat er duidelijkheid is of de kap van een deel van het Dr van Steijnbos de gewenste effecten heeft.’ Het is nog niet te laat voor een testveld. Ondertussen moeten we ons als samenleving maximaal inzetten op stikstofreductie, niet op de plek waar het neerslaat, maar bij de bron. Laten we lokaal ook vooral partners zijn in het behoud en de vergroting van de biodiversiteit van ons prachtige duinlandschap en daarover in gesprek blijven, dat komt uiteindelijk de natuur en ons allemaal ten goede!

———-0000000000———–

Januari 2021: politicus Koos Bruin, Raadslid in Bergen voor BBB (nu ONS DORP), over de Schoorlse Duinen.

Zeewind door de haren heen voelen en de dennenbomen horen ruisen

‘Ik ben ongeveer 35 jaar geleden met mijn vrouw en onze toen nog drie kleine kinderen vanuit Den Helder aan de Heereweg in Schoorl gaan wonen. Op 400 meter afstand van de hoge duinrand met daarop de dennenbomen. Dan krijg je in de loop van de jaren een band met die dennenbomen. Niet alleen omdat ze mooi  en majestueus zijn, maar altijd iets mysterieus hebben. Bovendien als stip op de wereldbol een zeer belangrijke rol vervullen in het ecosysteem.

Het is één hoofdreden geweest dat ik zelf  eind december 2017 een lokale politieke partij  heb opgericht om deze dennenbossen tegen kap te beschermen. Ondanks dat  de dennenkap in het Beheerplan Schoorlse Duinen (2017-2023) van de provincie Noord-Holland is opgenomen. Mijns inziens op oneigenlijke motieven om als ‘herstelgebied’ te worden aangemerkt. Dit vanwege het volgens Europese regels opgestelde plan Natura 2000 en de Rijks- en provinciale wetgeving.  Onder de brede noemer ‘tot betere biodiversiteit /zandverstuiving  komen’.  Echter mogelijk alleen maar om in een structureel Europees/Rijksubsidie verdienmodel te worden opgenomen (deels door te geven aan Staatsbosbeheer).

Nieuwe milieu-inzichten met komende wetgeving, uitspraken van het Europees Hof/Hoge Raad,  Raad van State, beleidsnota’s van de ministers kunnen daarin deels hopelijk snel verandering in brengen. Daar moeten lokale politiek, inwoners en de Duinstichting alert op zijn. Door er direct op in te spelen richting provincie Noord-Holland.  Ook om in het nieuwe Ontwerp Beheerplan mede op basis van  (tussentijdse) monitoring het kappen van dennenbossen van Schoorl uit te sluiten.

Mijn partij heeft zich tot heden ingespannen met advertenties,  moties, amendementen naar het college  van B en W toe om geen  kapvergunning te verlenen aan Staatsbosbeheer. Alsmede rechtstreeks  brieven naar de de deputeerde gestuurd. Daardoor is samen met  de Duinstichting bereikt dat minder dennenkap wordt toegestaan dan oorspronkelijk was voorgenomen. Maar er is nog een weg te gaan.

Nu ik dit zo schrijf moet ik denken aan twee jaar geleden in dorpscentrum De Blinkerd. Waar een inwoner van Schoorl tijdens een commissievergadering van de gemeente mocht inspreken om de dennenbossen te behouden. Zonder maar één woord te zeggen begon hij opeens alleen maar een zelf gemaakt lied te zingen voor de gemeenteraadsleden. Een blinde inwoner met een geschoolde prachtige zware stem zong toen over een warme zomerse dag die hij in de duinen van Schoorl beleefde.  Zittend onder een dennenboom.  Waar hij de natuur kon ruiken en de zeewind door zijn haren en tegen zijn gezicht voelde tussen ruisende dennenbossen.  Ik  besefte dat hij  daar ook voor mij zong.  Ik moest slikken om tranen te onderdrukken. En was trots dat ik op dat moment raadslid mocht zijn. Juist voor deze blinde inwoner uit Schoorl en voor de kinderen en kleinkinderen van onze inwoners van de gemeente Bergen zal ik mij tot het uiterste  inspannen om de dennenbossen in de duinen van Schoorl voor de toekomst te kunnen behouden.’

———-0000000000———–

december 2020: filmmaker en kunstenaar Robin Noorda

De Waan van Wiebes

Onze minister van Economische zaken en Klimaat, Erik Wiebes, beweert dat er alleen snoeihout in biomassa zit en daar beargumenteert hij de 11,4 miljard subsidie mee. Het verbranden van hout in  628 biomassacentrales is een dwaling om de klimaatdoelstellingen te halen.
Een plan dat gebaseerd is op een truc en een leugen.

De truc: de CO2 uitstoot van biomassacentrales hoeft niet te worden meegerekend in de boekhouding van de CO2-emissie om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen.

De leugen: citaat Wiebes “wij gebruiken biomassa die de reststromen zijn van al eeuwenoude reguliere houtproductie en dat is dunningshout, snoeiafval en restafval van de houtindustrie, en er gaan dus geen oerbossen in kolencentrales…”

Er zijn echter bewijzen dat er hele bomen uit Nederlandse bossen de shredder in gaan voor biomassa (zie mijn film). Bovendien is de houthonger van de biomassacentrales zo groot dat de gekapte Nederlandse bossen slechts in 10% van de behoefte voorzien. Een immense 90% komt uit het buitenland, met name North Carolina en Estland. De allergrootste biomassa producent ter wereld, Enviva uit de VS, die in 2021 drie miljoen ton naar Nederland zal verschepen, schrijft zelf in zijn jaarverslag dat 4/5 van de biomassa stamhout is. Wij verstoken dat dus.
Verstookte biomassa stoot vele malen meer CO2 uit dan fossiele brandstof.
Bovendien komt de aanzienlijke CO2-footprint van oogst, productie en vervoer over zee daar nog  bovenop. Wist u dat voor de productie van pellets (biomassa houtkorrels) uit houtsnippers deze tweemaal met hete lucht gedroogd worden en vervolgens gekoeld? Een energie vretende productiemethode.

De biomassa-lobby stelt dat het verstoken van biomassa CO2-neutraal is, omdat die CO2 weer door de bomen wordt opgenomen. Ze laten daarbij achterwege dat het tientallen jaren duurt om dat weer in nieuwe bomen vast te leggen, terwijl de CO2 nu meteen allemaal vrijkomt. Bovendien blijft de nieuwe aanplant sterk achter. Als we van dat complete plaatje alles bij elkaar optellen is de CO2-som van biomassa-oogst, productie, verscheping en verbranding ruim viermaal hoger dan bij aardgas. Let wel, dit is geen pleidooi voor fossiele brandstoffen, maar wel voor een oplossing die minder in plaats van meer CO2 oplevert, want daar was het nu juist allemaal om te doen.
Wiebes roept dat stamhout veel meer opbrengt als planken en balken dan als houtsnippers. Echter door de 11,4 miljard Nederlandse subsidie is het juist andersom. In mijn film is te zien dat in Estonia de houtkoorts zelfs zo groot is dat er dag en nacht wordt geoogst.

Elke boswandelaar zal erkennen dat het inmiddels niet meer mogelijk is een wandeling in een  bos te maken zonder geconfronteerd te worden met kaalslag. Kijk naar de historische satellietfoto’s van een willekeurig stuk bos in Nederland en schrikbarende kaalslag van bospercelen zijn vanaf 2013 zichtbaar. In mijn film laat ik de kap in Schoorl zien.

Die kaalslag ontstond nadat Staatsbosbeheer (SBB) de opdracht kreeg te verzelfstandigen en per jaar honderd miljoen aan inkomsten extra moest gaan realiseren. Daar gaat natuurbehoud over in brandhout. Bovendien profiteren private ondernemingen van SSB managers van de biomassa. Onder het mom van biodiversiteit en de wensnatuur van zandverstuivingen ontkomt ook het Schoorlse bos niet aan biomassale verbranding.

Wiebes is van zins om, met het dichtdraaien van de Groningse gaskraan, ook meteen al het gas dan maar af te schaffen. Maar het is niet slim om in de energietransitie nu al met aardgas, de schoonste vorm van fossiele brandstof, te stoppen en bos gesubsidieerd te verbranden. Investeer liever in werkelijke oplossingen zoals de echt schone waterstof economie, waarbij bovendien de bestaande aardgas infrastructuur kan worden hergebruikt.

Dat vraagt om innovatie en ondernemerschap. Dat zou onze VVD minister toch moeten aanspreken? Het is dan wel zaak snel te voorkomen dat die 11,4 miljard opgaat in biomassa-rook.

———-0000000000———–

november 2020: Statenlid (voor de SP) Remine Alberts

Kappen met kappen

We kunnen rustig stellen dat de komst van Henk Bleker als staatssecretaris voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in het kabinet Rutte I niet goed is geweest voor de natuur. Natuurlijk, we kunnen het hele kabinet verantwoordelijk stellen voor de verandering in beleid, maar zijn naam is onlosmakelijk verbonden aan de introductie van het ‘eigen broek ophouden’-principe. Voortaan was het not done dat de natuur alleen maar geld zou kosten: natuur moest ook geld opbrengen.

Organisaties die zich bezighielden met natuurbeheer moesten aan de slag met het bedenken van een verdienmodel voor het gebied waar zij verantwoordelijk voor waren. Aan de ene kant werden zij gedwongen, want de subsidiekraan werd langzaam maar zeker verder dichtgedraaid. Aan de andere kant had Henk Bleker het niet zo moeilijk, want binnen die organisaties kwamen mensen te werken die het eigenlijk wel met hem eens waren.

De nieuwe manier van denken, overgewaaid vanuit de Verenigde Staten, vond dat een kleine overheid beter was en dat allerlei publieke taken voortaan door “de markt” moesten worden opgelost. Zo zijn wij ook in Nederland terecht gekomen in een maatschappij waarin het openbaar vervoer, de elektriciteitsbedrijven, de post, de woningbouw, de zorg en dus ook de natuur, zoals dat zo mooi heet, op afstand werden gezet. Overbodig misschien om te zeggen dat de SP zich altijd heeft verzet tegen deze ontwikkelingen, omdat de kans dat het kind met het badwater zou worden weggegooid enorm was.

Het beheer van de Schoorlse Duinen wordt uitgevoerd door Staatsbosbeheer (SBB), zo’n op afstand gezette organisatie. Een deel van de inkomsten verkrijgt SBB uit de verkoop van gekapte bomen. Min of meer tegelijkertijd ontwikkelde SBB de visie dat bosbeheer het beste kon verlopen wanneer er grote percelen volledig worden kaalgekapt. Hoewel zij het zelf in alle toonaarden ontkennen dat die kaalkap-visie ook maar iets te maken met een verdienmodel, wordt dat lastig vol te houden als deskundigen stellen dat kaalkap funest is voor het oud worden van een bos. Een oud bos heeft een grotere biodiversiteit en is beter is staat om voor zichzelf te zorgen.

De kaalkapstrategie wordt ook in stelling gebracht in het stikstofdossier: in het geval van de Schoorlse Duinen zou verstuiving beter zijn voor het afvangen van stikstof. Maar dat is het paard achter de wagen spannen, want als je logisch nadenkt is er toch een veel betere methode? Voorkom dat er stikstofdepositie plaatsvindt! De allergrootste veroorzaker daarvan is – het is toch echt niet anders – de intensieve veehouderij. Pak die dan aan!

Misschien dat veranderingen op dit moment nog niet kunnen worden uitgevoerd. Dat heeft te maken met het huidige regeringsbeleid. Maar de kansen voor echte verandering zijn er. In maart zijn er Tweede Kamerverkiezingen. Mijn advies luidt dan ook: kijk welke partijen gaan voor verandering. Verandering in het stikstofdossier, verandering in natuurbeheer, maar net zo goed verandering in sociaal beleid, zorgaanpak, de volkshuisvesting. En breng uw stem daarop uit. De kans is dan heel reëel dat we voor de Schoorlse Duinen dan kunnen kappen met kappen.

Noot van de redactie over ‘het stikstofdossier
Verstuivende duinen zijn niet goed in het afvangen van stikstof, juist bomen nemen veel stikstof (en CO2) op. De beoogde grijze en witte duinen hebben een veel lagere kritische depositiewaarde voor stikstof, dan de bestaande bossen.  Stuivende duinen zijn wel goed voor fijnstof, dat verspreiden ze geweldig.

———-0000000000———–

oktober 2020: Statenlid Gerard Köhler

Ik geef niet op, het duingebied is me te lief

In 1964 verhuisde het gezin Köhler van Ruigoord naar Bergen. Mijn vader werd gestationeerd bij de bereden politie aan de Kerkedijk in Bergen. Bittere tranen en veel heimwee had ik naar dat kleine paradijsje waar de akkers werden bewerkt met Zeeuwse paarden en ik dagelijks in de stallen van de veehouders en kippenboeren was te vinden. Maar Bergen wende snel. En met de jaarlijkse meidenmarkt op het Klimduin en de broekengarage in Groet, waar je merkspijkerbroeken, met draaipijp, voor een paar gulden kon kopen, ontdekte ik ook Schoorl. Het duingebied wekte mijn interesse toen mijn vader vertelde over topless zonnende Duitse toeristen. Nu nam mijn vader mij niet daarvoor mee. Wel liet hij mij de reusachtige meeuwenkolonie bij het pas uitgegraven Vogelmeer zien. De meeuwen verdedigden hun nesten fanatiek. Jaren later werden eieren in olie ondergedompeld om de uitdijende kolonie in de perk te houden. Het Vogelmeer zag eruit als een bord erwtensoep, de omliggende heidevelden hadden het zwaar. Het hielp niets, net als nu weinig helpt tegen de groeiende ganzenpopulatie die het NH-landschap koloniseert. Pas met de intrede van de vos stierf de kolonie in korte tijd uit. Langs de weg kunnen we nu op borden zien hoe we met weggetrokken meeuwen die massaal in stad en dorp vertoeven moeten omgaan. Ook deed ik mee aan de konijnentellingen. Ze werden eveneens als plaag gezien en fanatiek bejaagd. Dat was spannend met de auto ’s nachts door het bos en tellen hoeveel konijnen zich blindstaarden in de koplampen. Van het ene jaar op het andere viel er nauwelijks meer te tellen. Wel zagen we de talloze lijkjes langs de Nieuweweg liggen. Het in laboratoria ontwikkelde Myxomatose- en VHS-virus hebben de konijnenpopulatie vrijwel vernietigd. Alleen op Ameland is nog een kerngezonde konijnenpopulatie.

Met het verdwijnen van de konijnenpopulatie veranderde het landschap razendsnel. De uilenballen die ik verzamelde kregen een andere samenstelling. Het werden er ook steeds minder. Vooral het Dr. Van Steijnbos was er in de jaren ’70 mee bezaaid.  De vergrassing van het duingebied sloeg toe, waardoor de stuifduinen verdwenen. Ook de fauna veranderde enorm. Niet alleen de uilen, maar ook tapuiten die in verlaten konijnenholen broedden verdwenen spoorslags. En er verdween meer. In de publicaties van boswachter Frank Nieuwenhuizen is dat goed te volgen. Andere soorten vestigden zich. In Schoorl zien we vooral de Amerikaanse vogelkers gedijen. Het is een nieuwe plaag. Die overigens goed in de hand is te houden met schapenbegrazing zoals in het NHD het geval is. Nu worden vooral exotische koeien ingezet. Vreemd eigenlijk. Koeien snoeien. En snoeien doet bloeien.  Zo zien we wel meer opmerkelijke ingrepen. Heidevelden worden afgeplagd om op armere grond terug te keren. Maar op die afgeplagde gebieden zien we lijsterbes, berk en de Amerikaanse vogelkers opbloeien. Het lijkt zinloos. Van doordacht beheer lijkt soms nauwelijks sprake. Het ontwikkelen van een, overigens fantastisch stuifduin aan de Verspyckweg is ook zoiets. Niet alleen moet het fietspad naar Bergen aan Zee nu geregeld schoongeveegd; het wandelende duin heeft inmiddels een heideveld ingenomen en bedreigt Drieduin 1, een studieplek van de Universiteit van Wageningen, juist bedoeld om te bestuderen wat er gebeurt als de mens niet ingrijpt in de natuur. Zo zijn er talloze voorbeelden die ik geregeld in de Provinciale Staten opvoer. Maar daar gaat het vooral over de verstikstof-fisering door boeren van het duingebied. Dat die stikstof uit zee komt en dat daar nu weinig tegen te doen is krijg ik maar niet tussen de oren. Maar ik geef niet op. Het duingebied is me te lief.

———-0000000000———–

september 2020: Paddenstoelen expert Rob Chrispijn

MOED

Als het om de natuur gaat, kan ik mij soms vinden in de zegswijze: Elke verandering is een verslechtering, ook als het een verbetering is. Een pessimistisch motto dat goed weergeeft wat ik in de natuur hoop te vinden: harmonie, met kleine veranderingen op het ritme van de seizoenen. Geen kapvlakten, windmolens of een nieuw fietspad dwars door de hei.

Natuurliefhebbers zitten klem tussen twee partijen. Enerzijds zijn er de boeren die de afgelopen vijfhonderd jaar het Nederlandse landschap hebben vorm gegeven en de laatste vijftig jaar bezig zijn om het weer af te breken. Anderzijds heb je de natuurorganisatie die de natuur die ze zouden moeten beschermen en beheren vaak als uitgangspunt gebruiken om mooie nieuwe plannen te verwezenlijken. Ik weet niet waar je als natuurliefhebber meer last van hebt.

In de jaren ’90 deed ik vijf jaar lang onderzoek naar het voorkomen van paddenstoelen in Amsterdam. Deze stad heeft een aparte structuur doordat op een paar plekken het boerenland als een soort wig diep in het stedelijk gebied doordringt. Tot mijn verbazing merkte ik dat dit boerenland veel armer aan soorten was dan het centrum van de stad, waar in tuinen en de weinige plantsoentjes meer paddenstoelen te vinden waren dan in de sterk bemeste productieweilanden. De term ‘groene woestijnen’ deed opgang, want hetzelfde bleek ook voor vogels, planten en andere organismen te gelden.

In diezelfde tijd kwam ik graag in de bossen bij ons tweede huis in Drenthe. Deze werden op grond van hun omvang en kwaliteiten samengevoegd tot een Nationaal Park dat het Drents Friese Wold ging heten. De oprichting van dit Nationaal Park vormde het startsein voor grootschalige ingrepen. Er werd gegraven, geplagd en vooral ontzettend veel gekapt. Want de bomen die er stonden, waren niet de goede bomen. De sparren en dennen, ooit aangeplant voor de houtproductie, moesten plaats maken voor een savannelandschap met meer loofbomen. Dat sommige bospercelen inmiddels zeventig jaar oud waren en alleen al om die reden een bepaalde natuurwaarde vertegenwoordigden, werd niet als een belemmering gezien. Tegenwoordig bezoek ik dit gebied nog maar weinig, het is te pijnlijk.

Een zelfde herhaling van zetten vindt plaats in Boswachterij Schoorl: de aanwezige natuur moet verbeterd worden. Minder dennen, meer loofbomen, meer stuivend duin. Voor dit laatste is wel iets te zeggen, want het is in Noordwest-Europa een zeldzaam biotoop. Maar hoeveel stuivend duin moet je in een beperkt gebied creëren voor je als beheerder tevreden bent? Welke natuurwaarden wil je daaraan opofferen? In open, jong dennenbos groeien paddenstoelen die qua zeldzaamheid te vergelijken zijn met vogelsoorten als de ortolaan of de draaihals, superzeldzaam dus. Niettemin heeft het ontzettend veel moeite gekost om het beheer van de waarde ervan te overtuigen. En het is alleen te danken aan de grote publieke onvrede en protesten dat nog niet alle dennenbossen in de buitenste duinen gekapt zijn. Soms werd het argument gebruikt dat ze moeten wijken voor maatregelen in het kader van de PAS. Goddank heeft de Hoge Raad een streep getrokken door het misbaksel dat de Planmatige Aanpak Stikstof heette. Het idee dat je aangelokt door een zak met subsidiecenten als natuurorganisatie bereid bent om dit uit te voeren in een gebied als Schoorl waar samen met de Waddeneilanden de minste stikstof van Nederland neerdaalt, is beschamend. En alleen te verklaren doordat een organisatie als SBB financieel zo sterk afgeknepen is in het Bleeker-tijdperk. Hopelijk is SBB in staat om te doen wat voor ieder mens, elke groep, alle organisaties heel erg lastig is: op je schreden terugkeren. Tijdig inzien dat je heel veel mensen gelukkig maakt als je niet alle voorgenomen plannen ook daadwerkelijk uitvoert. Daar is moed voor nodig. Die is zeldzaam in deze tijd, maar ik blijf hoop houden.

Rob Chrispijn (Wenen 1944, gefascineerd door paddenstoelen)  is tekstschrijver en producer, maakte vijftien jaar  hoezen en publiciteitsfoto’s voor Harlekijn van Herman van Veen, voor wie hij ook veel liedteksten schreef (lees Rob Chrispijn  vijftien jaar liedteksten). In 2004 verscheen Nooit zongen vogels harder, een bundel met honderd van zijn beste liedteksten. Vanwege zijn liefde voor paddenstoelen was hij voorzitter van de Nederlandse Mycologische Vereniging, de vereniging van paddenstoelenliefhebbers en is inmiddels een groot kenner van paddenstoelen. Hij schreef Champignons in de Jordaan (1999) over paddenstoelen in Amsterdam en was een van de drie auteurs van het standaardwerk De Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe (2015). In 2018 verscheen Paddenstoelengeluk van zijn hand. 

———-0000000000———–

augustus 2020: Commissaris van de Koning Arthur van Dijk

mijn passie voor de duinen

Rijk en noodzakelijk: de duinen zijn de gouden rand van de provincie

Toen ik aantrad als commissaris kende ik Noord-Holland al vrij goed, maar sindsdien heb ik in sneltreinvaart de vele kwaliteiten van de provincie van nabij leren kennen. Meestal uit hoofde van mijn functie.
Die kwaliteiten zijn divers. Ze liggen bijvoorbeeld in de uitgestrekte bollenvelden, een bovengemiddeld arbeidsethos, de charme van de voormalige Zuiderzeestadjes, en in de imposante waterwerken.
En ze liggen natuurlijk in de natuur en in haar rijkdom en verscheidenheid.

Duinen, stranden, bossen, hei, veenweidegebieden, water – we hebben het allemaal.

Ook privé zoek ik de natuur graag op. Om te joggen bijvoorbeeld. ‘Zitten is het nieuwe roken,’ hoor ik wel eens. Niet goed voor de gezondheid. Alleen al daarom beweeg ik graag.
Wandelen en genieten van de rust doe ik bij voorkeur in de duinen. Altijd dichtbij, want overal langs onze kustlijn is er immers aanbod genoeg. Van de Texelse duinen, de Helderse duinen, de Noordduinen, en de Schoorlse duinen, tot de Kennemerduinen.

Samen met leden van GS en PS hebben we vorig najaar op het Schoorlse strand de handen uit de mouwen gestoken om zwerfvuil op te ruimen. Dat deden we tijdens de wereldwijde campagne World Clean Up Day. Een mooi initiatief, en je krijgt dan heel sterk het gevoel dat een schonere wereld inderdaad bij jezelf begint.

De provincie Noord-Holland heeft allerlei relaties met de duinen.
Het is ons belangrijkste natuurgebied. Nergens anders vind je zoveel planten en dieren bij elkaar. Meer dan de helft van alle Nederlandse planten en dieren komt voor in de Nederlandse duinen, en dat terwijl de kustduinen maar 1% van het Nederlandse grondoppervlak beslaan. Zo broeden er bijvoorbeeld meer dan 140 soorten vogels.

De meeste van de Noord-Hollandse duinen vallen onder Natura 2000 vanwege het Europese belang van deze natuur. Daarnaast zijn grote delen van de duinen ook essentieel voor de zuivering van ons drinkwater. De provincie is grondeigenaar van een groot deel van de Noord-Hollandse duinen. Het beheer is in handen van het Provinciaal Waterleiding bedrijf, PWN.

Behalve voor de natuur, zijn de duinen ook een heel belangrijk recreatief gebied, om te wandelen te rennen, uit te waaien en te genieten. Landschappelijk zijn de duinen heel afwisselend: van strand, kaal duin, natte duinvalleien, en struweel, tot de rijke bossen van de binnenduinrand met zijn landgoederen.

De duinen zijn de gouden rand van de provincie.
Daarnaast is die gouden rand ook nog eens van enorm belang, omdat de duinen onze natuurlijke bescherming zijn tegen de stijgende zeespiegel.
Kortom, de duinen zijn niet alleen prachtig en rijk, ze zijn ook noodzakelijk.

Arthur van Dijk,
Commissaris van de Koning in de Provincie Noord-Holland

CvdK Arthur van Dijk bezig strandvuil op te ruimen op het strand van Schoorl tijdens de wereldwijde campagne World Clean Up Day

———-0000000000———–

juli 2020: Oud SBB-manager Jacob Vis over de boskap in de Schoorlse Duinen  

Zwarte dennen

Honderd jaar geleden waren de Schoorlse Duinen een kaal en onherbergzaam gebied waarin zandstormen voor een hoop overlast zorgden in de aangrenzende dorpen Bergen, Bergen aan Zee, Schoorl en Groet. Na elke zandstorm moesten de inwoners een dikke laag zand van hun daken en uit hun tuinen scheppen en daar kregen ze schoon genoeg van. De beste manier om het zand te beteugelen was het te beplanten met bomen, maar de vraag was: welke bomen? De bodem was zo schraal en droog dat er maar heel weinig boomsoorten zouden kunnen groeien. De inheemse grove den die als proef werd aangeplant ging dood en hetzelfde lot onderging de zee den. Na lang zoeken vonden de bosbouwers twee uitheemse boomsoorten die goed bestand bleken te zijn tegen de barre leefomstandigheden: de Oostenrijkse en Corsicaanse den. Botanisch zijn het geen dennen, maar pijnbomen, maar in het spraakgebruik heten ze zwarte dennen en die naam past hen perfect. Donkere, bijna zwarte, diep gegroefde stammen en kronen met donkergroene naalden: een karakteristiek beeld dat in de loop van die eeuw zo vertrouwd werd in de Schoorlse Duinen dat het lijkt of ze er altijd hebben gestaan. De zwarte dennen hebben van het onherbergzame stuifduin een liefelijke oase gemaakt die door de inwoners van de beide dorpen in het hart is gesloten. En terecht. Wie in het zwarte dennenwoud wandelt of fietst en alle zintuigen openzet geniet van de heerlijke harsgeur, van het ruisen van de wind in de kronen en van het karakteristieke beeld van de donkere bomen tegen de lichte achtergrond van het duin.
Tot ecologen van Staatsbosbeheer en de provincie Noord-Holland een paar jaar geleden op de onzalige gedachte kwamen dat het dennenbos moest verdwijnen om weer plaats te maken voor stuifzand. Dat ze daarmee een woestijn creëren waarop niemand, behalve zijzelf zit te wachten is van ondergeschikt belang. Maar er gebeurde iets dat ze niet verwacht hadden: de bewoners van de dorpen kwamen in opstand tegen de sloopplannen en zochten steun bij Provinciale Staten. Ik was een van de insprekers bij de hoorzitting waar voor- en tegenstanders van behoud van het naaldbos hun zegje mochten doen. Een beschamende vertoning. De argumenten van de bosslopers waren zo belachelijk, dat ik, als oud-Staatsbosbeheerder, naast ergernis over hun stupiditeit woede en plaatsvervangende schaamte voelde: hoe is het godsmogelijk dat lieden die beweren hart voor de natuur te hebben openlijk verkondigen dat de zwarte dennen in Schoorl met wortel en tak uitgeroeid moeten worden. De Statenleden zaten erbij alsof ze het een verloren middag vonden en de bosslopers kraaiden victorie. Uiteindelijk kwam er een onbevredigend compromis, waarmee niemand gediend is.
De hoorzitting kwam een half jaar te vroeg. Na de moord op George Floyd laaide een wereldwijd protest op tegen het racisme dat aan die moord ten grondslag lag. Opeens is iedereen zich weer bewust van het onrecht van discriminatie. De parallel is onmiskenbaar. Ook in Schoorl protesteren mensen tegen de moord op geliefde zwarte wezens en in hun strijd tegen de zwarte dennenmoordenaars hebben ze nu een nieuwe, ijzersterke slogan: ‘Black lives matter!

Op de foto de kale vlakte die over bleef na het slopen van het naaldbos. Op de achtergrond mocht nog een reepje bos blijven staan. Het mannetje in de rode jas is de schrijver van deze column.
(foto: Lenny Vis)

(Noot van de redactie: Hoeveel verdriet we ook hebben van de boskap, het leed dat gekleurde mensen wordt aangedaan vinden we nog erger.)

———-0000000000———–

juni 2020: Op ons verzoek aan gedeputeerde Esther Rommel om een korte bijdrage, kregen we deze reactie:

Vriendelijk dank voor uw verzoek. Helaas kan ik niet ingaan op uw uitnodiging. Gezien de discussie bij verschillende partijen over de maatregelen in dit gebied wil ik als bestuursorgaan mijn onafhankelijke rol vasthouden. We communiceren via verschillende kanalen over dit onderwerp, maar vanwege mijn onafhankelijkheid kan ik dat niet doen op het platform van één van de partijen.
Ik hoop dat u daar begrip voor heeft.
Hoogachtend,
(Esther) A.S. Rommel, gedeputeerde Natuur, Landschap, Bodemdaling en Grond

———-0000000000———–

juni 2020: burgemeester Peter Rehwinkel
Oud-Tweede Kamerlid en oud-burgemeester van Naarden, Groningen en Zaltbommel Peter Rehwinkel, schreef recent in de Volkskrant een gedegen opiniestuk over Suriname.

Verzot op het Schoorlse- en Noord-Kennemerduingebied!

Peter met echtgenoot Michel Zeegelaar op het strand van Hargen aan Zee (privéfoto)

Wat had ik als pas benoemd burgemeester al graag meer in Schoorl en zijn duingebied willen zijn! Helaas maakte Corona het niet mogelijk er veel op uit te gaan. Ervoor in de plaats: eindeloos achter het beeldscherm. Wel was ik, juist om de meest kwetsbaren in deze tijd een hart onder de riem te steken, bij woonzorglocatie Hoog Duinen. Met geluidsversterking en telefoon moest ik de bewoners bereiken, naar binnengaan lukte niet. En gelukkig zijn we na een digitale periode ook met de gemeenteraad weer fysiek gaan vergaderen in De Blinkerd. Goed om te zien dat meteen duidelijk bestuurlijk verantwoordelijkheidsbesef werd getoond!
Zal ik het dan maar verklappen? Toen ik al wist dat mijn burgemeesterscarrière zich na Naarden, Groningen en Zaltbommel mogelijk in Bergen zou vervolgen, zijn we stiekem een keer wezen wandelen in de duinen en op het strand bij Hargen. Het was prachtig winters zomerweer, en het terras van het strandpaviljoen bleek al geopend. Niks was nog zeker, maar ik durfde mijn echtgenoot Michel al wel te trakteren op warme chocomel en hazelnootschuimgebak. Ik dacht terug aan alle mooie momenten, soms in een oneindig ver verleden, die we in de gemeente Bergen hadden gehad, op zoveel verschillende plekken. Wandelend over het strand van Bergen aan Zee naar Schoorl. Een terrasje pakken bij het Klimduin. Dinerend op een zonovergoten avond bij een oud-collega in Camperduin. Even uitwaaien op een stormachtige zondagmiddag langs de Noordzee.
Op dat terras van strandpaviljoen Hargen realiseerden we ons weer: wat zijn de duinen hier toch hoog, het strand breed, en dan is er tegenwoordig ook nog die unieke lagune.

We reden weer weg van de parkeerplaats, even langs het witte kerkje bij Groet, en durfden ook nog boodschappen te doen bij Jumbo in Schoorl. Ze zouden me toch niet herkennen, ik moest immers de fractievoorzitters nog gaan ontmoeten? Maar ik begon me die middag alleen maar meer op een burgemeesterschap van Bergen te verheugen!
Het gaat er vast en zeker nu echt weer meer van komen, fietsen (nee, niet elektrisch!) in de Schoorlse duinen, wandelen door de dichte bossen en dan ook opnieuw hazelnootschuimgebak, omdat ik daadwerkelijk terug ging naar Noord-Holland, het burgemeesterschap van Bergen kwam er echt!
Normaal ben ik niet zo scheutig met het delen van privéfoto´s, maar vooruit: voor deze eerste gastcolumn verschaf ik het bewijs: deze burgemeester is zijn hele leven al verzot op het Schoorlse- en Noord-Kennemerduingebied!

 

Reacties zijn gesloten.